Jonas Panza

Eerste deel – zeventiende hoofdstuk
Waarin de ontelbare wederwaardigheden vervolgd worden, welke de dappere Don Quichot en zijn goede schildknaap Sancho Panza te verduren hadden in de herberg die hij tot zijn schade voor kasteel hield

Na een nacht vol chaos en geweld ontdekt Don Quichot bij het verlaten van de plek waar hij onderdak had gevonden dat het hier niet een kasteel maar een herberg betreft. Hij moet dus dokken voor zijn verblijf. Laat hij dat nu eens niet van plan zijn. En wel hierom:

[…] want ik mag geen inbreuk maken op de gebruiken der dolende ridders van dewelke ik met zekerheid weet – tenminste het tegendeel heb ik nooit gelezen – dat zij nimmer in enige herberg waar zij verbleven voor onderdak of iets anders betaalden, aangezien iedere gastvrije ontvangst die hun geboden wordt hun rechtens toekomt als vergoeding voor de ondraaglijke moeiten welke zij doorstaan bij de avonturen die zij nacht en dag zoeken, winter en zomer door, te voet en te paard, hongerend en dorstend, lijdend van koude en hitte, blootgesteld aan alle ongenade des hemels en alle ongemakken der aarde.
[p.118]

Het mag duidelijk zijn dat de herbergier, ook gezien de schade die er is aangericht vanwege de schermutselingen waarin Don Quichot een groot aandeel had, hiermee niet kan instemmen. Zijn weerwoord is echter tegen dovemansoren gericht. Althans, Don Quichot laat zich er niets aan gelegen liggen, geeft zijn paard Rossinant de sporen en ontvlucht de herberg voordat iemand hem kan tegenhouden.

Hoe anders is het gesteld met Sancho Panza, zijn trouwe schildknaap die ook niet helemaal ongehavend de nacht is doorgekomen. In navolging van zijn ijlings verdwenen meester laat hij weten niet te kunnen betalen omdat anders

[…] schildknapen van toekomstige ridders zich later over hem zouden beklagen en hem verwijten dat hij zulk een rechtvaardig privilege niet gehandhaafd had.
[p.118]

Helaas voor hem had zich ondertussen al een kleine menigte verzameld van herbergbezoekers die meenden hem een lesje te moeten leren vanwege zijn halsstarrige weigering te betalen. Zij rukken hem van de ezel en slepen hem mee naar de binnenplaats waar ze hem beginnen te jonassen met behulp van een deken. Het geschreeuw van ‘de ongelukkige Jonas’ doet Don Quichot omkeren maar hij kan zijn knecht geen hulp bieden omdat de herberg ondertussen hermetisch is afgesloten. Pas nadat de groep uitgeput is laten ze Sancho gaan die al met al tevreden is dat hij deze behandeling zonder al te veel kleerscheuren heeft ondergaan zonder uiteindelijk te betalen. Alleen heeft hij niet door dat de herbergier zijn zadelzak in de tussentijd ter compensatie had ingepikt.

Jonassen. Ik heb het nog even opgezocht. In mijn Etymologisch woordenboek uit 1991 staat het volgende:

[iem. horizontaal vasthouden en omhoogwerpen] naar Jonas (in de walvis)

Verder zoeken op internet bracht me bij dezelfde Nicoline van der Sijs die ook meegewerkt had aan het Etymologisch woordenboek van Van Dale, maar nu kwam ik uit bij het Chronologisch woordenboek waar het jonassen door haar aangehaald wordt als een kinderspel met een eerste vermelding in het jaar 1669:

‘iem. met zijn tweeën horizontaal vasthouden en heen en weer slingeren’

Ook in het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands wordt het jonassen aangehaald:

jonassen ww. (NN) ‘iemand in horizontale houding heen en weer slingeren’
Nnl. jonassen ‘(op een deken) op en neer gooien’ in toen men hem in de herberg jonaste [1863; WNT], ‘in een kleed of aan handen en voeten heen en weer slingeren’ [1897; Woordenschat].

