20220120 — donderdag

Ook van­daag thuis gewerkt. Mor­gen weer naar kan­toor. De dag had een aan­tal pit­ti­ge ver­ga­de­rin­gen in pet­to waar ik me goed op had kun­nen voor­be­rei­den, maar waar ik des­on­danks om ver­schil­len­de rede­nen toch een beet­je tegen­op zag. Het viel uit­ein­de­lijk (zoals zo vaak) mee. Helaas liep de laat­ste mee­ting uit en had ik wei­nig tijd om rus­tig te eten want er stond een stu­die­bij­een­komst van de OU gepland. Er was ruim­te om vra­gen te stel­len over de nieu­we stu­die­op­zet waar­over ik eer­der al iets geschre­ven heb (hier, om pre­cies te zijn). De ses­sie duur­de een uur­tje en veel nieuws heb ik niet gehoord. Ik kan gewoon ver­der met mijn hui­di­ge stui­de­plan­ning en gaan­de­weg zul­len er cur­sus­sen ver­dwij­nen en nieu­we voor in de plaats komen. Er gaat wel min­der keus komen omdat het aan­bod nu nog­al breed is, en dat is kos­ten­tech­nisch te duur. Voor­als­nog heb ik er nog geen pro­ble­men mee, ten­zij de nieu­we cur­sus­sen me hele­maal niet aan­spre­ken. In maart komt de nieu­we stu­die­gids uit. Dan ga ik me er wat ver­der in verdiepen.

Gene­sis 21a

God had het goed voor­speld. Sara werd zwan­ger (‘De HEER zag om naar Sara zoals hij had beloofd, hij gaf haar wat hij had toe­ge­zegd’) en baar­de een zoon die Isaak werd genoemd. Vol­gens de regels van het ver­bond met God werd het jon­ge­tje op zijn acht­ste levens­dag door Abra­ham besne­den en werd er later een groot feest geor­ga­ni­seerd toen hij niet lan­ger aan de borst bij Sara hoef­de. En opnieuw leek het of ik in een her­ha­ling van zet­ten terecht­kwam. Want Sara zag hoe Isma­ël, het zoon­tje van Hagar (haar Egyp­ti­sche sla­vin die zij zelf het bed van Abra­ham in had gestuurd) op het feest spot­tend lach­te. Reden genoeg voor haar om Abra­ham te dwin­gen Hagar en Isma­ël weg te stu­ren omdat zij bang was dat haar kind ooit de erfer­nis zou moe­ten delen met Ismaël.

Abra­ham wist met de situ­a­tie niet goed raad daar het hier zijn (eer­ste) zoon betrof. Het was God die uit­komst bracht. Hij ver­tel­de dat Abra­ham met een gerust hart kon doen wat Sara van hem ver­lang­de. Want alleen de nako­me­lin­gen van Isaak zou­den gel­den als zijn nage­slacht. En om hem nog wat meer te over­tui­gen liet hij weten dat Isma­ël ook heel veel kin­de­ren zou krij­gen en eigen volk kon stich­ten. Tevre­den stuur­de Abra­ham daar­op Hagar en Isma­ël de woes­tijn waar ze bei­den bij­na van de dorst omkwa­men tot­dat ze gered wer­den door een engel en God, waar­na ze ver­der trok­ken en zich ves­tig­den in de woes­tijn van Paran.

Abra­ham ver­stoot Hagar en Isma­ël (1657), Il Guer­ci­no (Gio­van­ni Fran­ce­s­co Bar­bie­ri) (1591–1666)

20220119 — woensdag

Thuis­werk­dag. Inge geeft voor twee­de dag op rij trai­ning op loca­tie en ik pas op de twee poe­zen (die zowat de hele dag heb­ben gesla­pen). De oud­ste is gewend dat we bei­den (voor de pan­de­mie) de hele dag op stap waren, maar de jong­ste heb­ben we in huis gehaald net voor de pan­de­mie en die haalt rare frat­sen uit als er ver­der nie­mand in huis is. Dus hou­den we er reke­ning mee in onze plan­ning dat er altijd iemand thuis. 

