Een korte onderbreking voordat er drie levens eindigen

Deze blogpost is deel 36 van 36 in de serie Don Quichot - Cervantes

Eerste deel – Vijfendertigste hoofdstuk:

Hetwelk handelt over het heldhaftig en vervaarlijke gevecht dat Don Quichot voerde met enige zakken rode wijn, en waarin tevens een einde komt aan het verhaal van de Ongepast Nieuwsgierige

Je zou het haast vergeten na bijna drie hoofdstukken waarin hoofdzakelijk de lotgevallen van Anselmo, Lotario en Camila centraal stonden, maar dit boek heeft toch echt Don Quichot als hoofdpersoon. In hoofdstuk 32 is er voor hem snel een kamer in gereedheid gebracht zodat hij eens goed kon uitrusten terwijl de rest van het gezelschap zich naar de eetkamer begaf voor een welverdiende maaltijd. Naderhand bleef de groep gefascineerd luisteren naar het verhaal van de Ongepast Nieuwsgierige zoals dat werd voorgelezen door de pastoor.

Maar onze held is alive and kicking want juist nu, zo goed als aan het eind van dat verhaal duikt plots Sancho Panza op die luidkeels de pastoor wist te overstemmen met de hulpkreet dat Don Quichot in een zwaar gevecht op leven en dood gewikkeld was met de reus die het op prinses Micomicona gemunt zou hebben. Dat deze reus en prinses Micomicona verzonnen waren om Don Quichot weg te lokken uit zijn zelfverkozen isolement in de bergen hebben we eerder kunnen lezen. Een geslaagde actie met helaas als negatieve bijkomstigheid dat onze goedgelovige ridder er vast van overtuigd was dat hier niets van gelogen was en hij daadwerkelijk de aangewezen persoon is om orde op zaken te stellen.

Wel vreemd dat deze reus dan toch opduikt zo ver van de plek waar hij normaal gesproken de boel onveilig maakt. En om het betoog van Sancho kracht bij te zetten dat zijn meester belaagd werd klonk er een hoop kabaal vanaf de bovenverdieping zodat niemand er meer aan twijfelde dat er wel degelijk iets aan de hand was op de slaapkamer van Don Quichot. Het was alleen de laatste opmerking van zijn trouwe knecht die weer eens opnieuw liet blijken dat hij zelf net zo van de realiteit was afgedwaald als zijn dolende meester:

Blijft u nou niet staan luisteren maar gaat u naar binnen om ze van elkaar af te halen of mijn heer te helpen; alhoewel dat wel niet meer nodig zal wezen want de reus is vast en zeker al een lijk en geeft God rekenschap van het verdorven leven dat hij geleid heeft; ik heb zelf gezien hoe het bloed over de grond stroomde en zijn afgehakte hoofd in een hoek rolde: het is wel zo groot als een flinke wijnzak.

Don Quichot, p.262

Het was de waard die meteen de tegenwoordigheid van geest had te concluderen dat hier niet een reus slachtoffer was geworden van de daadkracht getoond door Don Quichot maar zijn voorraad wijn die op dezelfde kamer lag opgeslagen in zakken waar hij ook zo gastvrij was geweest de ridder een slaapplek te bieden. En inderdaad waren ze allen niet veel later getuige van een slaapwandelende Don Quichot die verwoed bezig was met een scherp zwaard de vele zakken wijn te doorsteken. Slechts met veel moeite konden de pastoor en Cardenio tussenbeide komen voordat de waard en zijn niet langer genode gast elkaar de herberg uit zouden vechten. Niet dat Don Quichot er wakker van werd.

Het was ook de pastoor die, nadat ze Don Quichot weer in bed hadden weten te krijgen, moest beloven voor de schade garant te staan voordat de algehele rust weer enigszins was teruggekeerd. De hoogste tijd voor hem om het resterende gedeelte voor te lezen van de Ongepast Nieuwsgierige.

Ook over het huwelijksleven van Anselmo en Camila was de rust neergedaald na alle consternatie die Anselmo het definitieve vertrouwen had gegeven dat zijn vrouw hem nooit had en nooit zou bedriegen met een ander. Zijn plan was geslaagd zonder dat hij doorhad hoezeer hij zelf was bedrogen. Dat Camila afstandelijk deed richting Lotario, en Lotario voor de vorm liet blijken wat minder op bezoek te zullen komen omdat Camila hierdoor te zeer van streek zou raken, was allemaal niet nodig. Anselmo wilde er niet van weten en

op die wijze werd Anselmo op duizenderlei wijze de bewerker van zijn schande, terwijl hij dacht dat hij het van zijn geluk was.

Don Quichot, p.264

Zo had dit nog jaren door kunnen gaan, maar het noodlot sloeg alsnog toe en maakte vele slachtoffers. Op een kwade avond meende Anselmo geluid te horen in de kamer van Leonela, de dienstmeid van Camila. Haar mannenbezoek wist nipt te ontsnappen maar Anselmo dreigde haar te doorboren met een mes als zij niet bereid was te vertellen wie er uit het venster was gesprongen. Leonela wist in paniek niets anders te verzinnen dan dat zij Anselmo dingen kon vertellen ‘van meer belang dan u kunt vermoeden.’ Daartoe zou zij echter pas de volgende ochtend toe in staat zijn want het hele gedoe had haar veel te overstuur gemaakt en ze moest eerst tot rust zien te komen.

Anselmo ging daarmee akkoord maar sloot Leonela voor de zekerheid wel op in haar kamer. Tegen zijn vrouw vertelde hij het voorval in geuren en kleuren inclusief de belofte van haar dienstmeid dat zij morgenvroeg enkele bijzondere zaken zou onthullen. Voor Camila was het duidelijk dat haar relatie met Lotario niet langer een geheim zou blijven. Midden in de nacht toen Anselmo in diepe slaap was glipte zij het huis uit om hulp te zoeken bij Lotario. Die wist niets beter te verzinnen dan haar naar een klooster te brengen en zelf de hielen te lichten.