De eerste Nederlandse vertaling van Don Quichot kwam van Lambert van den Bos en verscheen in 1657 en verschillende herdrukken in de zeventiende en achttiende eeuw. Een meer volledige vertaling kwam pas beschikbaar in 1855 door C.L. Schuller tot Peursum.

Vooral de verwijzing naar het jonassen als iemand op een deken op en neer gooien toen men hem in de herberg jonaste klinkt in mijn oren bijna als een rechtstreeks citaat uit Don Quichot zonder dat ik daar enig bewijs voor heb.

~ ~ ~

Zondag, 18 november 2018

Zo af en toe haal ik hier wat nieuws aan wat direct of indirect een link heeft met Roemenië omdat het me meer dan anders bijblijft nu ik er vaker naartoe ga. Deze ochtend las ik dat de schrijfster Mira Feticu1 waarschijnlijk een van de gestolen doeken uit de Rotterdamse Kunsthal heeft teruggevonden.

Bijzonder is dat zij al eerder een roman schreef over deze kunstroof die door enkele Roemenen in 2012 gepleegd werd. Misschien omdat deze roman ook in het Roemeens is vertaald dat via via de informatie over de locatie van één van de gestolen kunstvoorwerpen bij haar is terechtgekomen. Vreemd is wel dat ondanks het onmiddellijk doorgeven van de mogelijke vindplaats aan de rechercheur die haar geholpen had met de roman er geen reactie kwam. Ze is er toen zelf maar opuit getrokken. En jawel hoor, in plastic gewikkeld vond ze een tekening van Picasso terug, onder een steen. Of het de echte is, daarover lopen de meningen nogal uiteen.

Wat me opviel in het bericht dat hierover op nrc verscheen is dat zij de volgende opmerking maakte:

Toen ik na een paar dagen nog niets had gehoord, ben ik zelf op het vliegtuig gestapt. Het voelde alsof ik Don Quichot was, want de kans dat je hem vindt is één procent. Toch wil je het proberen.

Don Quichot. Ik weet niet precies waarom ze hem in deze context aanhaalde, maar ik dacht zelf meteen dat ik weer eens verder moest gaan met het lezen en bloggen over deze markante romanfiguur.

~ ~ ~

Heb de daad bij het woord gevoegd => Jonas Panza. Een nieuw deel in de reeks over Don Quichot.

~ ~ ~

Update met betrekking tot de gevonden Picasso: het was een publiciteitsstunt. Twee Belgische theatermakers hadden een copie van de tekening in Roemenië verstopt en brieven met de vindplaats naar verschillende adressen verstuurd. Mira Feticu was erin getuind en schijnt nogal verbolgen te zijn over deze onthulling. Meer lezen? Klik hier.

~ ~ ~


  1. Van oorsprong Roemeens, maar na haar huwelijk met een Nederlander woonachtig in Nederland. Klik hier voor haar website. 

Zaterdag, 17 november 2018

Mooie overdenking aan het begin van hoofdstuk 10 over het opnieuw bezoeken van plaatsen waar je ooit bent geweest is en waar je goede herinneringen bij hebt. Motto: begin er niet aan. Het valt alleen maar tegen.

As an adult, I have often known that peculiar legacy time brings to the traveler: the longing to seek out a place a second time, to find deliberately what we stumbled on once before, to recapture the feeling of discovery. Sometimes we search out again even a place that was not remarkable in itself – we look for it simply because we remember it. If we do find it, of course, everything is different. The rough-hewn door is still there, but it’s much smaller; the day is cloudy instead of brilliant; it’s spring instead of autumn; we’re alone instead of with three friends. Or, worse, with three friends instead of alone.
[p.80, The Historian, Elizabeth Kostova]

~ ~ ~

Van veel boeken weet ik precies waar en wanneer ik ze heb gekocht. Dat is niet het geval bij The Historian. Ik denk dat ik het ooit op een vliegveld heb gekocht omdat ik niets te lezen bij me had of wat ik bij me had al had uitgelezen of niet interessant genoeg was. Hoe dan ook. Ik weet het niet meer. Wat ik wel weet is waarom ik er (opnieuw) in begonnen ben. Tijdens mijn laatste bezoek aan Cluj heb ik veel tijd doorgebracht in een vergaderruimte met de naam Vlad Tepes. Vandaar.