Qua werk voor­na­me­lijk rou­ti­ne­klus­sen. Wel een inte­res­san­te dis­cus­sie met de ver­koop­ma­na­ger van een van onze kan­to­ren in Euro­pa. De loca­tie is in een land dat geen lid is van de EU. We bespra­ken het sce­na­rio dat zij soms orders kre­gen waar­bij de goe­de­ren bin­nen Euro­pa gepro­du­ceerd wer­den, ver­vol­gens gecon­so­li­deerd moesten wor­den in bij­voor­beeld Ede (Neder­land) en dan bestemd waren voor een eind­klant bin­nen Euro­pa (dus niet in het land waar de order geplaatst werd, dat zich ook nog eens bui­ten de EU bevond). 

In de avond weer voor­na­me­lijk gestu­deerd en onder­tus­sen in blij­de afwach­ting van de komst van ons der­de klein­kind. Een dezer dagen is de moe­der uit­ge­teld. Tot die tijd is het bij elk inko­mend bericht­je even­tjes span­nend of het dan ein­de­lijk zover is. 

Gene­sis 20

Bij het lezen van een nieuw hoofd­stuk in het boek Gene­sis dacht ik op een gege­ven moment dat ik een déjà vu had. Abra­ham heeft zijn vas­te ver­blijf­plaats ver­la­ten en trekt ver­der rich­ting de Negev. Hij vraagt zijn vrouw zich voor te doen als zijn zus­ter. Waar heb ik dat eer­der gele­zen? Juist, in Gene­sis 12. Daar komt de heer­sen­de farao ter ore hoe mooi Sara (die dan nog onder de naam Sarai gaat) is, en geeft opdracht haar naar het hof te bren­gen. Nu is het Abi­me­lech, de koning van Gerar die de vrouw van Abra­ham naar zijn hof laat komen om haar in zijn harem op te nemen. God ver­schijnt ech­ter in zijn slaap en dreigt hem te doden. Abi­me­lech, die nog geen gemeen­schap heeft gehad met Sara ver­de­digt zich door aan te geven dat hem geen blaam treft. Hoe had hij kun­nen weten dat Sara niet de zus­ter van Abra­ham was? God laat weten dat Abi­me­lech zui­ver van gewe­ten is en dat hij hem alleen maar wil waar­schu­wen voor de zon­de die hij bin­nen­kort zou begaan. Hij krijgt de opdracht Sara terug te geven aan Abra­ham, zo niet dan volgt als­nog de dood.

Abra­ham wordt de vol­gen­de dag ont­bo­den aan het hof en Abi­me­lech ver­wijt hem dat hij voor­ge­lo­gen is. Hij vraagt hem uit te leg­gen wat zijn bedoe­lin­gen waren. Abra­ham ont­kent ech­ter dat hij gelo­gen heeft.

Abra­ham ant­woord­de: ‘Ik dacht: Mis­schien heeft men in deze stre­ken geen ont­zag voor God en zul­len ze me doden om mijn vrouw. Boven­dien, ze is wer­ke­lijk mijn zus­ter: ze is de doch­ter van mijn vader. Ze is alleen niet de doch­ter van mijn moe­der, en zo kon ze mijn vrouw wor­den. Toen God mij ver van mijn ver­wan­ten liet rond­zwer­ven, zei ik dan ook tegen haar: “Bewijs me dat ik op je kan reke­nen en zeg over­al waar we komen dat ik je broer ben.”’

Met deze uit­leg gaat Abi­me­lech akkoord. Hij over­laadt Abra­ham met aller­lei geschen­ken, en als­of het niet genoeg is krijgt Abra­ham ook zijn vrouw terug. Of gaat daar lijfs­be­houd ach­ter schuil? Sara krijgt niets. Wel krijgt ze van Abi­me­lech te horen dat haar broer (Abra­ham dus) dui­zend sje­kel zil­ver krijgt voor de ver­meen­de repu­ta­tie­scha­de van Sara. Hier­op bad Abra­ham tot God, en die streek over zijn hart en draai­de de vloek terug waar­mee hij de vele vrou­wen van Abi­me­lech opge­za­deld had, name­lijk dat hun moe­der­schoot geslo­ten was.