De volgende dag was Anselmo zo benieuwd naar wat Leonela hem zou vertellen dat hij in zijn haast niet doorhad dat Camila niet langer in de echtelijke sponde lag. Wat hij wel snel genoeg doorhad was dat Leonela via het venster was ontsnapt met behulp van aan elkaar geknoopte lakens. Terug in zijn slaapkamer bemerkte hij nu pas dat Camila in geen veld of wegen te bekennen was. Ook Lotario bleek spoorloos te zijn toen hij hem ten einde raad ging opzoeken. Eenmaal weer terug thuis waren al zijn knechten en bedienden bovendien met de noorderzon vertrokken.

Het zou een passend einde zijn geweest aan een vreemd verhaal van een man die de ultieme test voor zijn vrouw bedacht had en daar zelf aan ten onder was gegaan. Maar het ging verder. En ik kan jullie vertellen dat het met Anselmo, Camila en Lotario alledrie slecht afloopt getuige de slotzin die als volgt luidt:

Zo eindigde het leven van deze drie, een einde ontstaan uit een onbezonnen begin.

Don Quichot, p.266

Voor de verandering laat ik het eens hierbij. Mocht je nieuwsgierig zijn hoe zij precies aan hun einde komen dan raad ik je aan om de laatste bladzijdes van het vijfendertigste hoofdstuk zelf te lezen en lees dan ook meteen hoofdstuk zesendertig want daar ga ik volgende week zondag mee verder. Tot dan!

~ ~ ~

20200404 – Leven in tijden van Corona

Een ‘ping’ verstoorde mijn zenmomentje deze namiddag. Ik was bezig onkruid te verwijderen in een gedeelte van de tuin waar dat mij toevertrouwd is. Al het groen dat tussen het grind opkomt is onkruid. Geen twijfel over mogelijk. Vandaar dat Inge mij zonder toezicht daar met een gerust hart kan laten wieden en ikzelf mij enkele uren kan wanen als ware ik Hendrik-Jan de Tuinman himself. En dan was het ook nog eens heel mooi weer. Wat wil je nog meer? Ja, minder onkruid en corona natuurlijk, da’s logisch.

De ping was een seintje dat er een tekstbericht was binnengekomen. Had ik behoefte om te kijken of kon het ook wachten? Het laatste besloot ik en verloor me weer in gedachten die zo betekenisloos waren dat er niets van is blijven hangen. Heerlijk.

Bij de koffiepauze een uurtje of zo later opende ik alsnog het tekstbericht. Hallo Peter, je cadeautje is gearriveerd en ontvangen door Annie. Mooi zo, dacht ik voordat ik doorhad dat er iets niet klopte aan dat bericht. Annie is mijn moeder. Eerder deze week had ik haar aan de lijn om te vragen hoe alles ging in Brabant. Goed. Geen reden tot zorg. Het was allemaal wat ongemakkelijk nu ze binnen moesten blijven maar verder alles onder controle. Wel jammer dat ze komende zaterdag geen bezoek konden ontvangen voor haar verjaardag.

Dat vond ik ook. Er zat voor ons dus niets anders op dan een mooi cadeau uit te zoeken en dat te laten bezorgen in plaats van zelf af te reizen richting Brabant. Want daar wilde ze niets van weten. Laten we dit jaar gewoon alle veiligheidsvoorschriften in acht nemen zodat we volgend jaar allemaal gezond en wel zijn om dan de verjaardagsfeesten wat grootser aan te pakken. Ik begon te rekenen. In 2021 wordt mijn vader 85 jaar en mijn moeder 80. En zijn ze ook nog eens 60 jaar getrouwd. Dat zijn zeker bijzondere dagen om bij stil te staan.

En zodoende zat ik op mijn mobieltje te staren naar het tekstbericht terwijl ik normaal gesproken aan koffie met gebak had moeten zitten in mijn ouderlijk huis. Het was niet anders. Alleen wat klopte er niet aan dat berichtje? Ping! Het licht begon te dagen. Er had Piet moeten staan. Hij was vandaag jarig. Niet mijn moeder. Had ik het echt verkeerd gedaan? Ik checkte op de website de tekst die ik met het cadeau had laten meesturen op de begeleidende wenskaart. Inderdaad. Gefeliciteerd Ma, stond er in toepasselijke sierletters die ik uit had gezocht. Ongelooflijk. Hoe had ik dat verkeerd kunnen doen?

Afijn, gedane zaken nemen geen keer en snel belde ik mijn ouders op. Die konden er smakelijk om lachen. Vooral mijn moeder want zij had nu een doos met haar lievelingschocolade die ze voorlopig nog niet van plan was te delen met mijn vader. Ik probeerde haar de schuld in de schoenen te schuiven van mijn vergissing omdat ze in ons telefoongesprek eerder die week had gezegd dat ze het zo jammer vond dat ze geen bezoek konden ontvangen voor haar verjaardag. Maar daar trapte ze niet in. Ze had gezinspeeld op de verjaardag van mijn vader. Die van haar is een weekje later en misschien dat ik daarom zelf de link had gelegd.

Uiteindelijk was ik blij dat er verder geen bezoek bij mijn ouders zou komen. Onze kaart met de verkeerde tekst erop zou niemand onder ogen komen. Een nieuw tekstberichtje later die namiddag maakte een eind aan die illusie. Het was mijn jongere broer die me feliciteerde met de verjaardag van onze moeder. LOL.

Aan het eind van de avond toen we ons welverdiende avondeten genuttigd hadden na het harde werken in de tuin zaten we nog even op het terras. Het was doodstil. De vogels hadden al hun rustplaats opgezocht want moesten er morgenvroeg weer op tijd uit. Het begon flink af te koelen na een dag die hogere temperaturen had gebracht dan voorspeld maar toch konden we het niet opbrengen naar binnen te gaan. In deze tijden van social distancing prijzen wij ons gelukkig dat we gezegend zijn met voldoende ruimte rondom ons huis zodat we ongestoord buiten kunnen vertoeven. Dan wil je niet naar binnen.