Late one night, exploring her father’s library, a young woman finds an ancient book and a cache of yellowing letters addressed ominously to ‘My dear and unfortunate successor’. Her discovery plunges her into a world she never dreamed of – a labyrinth where the secrets of her father’s past and her mother’s mysterious fate connect to an evil hidden in the depths of history.

The Historian
Elizabeth Kostova
Sphere
ISBN 9780751537284

~ ~ ~

In The Historian gaat de dochter van een voormalig student geschiedenis op zoek naar meer informatie over Vlad Tepes, oftewel ‘Vlad the Impaler’. Ze stuit op een boek van Robert Digby getiteld Tales from the Carpathians met twee vertellingen waar graaf  Dracula een rol heeft1.

The first recounted how Dracula liked to feast out of doors among the corpses of his impaled subjects. One day, I learned, a servant complained openly in front of Dracula about the terrible smell, whereupon the prince ordered his men to impale the servant above the others, so the smell would not offend the dying servant’s nose.
[p.86-87]

Een hoofdstuk verder verschuift het vertelperspectief naar een mentor van haar vader toen die nog geschiedenis studeerde. Ook hij had zich verdiept in de geschiedenis van Dracula maar door omstandigheden die nog niet duidelijk zijn is hij hiermee gestopt. In een reeks van brieven die hij heeft achtergelaten als waarschuwing voor wie zijn voorbeeld wil volgen doet hij uit de doeken wat er is voorgevallen. In een brief gedateerd 16 december 1930 valt het volgende te lezen wanneer hij een boek opent dat van cruciaal belang is voor zijn onderzoek:

Immediately I became aware of something very strange. A smell rose from its pages that was not merely the delicate scent of ageing paper and cracked vellum. It was a reek of decay, a terrible, sickening odour, a smell of old meat or corrupted flesh.
[p.91-92]

Normaal gesproken zou ik bij deze passages niet zolang hebben stilgestaan, maar met de beelden van De dodenvallei van Texas nog vers in mijn geheugen leek het alsof een misselijkmakende geur van rottende lijken van de pagina’s omhoog steeg. Ik wist niet hoe snel ik verder moest lezen om dit van me af te schudden. Heel bijzonder dat je daaraan ooit kunt wennen.

~ ~ ~

Ik had weer een boodschappenlijstje voor mijn aanstaande zoveelste trip naar Cluj op maandag. Daarvoor moest ik onder andere ook bij de boekhandel in Bemmel zijn. Lang stond ik sterk in mijn schoenen tegen de verleidingen van al die boeken die om mijn aandacht smeekten. Helaas moest ik net iets langer in de winkel zijn dan dat ik standvastig kon blijven en ging naar huis met de Wereldgeschiedenis van Nederland.

~ ~ ~

Oh ja, ik zou het haast vergeten. De Sint is weer in het land…

Wanneer laat deze oude man zien dat hij ook daadwerkelijk een wijze man is door definitief afscheid te nemen van de zwarte Pieten?

Je weet toch #zwartepietisracisme

~ ~ ~


  1. Voor de volledigheid: het boek geschreven door Robert Digby bestaat niet echt. Zie hier voor de factcheck. 

Vrijdag, 16 november 2018

Een donatie. Ik moet dan denken aan een gift aan een goed doel. Geld. Maar je kunt ook je lichaam doneren. Aan de wetenschap. Het is iets wat ik serieus overweeg. Zonder er verder veel over na te denken wat dan betekent. Dat ze in me gaan snijden later. Wanneer ik eenmaal overleden ben. Zodat men er wijzer van wordt. Of medische studenten de kans geeft om ervaring op te doen. Zoiets. Voorlopig is het een ver van mijn doodsbed idee.