Vanaf het terras hebben we zicht op een hoogspanningsmast die een heel eind verderop in de weilanden staat. Op het hoogste punt zat een grote vogel. Ik kon niet goed uitmaken wat het was. Een roofvogel? Een reiger? Of misschien een ooievaar? Die hadden we hier in de directe omgeving nog niet eerder gezien. Het inzoomen gaf niet het beste resultaat vanwege de invallende schemering maar duidelijk is te zien dat het wel degelijk een ooievaar was.

~ ~ ~

De duizelingwekkende jaren – Inleiding

Deze blogpost is deel 12 van 12 in de serie Cultuurwetenschappen
Jacques-Henri Lartigue, 1912 Automobil Delage

Het studiemateriaal bij de Oriëntatiecursus Cultuurwetenschappen bestaat naast een reader ook uit het boek De duizelingwekkende jaren geschreven door Philipp Blom. Met als ondertitel ‘Europa 1900-1914’. Van het boek hoeven we maar ongeveer de helft te lezen. De inleiding en acht van de vijftien hoofdstukken. Ik kon het niet laten om ook de andere hoofdstukken te lezen. In deze blogpost sta ik stil bij de inleiding.

Blom begint de inleiding met een anekdote over een jongeman die in 1912 aan de kant van de weg staat om een foto te maken van de voorbijrazende auto’s die deelnemen aan de Franse Grand Prix. Wat hem betreft is zijn poging mislukt als hij later het resultaat ziet. De wagen staat er half op en de achtergrond is niet scherp en vervormd.

Hij bergt de foto weg. Zijn naam is Jacques-Henri Lartigue. Het beeld dat hij mislukt acht, zal veertig jaar later worden tentoongesteld en hem beroemd maken. Het toont precies de opwinding, de energie en de snelheid die zo belangrijk waren voor de jaren van de eeuwwisseling en de herfst van 1914.

De duizelingwekkende jaren, p.11

Dit is typerend voor de aanpak die Blom gehanteerd heeft bij dit boek. Bij aanvang van ieder hoofdstuk zien we iets dergelijks terugkomen. Een pakkende gebeurtenis uit de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog die symbool staat voor het onderwerp of thema dat in het betreffende hoofdstuk aan bod komt.

Voor deze inleiding heeft de anekdote tot doel te laten zien dat de beginperiode van de twintigste eeuw niet gezien moet worden als een verlengstuk van de negentiende eeuw die doorliep tot aan het uitbreken van de oorlog. Voor de mensen die rond 1900 leefden, zo betoogt Blom zou dit nostalgische beeld van de goede oude tijd of belle époque niet overeenkomen met hun ervaringen. Vervolgens schetst hij in het kort een aantal kenmerken die toen al typerend waren voor de verandering die was ingezet:

  • snelle technologische veranderingen
  • nieuwe ongekende communicatiemiddelen
  • voortschrijdende globalisering
  • ingrijpende sociale veranderingen
  • allesomvattende consumptiemaatschappij

De wereld was ontegenzeggelijk in alle facetten van het leven sneller en moderner geworden maar dat had naast allerlei positieve verworvenheden die nog maar kort daarvoor ondenkbaar waren geweest ook een keerzijde. De snelheid ging velen te snel. Het werd als angstaanjagend ervaren, zeker als de maatschappelijke veranderingen die ermee in gang werden gezet niet strookten met het vertrouwde beeld of de positie van diegenen die erdoor geraakt werden. Houvast verdween, maar het was onduidelijk wat ervoor in de plaats zou komen en dat bracht een hoop onrust en nervositeit met zich mee.

Kortom, het is duidelijk dat Philipp Blom in de inleiding er al op uit is ons te overtuigen van het feit dat de oorsprong van onze huidige technologische en moderne samenleving zijn oorsprong toch echt heeft in de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog en niet erna. En daarom roept hij de lezer op mee te doen aan een gedachtenexperiment bij het lezen van zijn boek:

stel u voor dat in bibliotheken overal ter wereld een plaag van even vraatzuchtige als selectieve boekwormen alle boeken en foto’s, films en andere documenten over de jaren tussen juli 1914 en 2000 onherstelbaar zou hebben beschadigd. […] Stel u voor dat u de jaren 1900 tot en met 1914 zou kunnen bekijken zonder dat de slagschaduw van de toekomst een duister licht werpt op hun historische heden, als een moment van leven met alle complexiteit en contradicties die daarbij horen, met een toekomst die openligt, precies zoals die jaren zijn beleefd door de mensen uit die tijd.

De duizelingwekkende jaren, p.15

Waarom niet?, zou je misschien geneigd zijn te denken. Of misschien vindt je wel van jezelf dat je dit altijd al doet. Dat was in ieder geval wel mijn eerste ingeving toen ik deze oproep las. Maar toen ik er over ging nadenken moest ik toch wel bekennen dat het veel eerder heel normaal is om het juist niet te doen. En misschien is het wel onmogelijk om het anders te doen. Want we dragen die informatie en kennis nu eenmaal met ons mee. De een wat meer dan de ander, maar toch. Hoe kun je daar aan voorbij gaan zodat je je onbevooroordeeld en zonder voorkennis van wat hun te wachten staat kunt verplaatsen in de mensen die toen leefden?

Philipp Blom geeft nog een tip. Wees even onbevangen als de fotograaf uit de anekdote waarmee hij begint.

Ook al leidt dat misschien tot een vervormd resultaat, een subjectief beeld dat alleen een deel van de werkelijkheid kan vangen, toch is dat de beste manier om de snelheid, de urgentie, de onbevangheid van het leven in die tijd vast te leggen.

De duizelingwekkende jaren, p.14

Geen garantie tot succes maar ik ga het proberen.