Deze avond kwam het plots iets dichterbij toen ik een aflevering van Focus wetenschap bekeek. Er werd een bezoek gebracht aan Brooks County waar veel migranten die illegaal de grens oversteken door honger en uitputting komen te overlijden. Veelal hebben ze geen identiteitspapieren bij zich zodat het een welhaast onmogelijke klus is om vast te stellen wie ze zijn en hun naaste familie te informeren. Er wordt daarom veel onderzoek gedaan hoe die identificatie alsnog kan plaatsvinden ondanks de weinige aanwijzingen.

Eén van die onderzoeken richt zich op de manier hoe lichamen ontbinden in de open natuur omdat dit kan verduidelijken hoe iemand is komen te overlijden en hoe lang de persoon daar gelegen heeft. Er is daarvoor een gebied vrijgemaakt waar de lichamen van overleden mensen daadwerkelijk in de open lucht worden neergelegd om te bestuderen wat vervolgens gaat gebeuren met dit lichaam wanneer de natuur en de aanwezige dieren vrij spel hebben.

Het vormde een bizarre aanblik. Ik had in eerste instantie moeite om voorbij te gaan aan het beeld dat het hier een soort van slachtpartij onder weerloze slachtoffers betrof. Maar dit waren mensen die om uiteen lopende redenen hadden aangeven dat hun lichaam hiervoor na hun overlijden gebruikt mocht worden. En de informatie die hierdoor kan worden verzameld is van onschatbare waarde om de ongeïdentifceerde lichamen alsnog een naam te geven. ‘From numbers to names’, zoals een van de wetenschappers aangaf.

De dodenvallei van Texas

In het Texaanse Brooks County, ‘Death Valley’, worden ongeïdentificeerde lichamen gevonden van migranten die de grens probeerden over te steken. Onderzoekers aan de Texas State University proberen de lichamen alsnog een naam te geven. Diederik Jekel bezoekt een openluchtlab waar wetenschappers lichamen laten ontbinden. Ook spreekt hij met de Nederlandse archeoloog Hayley Mickleburgh, die onderzoekt hoe een skelet na de dood in elkaar zakt.

Je kunt hier de aflevering van Focus bekijken.

~ ~ ~

Woensdag, 14 november 2018

Nog vijf dagen. Dan is het duidelijk of Glasvezel Buitenaf de grens van 50% aanmeldingen heeft bereikt. Vandaag staat de teller op 37% en zijn er 608 aanmeldingen nodig om te starten met de aanleg van glasvezel. Met in het achterhoofd dat er ruim een maand overheen is gegaan om het aantal van 1732 aanmeldingen binnen te halen lijkt me dat de 50% niet gehaald gaat worden.

Maar niet getreurd. Er is namelijk ook een andere partij op de markt: Digitale Stad. Die gaan zonder deze voorwaarde van een minimaal aantal aanmeldingen gewoon van start. Tot 20 november heb je daar de tijd om je in te schrijven met een aantrekkelijke korting. Zoals ik al eerder geschreven heb kregen we deze informatie pas binnen toen we al een bevestiging hadden gekregen dat we ingeschreven waren bij Glasvezel Buitenaf.

Ik heb nog geprobeerd of ik het contract kon opzeggen, maar de twee weken bedenktijd was al voorbij. Alleen indien de 50% grens niet gehaald wordt vervalt het contract automatisch. Dat krijgen we dus op 19 november te horen en rest ons één dag om over te stappen op de Digitale Stad. Hoewel, ik zou me ook op zondag al kunnen inschrijven. Mochten er voldoende aanmeldingen bij Glasvezel Buitenaf binnen gekomen zijn, dan hoor ik dat op maandag en heb ik twee weken de tijd om het contract met Digitale Stad op te zeggen. Gaat het bij Glasvezel Buitenaf niet door dan ben ik in ieder geval verzekerd dat ik bij Digitale Stad tijdig ben ingeschreven.