Stel je voor dat je de jaren 1900 tot 1914 zou bezien zonder de schaduw die de gruwelijke gebeurtenissen van de twintigste eeuw daarover geworpen hebben. Stel je voor dat je niets wist van de Somme, van Stalingrad, Auschwitz, Hiroshima, dat de toekomst nog open en oningevuld zou zijn.

Zo beschrijft Blom die veertien jaren: zoals ze beleefd zijn in al hun complexiteit en tegenstrijdigheid en met de bijbehorende hoop en vrees. Hoe zag Frankrijk eruit in 1900, ten tijde van de Wereldtentoonstelling? Wat hield de Engelsen bezig in het jaar waarin koningin Victoria stierf? Blom beschrijft de industriële ontwikkeling en de aanzienlijke versnelling waarin de wereld vervolgens raakte. De twintigste eeuw is niet begonnen in de loopgraven, maar in de duizelingwekkende jaren die eraan voorafgingen. Blom betrekt de literatuur en de beeldende kunst erbij en brengt zodoende het verleden op een buitengewoon aantrekkelijke wijze tot leven.

De duizelingwekkende jaren. Europa 1900-1914
Philipp Blom
De bezige bij
ISBN 978023460022

~ ~ ~

20200331 – Leven in tijden van Corona

Waarom ziet een plaatje1 van het corona virus er zo onschuldig uit? Zo mooi zelfs? Je wordt erdoor op het verkeerde been gezet. Het moet juist afschrikwekkend zijn. Representatief voor de dodelijke wurggreep waarmee het de gehele wereldbevolking langzaamaan verstikt.

Dat dacht ik eerst. Totdat ik de Winnie de Poeh zag die langzaam maar zeker verzwolgen wordt in het corona moeras. Alsnog een gruwelijk plaatje.

~ ~ ~


  1. In dit geval: An isolate from the first US case of Covid-19. Photograph: CDC/Reuters 

Rollercoaster van verwikkelingen

Deze blogpost is deel 35 van 36 in de serie Don Quichot - Cervantes

Eerste deel – Vierendertigste hoofdstuk:

Waarin het verhaal van de Ongepast Nieuwsgierige wordt voortgezet

Ik had de smaak weer te pakken schreef ik in augustus 2019. En dat klopte helemal op dat moment. Na het schrijven over hoofdstuk 33 las ik meteen verder want ik was nieuwsgierig geworden hoe het verhaal van Anselmo, Lotario en Camila zou aflopen. Tijdens het lezen maakte ik tevens mijn aantekeningen voor de nieuwe blogpost die de zondag erop zou volgen. Daar bleef het bij wegens mij onbekende redenen want zo goed ken ik mezelf ook weer niet.

Nu zijn we opnieuw een half jaar verder en heb ik het lezen in Don Quichot weer opgepakt naar aanleiding van een lijstje ‘Wat te lezen ten tijde van quarantaine?’ waar onder andere dit boek voorbij kwam. En ik dacht, waarom niet? Ik had het geen straf gevonden, iedere week een hoofdstuk te lezen en er vervolgens een blogpost aan te wijden. Misschien moest ik het maar weer eens proberen. Dus bij deze een zoveelste poging.

We gaan verder bij het briefje dat Camila door een bode naar haar man Anselmo heeft verzonden die op zakenreis is. Wat zij niet weet is dat deze zakenreis een excuus van hem is zodat zijn beste vriend Lotario een poging kan doen om Camila te versieren, wat voor Anselmo de ultieme test is om te zien hoe trouw zij is. In het briefje geeft Camila aan dat zij zich erg ongemakkelijk voelt bij de opdringerige Lotario en graag zou willen dat Anselmo zo spoedig mogelijk huiswaarts keert of dat zijn anders tijdelijk bij haar ouders intrekt.

Je zou denken, avances afgeslagen, briefje verstuurd, test geslaagd. Kappen met die flauwekul en over tot de orde van de dag.

Het loopt anders.

Anselmo laat weten dat hij nog wat zaken heeft af te handelen alvorens hij over enkele dagen naar huis kan en gebiedt haar thuis te blijven. Want Anselmo is nog niet tevreden en gunt Lotario wat meer tijd. Helaas is Lotario inmiddels tot over zijn oren verliefd geworden en speelt niet langer alsof maar probeert Camila daadwerkelijk te verleiden

en daarom deed hij een aanslag op haar ijdelheid met vele loftuitingen op haar schoonheid, want niets brengt de sterke torens der ijdelheid van schone vrouwen sneller ten val en verderf dan vleitaal en pluimstrijkerij.

Don Quichot, p.252

Zou het Lotario lukken?

In films zie je wel eens een fast forward. Dat ga ik nu ook doen. Niet omdat het verhaal zo saai is. Cervantes heeft het allemaal uiterst vermakelijk opgeschreven en het leest vlotjes weg. Wat ik wil laten zien is hoeveel verwikkelingen elkaar opvolgen in slechts enkele bladzijdes. Men zegt wel eens dat de literatuur uit het verleden soms nogal slaapverwekkend traag kan zijn en dat daarom de klassiekers niet meer gelezen zouden worden door de huidige lezers omdat die een hogere dynamiek gewend zijn. Nou, zie dan het volgende dat zich in hooguit acht bladzijdes ontvouwt, ter ontkrachtiging.