Wat een gedoe…

~ ~ ~

Voor een collega in Roemenië moest ik een boek bestellen. Want hier goedkoper en zonder bezorgkosten. Volgende week ga ik er toch weer naar toe en kan ik het meenemen. Het werd vanmiddag bezorgd en onmiddellijk kreeg ik zin om er zelf opnieuw in te beginnen. Tot nu toe heb ik alleen het boek zelf gelezen, niet de vele commentaren in de kantlijn en ook niet al de noten die onderaan de pagina staan. Deze aanvullingen vormen namelijk het echte verhaal. Waar ik het over heb? Ship of Theseus door V.M. Straka:

~ ~ ~

Maandag, 12 november 2018

Bij toeval zag ik op twitter een bericht voorbij komen dat er vanavond weer een #blogpraat op de rol stond. Onderwerp: Hoe krijg je je blog over het voetlicht in 2019? Precies wat ik nodig heb want zelfs met de grootste zaklamp weten de bloglezers mijn blog maar mondjesmaat te vinden. Iets voor achten installeer ik me achter mijn laptop en iets na negenen ben ik een stuk wijzer. En enkele volgers rijker. In de meeste gevallen zijn het oude bekenden uit een niet zo lang vervlogen twittertijdperk. Wat tevens het bewijs vormt van wat misschien wel het belangrijkste is wat ik moet doen om meer lezers te lokken naar mijn blog: aanwezig zijn. Ik kan schrijven op mijn nieuwe blog tot ik een ons weeg (hoewel dat de laatste tijd niet voldoende is en ik er wat extra lichaamsbeweging tegenaan moet gooien om de schade beperkt te houden) maar ik zal de wereld toch moeten laten weten dat er iets nieuws te lezen is. Onbekend maakt onbemind heet het niet voor niets. Dus ga ik de komende tijd wat meer m’n profiel op twitter laten zien.

~ ~ ~

 

Woensdag, 7 november 2018

Ik mocht weer naar huis. Maar niet nadat iemand me had toevertrouwd er binnenkort niet meer te zijn. In ons team dus. Ze had een andere baan gevonden. Dat is in Roemenië nog dezelfde dag je ontslagbrief inleveren en dan aftellen van twintig tot nul voordat je kan gaan. Ik zei ‘Doei!’ en zat de hele vlucht terug plannen te smeden hoe we deze nieuwe situatie het beste naar onze hand konden zetten.

~ ~ ~

Op de weg naar huis vanuit Dortmund dacht ik plots de afslag naar Arnhem te hebben gemist. Dat bleek gelukkig niet zo te zijn. Hoewel. Op het moment dat ik in de verte de borden zag met Arnheim erop werd ik via een omleiding het binnenland van Duitsland ingestuurd. Al filerijdend door verschillende kleine dorpjes kwam ik een half uur later voor mijn gevoel net achter de borden weer op de snelweg terecht en mocht verder naar huis. Waarom me deze toeristische route gegund was bleef me een raadsel.

~ ~ ~

Zaterdagochtend, 3 november 2018

In de vroege ochtend werd ik opgehaald voor een ritje richting Alba county. De eerste stop zou zijn bij het plaatsje Colțești, waar we in de heuvels een oud fort zouden opzoeken. Volgens Google Maps was de verwachting om er zo’n anderhalf uur over te doen, maar in de praktijk bleek dat toch anders te zijn. In totaal waren we meer dan twee uur onderweg wat voornamelijk te wijten was aan de erbarmelijke staat van de wegen. Er zijn hooguit een viertal snelwegen in Roemenië die je alleen met de beste wil van de wereld kunt vergelijken met de standaard kwaliteit van onze secundaire wegen. Voor de rest moet je maar afwachten wat de gesteldheid is. Het kan zomaar dat je enkele kilometers een prima wegdek hebt met hooguit wat kleine gaten, om dan plots over te gaan op stukken ruw asfalt of in het slechtste geval helemaal geen asfalt maar zand en grind.