  • Lotario besluit niet tegen Camila te vertellen wat Anselmo van plan was, omdat hij bang is dat Camila niet meer in de waarachtigheid van zijn liefdesbetuigingen zou geloven.
  • Anselmo zoekt na zijn zogenaamde zakenreis eerst Lotario op, die hem natuurlijk vertelt dat Camila niet bezweken is voor zijn aanhoudende versierkunsten.
  • Anselmo is overtuigt van de echtelijke trouw die Camila gezworen heeft als onderdeel van de huwelijkse eed maar vraagt Lotario nog enkele lofdichten te schrijven waarbij het idee is dat ze gericht zijn aan een niet-bestaande Chloris zodat Camila niet meer bang hoeft te zijn dat Lotario haar verder lastig zal vallen.
  • Lotario wordt verzocht tijdens de eerstvolgende gelegenheid dat ze alledrie samenzijn enkele van die lofdichten voor te lezen.
  • Camila heeft gelukkig van Lotario gehoord wat hierachter zit anders zou zij van jaloezie misschien wel in een opwelling hun geheime relatie per ongeluk verraden hebben.
  • Anselmo denkt ondertussen dat zijn plan geslaagd is, zonder te beseffen dat Camila snapt dat de lofdichten aan Chloris in werkelijkheid aan haar zijn gericht.
  • Lotario kan zonder probleem de lofdichten voorlezen aan zijn ware geliefde terwijl Anselmo er bij aanwezig is.
  • Camila krijgt later toch enige spijt dat ze in haar ogen zo snel gezwicht is voor de avances van Lotario en ze biecht dit op aan haar kamermeisje Leonela die dit natuurlijk allang was wist.
  • Leonela weet Camila te overtuigen dat hier niets mis mee is1, waarbij enig eigenbelang niet vreemd is want zij heeft zelf een geheime minnaar.
  • Leonela heeft nu vrij spel want Camila kan haar niet meer tot de orde roepen zonder te moeten vrezen dat Leonela haar geheim dan zal onthullen aan Anselmo.

De zonde van een meesteres brengt onder andere deze ellende met zich mede dat zij de slavin wordt van haar eigen gedienstigen en zodoende genoodzaakt is haar onbetamelijkheden en laagheden over het hoofd te zien.

Don Quichot, p.254
  • Lotario ziet op een dag in alle vroegte iemand wegsluipen uit het huis van Anselmo, wat hem doet hem geloven dat Camila ook hem bedriegt met een geheime minnaar.
  • Lotario neemt wraak en vertelt Anselmo dat Camila bijna voor hem gevallen is en dat bij zijn eerstvolgende zakenreis Camila hem in haar slaapkamer zal ontvangen.
  • Lotario weet Anselmo ove te rhalen zich te verbergen in de kamer waar Camila Lotario zal uitnodigen zodra Anselmo zogenaamd weer op reis is.
  • Anselmo kan dan ingrijpen wanneer en hoe hij wil.
  • Lotario realiseert zich niet veel later hoe dwaas hij heeft gehandeld en gaat alsnog naar Camila om te vertellen wat hij heeft gedaan.
  • Camila is onthutst, kwaad en teleurgesteld dat Lotario zonder twijfel aangenomen had dat zij hem ontrouw was. Als hij eerst bij haar gekomen was had zij kunnen vertellen dat het hier de minnaar van Leonela betrof. Toch beseft ze dat het belangrijk is om een list te verzinnen hoe uit deze situatie te geraken.

Daar echter de vrouw van nature een sneller verstand heeft dan de man, zowel in het goede als in het kwade, hoewel het haar vaak in de steek laat als zij rustig begint na te denken, vond Camila in een oogwenk de manier om de schier onoverkomelijke moeilijkheden op te lossen […]

Don Quichot, p.256
  • Camila verzoekt Lotario zich aan het plan te houden.
  • Lotario moet beloven op de vragen te antwoorden die Camila hem zal stellen, maar zij wil nog niet zeggen welke vragen dat zullen zijn.
  • Anselmo vertrekt de volgende dag om eenmaal uit zicht terug te keren en zich te verstoppen.
  • Camila en Leonela betreden de kamer waar Anselmo zich verborgen houdt.
  • Camila vraagt Leonela de dolk van haar man te brengen alsook Lotario te roepen die waarschijnlijk wel weer in de straat rondhangt om haar nog steeds te versieren ondanks zijn lofdichten aan Chloris waarvan zij het vermoeden heeft dat die niet bestaat. Dit alles op luide toon zodat Anselmo het kan horen en opnieuw de bevestiging krijgt dat zij hem trouw is.
  • Camila blijft in afwachting van Lotario achter in de kamer waar zij in zichzelf hardop pratend en met de dolk in haar hand probeert haar gevoelens onder woorden te brengen.
  • Anselmo weet niet wat van dit al te denken totdat het hem duidelijk wordt dat Camila ofwel Lotario zal trachten neer te steken omdat ze niet gediend is van zijn toenaderingen, danwel zichzelf van het leven zal beroven omdat zij er van overtuigt is dat de buurt er al schande van spreekt dat Lotario zo vaak op bezoek komt terwijl haar man op reis is.
  • Anselma wil tevoorschijn komen om aan het hele gebeuren een einde te maken maar hij ziet Leonela en Lotario naderen en kiest er voor zich schuil te houden om te zien hoe het verder gaat.
  • Camila begint op Lotario in te praten dat ze met rust gelaten wil worden en beschuldigt hem tevens ervan dat hij zijn vriendschap met Anselmo bezoedelt.
  • Lotario speelt het spel mee.
  • Camila laat blijken dat zij onbewust iets onachtzaams gedaan moet hebben waardoor Lotario onterecht is gaan denken dat zij op zijn avances in zou gaan en geeft zichzelf de schuld van de situatie zoals die nu ontstaan is, waarna ze zich met volle kracht met de dolk in de hand op Lotario werpt.
  • Lotario weet de aanval af te slaan.
  • Camila kiest ervoor de hand aan zichzelf te slaan en drukt de dolk in haar lichaam op een plek waarvan zij weet dat het haar niet al te ernstig zal verwonden en zakt in elkaar.
  • Lotario is allereerst geschokt door deze wending totdat hij snapt dat het allemaal past in het plan dat Camelia verzonnen heeft.
  • Lotario laat zich door Leonela wegsturen om een dokter te zoeken die in het geheim de wond kan verzorgen zodat haar echtgenoot niet hoeft te weten wat er voorgevallen is.
  • Leonela probeert het bloed te stelpen waarvan ook zij weet dat het weliswaar overvloedig is doch niet levensbedreigend en vraagt hardop aan Camila wat zij nu moeten doen.

Anselmo had met alle aandacht geluisterd en gekeken naar de opvoering van het treurspel van de ondergang zijner eer, waarin alle spelers zo natuurgetrouw speelden dat het niet anders scheen of wat zij vertoonden was de waarheid zelf.

Don Quichot, p.261

En, was het een beetje te volgen of duizelt je het voor de ogen. Ikzelf moest dit hoofdstuk enkele keren overnieuw lezen voordat ik precies doorhad hoe het allemaal in elkaar steekt. En dan heb ik enkele minder belangrijke scenes niet genoemd. Hoe dan ook, ik vond het een mooi voorbeeld van hoe Cervantes slechts enkele bladzijdes nodig heeft om een complex verhaal te vertellen dat van begin tot eind blijft boeien. Hoewel, eind…

Nadat Anselmo gezien heeft dat zijn echtgenote niet levensgevaarlijk gewond is vindt hij het verstandiger zich niet te vertonen om zo haar in de waan te laten dat hij op reis is en niets heeft meegekregen van haar confrontatie met Lotario. Wat dan weer precies de bedoeling van Camila was en zo leek het alsof haar plan geslaagd was. Anselmo had nu met eigen ogen kunnen zien hoever zij bereid was te gaan om haar trouw aan hem te bewijzen waardoor alle verdenkingen van de baan waren.

Is daarmee het verhaal afgelopen? Blijkbaar niet.

Dit bedrog duurde nog enige tijd voort, totdat na verloop van enkele maanden de fortuin haar rad wendde, de snode daad die tot dusverre zo angstvallig was verborgen, zonneklaar bleek, en Anselmo’s ongepaste nieuwsgierigheid hem het leven kwam te kosten.

Don Quichot, p.261

Of we het met deze korte samenvatting moeten doen is mij niet duidelijk. Ik ga mijn best doen volgende week zondag opnieuw een hoofdstuk van Don Quichot te delen. Stay tuned!

~ ~ ~


  1. De grote hoeveelheid clichés en gezegdes die Leonela hierbij inzet is ook vermeldenswaardig want ze geven een goed beeld van wat toen al gangbaar was. 

Wat is cultuurwetenschappen?

Deze blogpost is deel 11 van 12 in de serie Cultuurwetenschappen
Anne Vallayer-Coster (1744-1818): Attributs des arts (1769)

Geen blogpost over het leven in tijden van Corona vandaag? Klopt. Ik wil de komende tijd meer aandacht besteden aan de studie Cultuurwetenschappen die ik in januari van dit jaar ben begonnen aan de Open Universiteit. Mijn plan is om het studiemateriaal dat bij de opleiding hoort de revue te laten passeren om op deze manier met jullie te delen hoe interessant en veelzijdig de opleiding is. Tevens is het voor mij een goede oefening om te zien in hoeverre ik het materiaal beheers.

Verwacht hier geen samenvattingen van de leerstof. Eerder losse opmerkingen over wat mij aansprak tijdens het studeren of opmerkelijke feiten en wetenswaardigheden die ik de moeite van het vermelden waard vind. Wat ik voor ogen heb is dat jullie (net zoals ikzelf) meer inzicht gaan krijgen in de cultuurwetenschappen. Ik hoop dat het voor ons allemaal een boeiende blogserie gaat worden.

Oriëntatiecursus cultuurwetenschappen

Na de inleidende teksten over de opbouw van de cursusstructuur, tips met betrekking tot het lezen van wetenschappelijke teksten en het maken van een realistische studieplanning (in de eerdere delen van deze blogserie heb ik daar al over geschreven) begint de reader met een korte tekst getiteld ‘Wat is cultuurwetenschappen?’

Een interessante vraag. Ik had natuurlijk voordat ik besloot me in te schrijven voor deze opleiding al wat op de website van de Open Universiteit rondgekeken wat ik kon verwachten. Ik wist dat een studie Geschiedenis waar ik in eerste instantie naar op zoek was niet tot de mogelijkheden behoorde en dat Cultuurwetenschappen bij de OU aangeboden werd als een interdisciplinaire opleiding bestaande uit: cultuurgeschiedenis, kunstgeschiedenis, filosofie en letterkunde. Dat vond ik een heel goed alternatief. Maar dat is nog geen antwoord op de vraag wat cultuurwetenschappen is.

Voordat ik de tekst begon te lezen stelde ik me zo voor dat het waarschijnlijk zou gaan over ‘cultuur’, ‘wetenschap’ en de combinatie van deze twee begrippen. Vooral die combinatie is boeiend en wordt in de tekst als volgt beschreven:

De werkwijze van cultuurwetenschappen heeft een eigen karakter, dat afwijkt van die van de natuurwetenschappen. Het verschil tussen beide is dat geestes- of cultuurwetenschappers de werkelijkheid bestuderen vanuit het perspectief van het bijzondere, en niet zoals de natuurwetenschappen algemene wetten willen formuleren.

M. Leezenberg en G. de Vries, Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen (3e, gecorrigeerde druk; Amsterdam 2003) 13, 140-141

Wat vervolgens de vraag oproept of de cultuurwetenschappelijke werkwijze wel even ‘wetenschappelijk’ is als die van de natuurwetenschappen. Iets waar wetenschapsfilosofen het kennelijk nog niet over eens zijn.

De term cultuur wordt aan de hand van Cicero nader gedefinieerd. Het woord ‘cultuur’ is afgeleid van het Latijnse cultura agri, wat staat voor landbouw, oftewel het bewerken van de grond om het vruchtbaar te maken. Cicero trekt de lijn door naar de noodzaak om mensen te onderwijzen (cultura animi) wat tevens de tegenstelling cultuur versus natuur introduceert.

De tekst gaat ook nader in op het cultuurbegrip zelf, waarbij uitgelegd wordt dat aan de Open Universiteit een breed cultuurbegrip wordt gehanteerd:

Het brede of ruime cultuurbegrip beschouwt cultuur als een vanzelfsprekend uitvloeisel van het menselijk leven, dat alles omvat wat door mensen gedaan en gedacht is. Cultuur is het geheel van gewoonten en gebruiken van een groep mensen op een gegeven tijd en plaats.