We parkeerden de auto aan de rand van het dorp en namen nog een slok water voordat we vertrokken voor onze eerste wandeltocht. Het fort hadden we vanaf de doorgaande weg in de verte kunnen zien maar nu wat het aan ons oog ontrokken. Pas toen we op een plateau aankwamen zagen we in de verte de contouren boven een heuvel uitsteken. Hoewel het pad tot nu toe niet echt steil was moesten we even op adem komen. Er stond geen zuchtje wind. Binnen de kortste keren liep het zweet over mijn voorhoofd alsof ik rennend de heuvel op was gekomen.

Het laatste gedeelte was wel steil en met mijn schoenen die niet voor dit terrein geschikt waren gleed ik regelmatig weg. Voorzichtig zocht ik naar vaste ondergrond om niet naar beneden te schuiven met mijn camera in de hand. Eenmaal boven was het genieten van het geweldige uitzicht maar bleef het link omdat er geen enkel onderhoud bij het fort geregeld is. Overal lagen rotsblokken en stenen die het moeilijk maakten om het fort in z’n geheel goed te kunnen bekijken.

Vanaf deze plek was de berg goed te zien die we in de namiddag op het programma hadden staan. Maar het was al laat vanwege de lange autorit en ook de wandeltocht nam meer tijd in beslag omdat ik op mijn schoenen niet lekker kon doorlopen. Dus het leek er niet op dat we vandaag naar de top van die berg zouden gaan. Hooguit tot halverwege.

Maar eerst was het plan om in het dorp beneden een restaurant op te zoeken voor een welverdiende lunch.

Op de weg terug naar de auto viel me nu pas hoe vervallen sommige van de huizen waren. Veel van de jeugd trekt weg uit deze dorpen waar een hoop armoede heerst. De achterblijvers ontbreekt het aan voldoende geld om hun huizen in goede staat te houden. De verwachting is dat in de nabije toekomst de ‘nieuwe rijken’ hier hun vakantiehuisje plannen en de oorspronkelijke bewoners langzaam maar zeker wegtrekken naar elders omdat het dan helemaal te duur wordt.

Aan de andere kant van het dorp stond een Hongaars restaurant waarvan we eerst dachten dat het volledig gerestaureerd was. Maar het bleek nieuwbouw (uit 2005) te zijn. De goulash, geserveerd in traditionele hangpannetjes smaakte er niet minder om. En ook hier hadden we weer een adembenemend zicht op de berg die we spoedig gingen opzoeken nadat het eten een beetje was gezakt.

~ ~ ~

Vrijdag, 2 november 2018

De eerste week zit er alweer op in Cluj. Al met al is de upgrade waarvoor ik speciaal hier naartoe ben gekomen erg meegevallen. Natuurlijk hebben we zo onze problemen gehad maar die waren voornamelijk van technische aard waar wij verder niet echt een rol in hebben om dat op te lossen. Dat blijft beperkt tot coördinatie en communicatie zodat de gebruikers weten hoe lang het gaat duren en wat zij tijdelijk kunnen doen om er omheen te werken.

Het betekent ook dat we komend weekend niet op kantoor hoeven te zijn. Hooguit op afroep beschikbaar indien zich onvoorziene problemen op een ander gebied aandienen. Aangezien er met de fabrieksplanning vooraf al rekening gehouden werd met eventuele kinderziektes na de upgrade wordt er niet volop gewerkt dus ook daarom zal het waarschijnlijk rustig blijven. Voor morgen staat er daarom een tripje naar Remetea gepland waar we wat van de omgeving gaan bekijken en een flink stuk gaan wandelen. Daar kijk ik wel naar uit na een week die voornamelijk zittend is doorgebracht.

Want ook deze avond is er niets terechtgekomen van hardlopen. De enige beweging was de wandeling naar het restaurant en weer terug. En opnieuw (ik weet, het wordt vervelend) konden we weer een terrasje pakken omdat de temperatuur tot diep in de nacht aangenaam bleef terwijl de kerstverlichting op veel plaatsen al opgehangen is.

~ ~ ~