Leezenberg en De Vries, Wetenschapsfilosofie, 243

Uhm, ok… ‘dat alles omvat wat door mensen gedaan en gedacht is’. Niet misselijk.

Ik moet hierbij nu denken aan de film The Professor and the Madman die ik onlangs op Netflix heb gezien. In deze film, gebaseerd op het boek The Surgeon of Crowthorne: A Tale of Murder, Madness and the Love of Words geschreven door Simon Winchester begint een self-made geleerde in 1879 aan de Sysifusarbeid om alle Engelse woorden (in gebruik of in onbruik) te verzamelen plus een omschrijving en herkomst waar het voor het eerst gebruikt werd. Wat zou leiden tot de beroemde Oxford English Dictionary.

Dit gaat een flinke studie worden.

Als laatste nog de kanttekening die vermeld wordt waar het de benadering betreft als gehanteerd door de Open Universiteit en waar ik het helemaal mee eens ben. Het is niet het uitgangspunt van de Open Universiteit

om waardeoordelen te vellen over de moderne maatschappij, zoals bij andere stromingen in de cultuurwetenschappen het geval is. […] Doel is het ontwikkelen en verfijnen van interpretaties: onze cultuurwetenschappelijke benadering is gericht op het doorgronden van menselijk handelen en de resultaten daarvan.

Het sluit mooi aan bij mijn eigen levensfilosofie. Het proberen iets te begrijpen vind ik nog altijd veel belangrijker dan het vormen/poneren van een oordeel (met of zonder voldoende kennis). In die zin spreekt me dit uitgangspunt erg aan en kijk ik uit naar hoe dat in de verdere studie terug gaat komen.

~ ~ ~

20200327 – Leven in tijden van Corona

We kregen vandaag bezoek van onze zoon en zijn vriendin. Het was onverwachts, kort van te voren aangekondigd en ze zouden maar heel even blijven. Ze moesten in de buurt zijn en maakten van de gelegenheid gebruik om iets terug te brengen wat ze een tijd geleden geleend hadden.

Ik had er niets van meegekregen want zat in een conference call toen ze Inge opbelden dat ze zouden langskomen. Toen ik wat later een korte pauze had liep ik dus nietsvermoedend even naar buiten voor een frisse neus en zag plots drie personen staan op ons terras. Waren we nu in overtreding vanwege het samenscholingsverbod?

Een beetje ongemakkelijk keken we elkaar aan en namen nog niet helemaal automatisch de voorgeschreven afstand in acht. Totdat we realiseerden dat onze zoon en zijn vriendin dat niet hoefden te doen ten opzichte van elkaar en hetzelfde gold voor Inge en mij. Dat maakte het alweer een beetje minder ongemakkelijk.

Maar vreemd bleef het wel. Zeker toen ze weer verder moesten en we zonder de gebruikelijke omhelzingen, kussen en dergelijke afscheid namen. Als compensatie heel veel zwaaien terwijl ze langzamer dan normaal wegreden geeft onvoldoende compensatie. Het voelt gewoon niet goed om op deze manier met je meest dierbaren te moeten omgaan. En daar moeten we nooit aan gaan wennen. Hoe lang dit ook zal duren.

~ ~ ~

20200326 – Leven in tijden van Corona

Het is nog vroeg. Na de beestenboel van ontbijt te hebben voorzien neem ik zelf even de tijd om onder het genot van een kop koffie door het nieuws te scrollen. Natuurlijk is dat voornamelijk gekleurd door het coronavirus. Op de NOS site lees ik het volgende:

Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), zei gisteravond in Nieuwsuur dat het belangrijk om nu al na te denken over hoe onze samenleving eruit komt te zien na corona. Het SCP doet onderzoek naar maatschappelijke ontwikkelingen en het welzijn van mensen.
Putters zegt dat de coronacrisis onze samenleving in de kern raakt. “Mensen willen elkaar nu helpen en er ontstaan allerlei nieuwe initiatieven. Bij veel mensen brengt dit een reflectie teweeg: we moeten dit samenwerken vasthouden. Maar: houden we dat vol als we straks weer in drukke banen zitten?”

Bron: NOS 25 maart 2020

Ik lees de laatste zin nog eens langzaam over. “Maar: houden we dat vol als we straks weer in drukke banen zitten?”

Drukke banen. Straks.

Dan sluit ik het liveblog en stap op mijn virtuele fiets. Richting kantoor. Waar het vandaag lekker rustig is voordat we het straks na de coronacrisis weer druk gaan krijgen…

Ik heb dan weliswaar geen baan die geclassificeerd wordt als een vitaal beroep, maar het wil in mijn geval niet zeggen dat ik het daarom rustig heb gekregen nu we noodgedwongen vanuit huis kunnen werken. En dat zal voor velen onder ons niet anders zijn. Het bovenstaande citaat geeft me daarom een wat nare nasmaak.

Het is die nadruk op dat we elkaar willen helpen. Ja, dat wil ik ook. Wie niet? En doe ik ook volgens mij. Maar dan door volop mee te blijven draaien in de activiteiten van het bedrijf waar ik werkzaam ben. Want de producten en de dienstverlening van ons bedrijf leveren een belangrijke bijdrage aan sectoren die verantwoordelijk zijn voor onder andere voedsel, energie en medicijnen. Dat ik meer zou willen doen naast mijn werk staat boven kijf. Voorlopig gaat echter al mijn energie naar mijn momenteel schijnbaar niet zo drukke baan.

Verder gaat zo’n generaliserende uitspraak ook voorbij aan het feit dat veel mensen nu thuis zitten met misschien minder werkgerelateerde activiteiten, maar dat wil nog steeds niet zeggen dat ze daarom ineens de handen vrij hebben om anderen te gaan helpen. Iedere individuele situatie is anders. Misschien had je geen baan voordat de semi-lockdown inging en ga je aldus ook niet terug naar een leven met baan nadat we meer naar buiten mogen.

En zo mijmerde ik verder tijdens het fietsen en voorat ik het wist was ik op de plaats van bestemming en stapte van mijn hometrainer om een dagje lekker te gaan ontspannen en elkaar te helpen nietwaar.

~ ~ ~

20200325 – Leven in tijden van Corona

Gewerkt. De hele dag. Nergens tijd voor gehad. Zijdelings het nieuws gevolgd maar eigenlijk ook weer niet. Het ene oog in het andere er weer uit. Niets is blijven hangen. Behalve dan vanochtend toen ik op de virtuele fiets naar kantoor zat en de vuilnisophaaldienst al voorbij kwam om de gft-bak te legen. Omdat ik de hometrainer bij het raam heb gezet om zo lekker naar buiten te kunnen staren tijdens het fietsen had ik goed zicht op het legen van de bak. Maar de vuilnisvrouw ook op mij. En ze zwaaide vrolijk naar me terwijl de bak op z’n kop in de hengsels hing. Natuurlijk zwaaide ik evenzo vrolijk terug en fietste nog vrolijker verder. Een mooi lichtpuntje om de dag mee te beginnen.

Op de ‘terugweg’ was het al aan het schemeren en ik raffelde snel de vijftien minuten af die ik voorlopig ingesteld heb om op de ‘heen-‘ en ‘terugweg’ te fietsen. Tenslotte ben ik mijn verkoudheid nog niet helemaal kwijt. Het kriebelhoestje is weer teruggekomen en de loopneus is verdwenen. Het duurt nu ongeveer zo’n anderhalve week. En het blijft gelukkig beperkt bij hoesten. Geen hoofdpijn, keelpijn, spierpijn of koorts. Alleen die hoest. Eenmaal thuis lekker gegeten en wat bijgekletst met Inge. Toen was het alweer tijd om aan de studie te gaan.

Ondanks dat het duidelijk is dat het eerste tentamen dat gepland stond voor 23 april definitief niet doorgaat zie ik vooralsnog geen reden om de teugels te vieren. Daarvoor vind ik tevens ook nog eens veel te leuk om te doen. Zo leuk dat ik van plan ben om wat vaker een blogpost te schrijven over de onderwerpen die bij deze studie aan bod komen. De Oriëntatiecursus Cultuurwetenschappen die het begin vormt van de opleiding heeft een duidelijke structuur en het idee is om die structuur te volgen en daarover te bloggen. Dit zou betekenen dat ik binnenkort iets kan gaan schrijven naar aanleiding van de eerste tekst die we moesten bestuderen: Wat is cultuurwetenschappen? Inderdaad, meervoud.

De blogposts zal ik apart publiceren en onderbrengen in de nieuwe serie die hiervoor speciaal heb aangemaakt: Cultuurwetenschappen. Die inmiddels zonder dat ik het doorhad al uit 10 deeltjes bestaat.

~ ~ ~

20200324 – Leven in tijden van Corona

Vanochtend vergat ik het niet. Ik zou met de ‘virtuele fiets’ naar kantoor gaan. Want dit is mijn nieuwe ochtendschema geworden:

  • opstaan > poezen eten geven > nieuws checken > hometrainer > badkamer > aankleden > werken.

Voorlopig kies ik er voor om rustig een kwartiertje op de hometrainer te fietsen en gedurende die tijd over te schakelen van privé naar werk. Ik neem alvast een beetje de dag door die me te wachten staat en welke taken ik zeker moet proberen af te handelen. Daarna richting badkamer om op te frissen en aan te kleden, en laat dan de (werk)dag maar beginnen.

De overdenking op de hometrainer is trouwens meteen een goede voorbereiding want om 9 uur ‘s ochtends hebben we voortaan iedere dag een zogenaamde ‘stand up’ call met ons business systems team om gezamenlijk informeel wat bij te praten en de laatste ontwikkelingen te delen die voor ieder van ons verschillend kunnen zijn afhankelijk van de locatie (in dit geval Nederland en Roemenië, hoewel we ook collega’s in het team hebben met een Russische en Argentijnse nationaliteit) waar we ons bevinden.

Dachten wij sinds gister flink aangescherpte maatregelen te hebben, in Cluj (Roemenië) kunnen ze er ook wat van. Onze collega’s aldaar wisten ons te vertellen dat er een uitgaangsverbod is vanaf 22 uur ‘s avonds en overdag mag je alleen met hoge uitzondering en met de juiste formulieren naar buiten. Bij overtreding hoge boetes van 4.000 euro en kan aangetoond worden dat door jouw overtreding iemand anders besmet of ziek is geraakt dan hangt je een gevangenisstraf van 15 jaar boven het hoofd. Er rijden continu politieauto’s door de straten voor de handhaving en het verkondigen van deze maatregelen via de megafoon.

Foto genomen door collega in Cluj

De lunchpauze schoot er vandaag een beetje bij in. Er stonden een aantal conference calls achter elkaar gepland en ik had pas tegen drie uur in de namiddag even tijd om een frisse neus buiten in de tuin te halen. Op het terras gezeten met een kop koffie viel me op dat er een grotere vogel dan normaal in een van de boompjes zat. Was het wel een vogel? Ik nam de camera erbij en maakte snel een foto voordat de vogel gevlogen was.

Met een beetje inzoomen werd het al snel duidelijk dat het geen vogel was. Het was een van de nieuwe zwerfkatten die onze vaste buitenstel Oskar en Emmy zijn komen vergezellen. Dit is blijkbaar een exemplaar dat tot het ras van de boomklevers behoort.

Op de virtuele fiets naar huis ‘s avonds was het genieten van hoe het licht van de ondergaande zon over het landschap streek. Vooral de weerspiegeling in de kassen aan de overkant gaf een mooi beeld. Het was een prima afsluiting van de werkdag en erg behulpzaam om in een nieuwe ‘state of mind’ te komen na alle hectiek op kantoor die onverminderd doorgaat, corona of niet.

~ ~ ~