Wat uit deze pas­sa­ges in ieder geval dui­de­lijk wordt is dat men niet zo moei­lijk deed voor wat betreft sek­su­e­le betrek­kin­gen bin­nen fami­lie­ver­band, getui­ge de uit­spraak dat Abra­ham en Sara dezelf­de vader had­den. En dat was Terach, zie Gene­sis 11.

Abi­me­lech geeft Sara terug aan Abra­ham (1665–1670), Nico­laes Ber­chem (1621/1622–1683)

20220118 — dinsdag

Thuis­werk­dag. Geen bij­zon­de­re zaken werk­ge­re­la­teerd. Veel calls, wei­nig tijd om aan acties te wer­ken. De ach­ter­stand blijft. Rond zes uur gaan koken. Na het avond­eten aan de stu­die gegaan. Ben op m’n gemak de samen­vat­tin­gen door aan het nemen. Komend week­end ga ik me bezig­hou­den met oefen­ten­ta­mens. Dan krijg ik een beter beeld hoe goed de stof ver­werkt is en waar de aan­dachts­pun­ten lig­gen voor de week erna.

Gene­sis 19c

Lot blijft met zijn doch­ters niet lang in het stad­je Soar. Ze trek­ken ver­der en ves­ti­gen zich per­ma­ment in een grot in de ber­gen. De doch­ters, die voor de ver­woes­ting van Sodom op het punt ston­den te trou­wen, vat­ten op zeke­re dag het plan op om met hun vader te sla­pen aan­ge­zien ze menen dat er ver­der geen man­nen beschik­baar zijn om kin­de­ren van te krij­gen. Ze voe­ren hem dron­ken en de oud­ste heeft die nacht seks met hem zon­der dat hij het in zijn dron­ken­schap in de gaten heeft. De vol­gen­de nacht wordt het nog eens dun­ne­tjes over­ge­daan en deze keer heeft de jong­ste doch­ter gemeen­schap met haar dron­ken vader. Bei­den wor­den zwan­ger. De oud­ste baart een zoon die ze Moab noemt, en die de stam­va­der van de Moa­bie­ten wordt. Ook de jong­ste krijgt een zoon, Ben-Ammi, die op zijn beurt stam­va­der van de Ammo­nie­ten zal wor­den. Er staat niet ver­meld hoe deze stam­va­ders hun nage­slacht ver­wek­ken. Via hun moe­der, of mis­schien hun zus­sen? Wie weet komt dat ver­der nog aan bod.

Lot en zijn doch­ters (1624), Abra­ham Bloe­maert (1566–1651)

20220117 — maandag

Dag­je op kan­toor. Met de Ford Ka en zon­der accu­pro­ble­ma­tiek. Hal­ver­we­ge de dag kre­gen we het goe­de nieuws dat de kan­di­daat voor een open posi­tie in ons team het aan­bod geac­cep­teerd had. Nu kun­nen we met­een door met het zoe­ken naar een ver­van­ger voor het team­lid dat ons bin­nen­kort gaat ver­la­ten voor een baan bui­ten Emer­son. Zo blij­ven we bezig. 

In de namid­dag stond er een terug­kom­ses­sie gepland voor een trai­ning die ik in okto­ber gevolgd had. We kre­gen toen aan het eind de opdracht om drie acties op te star­ten die ver­band moesten heb­ben met wat we geleerd had­den. In de ses­sie van­daag had ieder­een vijf minu­ten de tijd om te ver­tel­len hoe men invul­ling had gege­ven aan die acties en wat de hui­di­ge sta­tus was. Deel­na­me aan de ses­sie was ver­plicht en de terug­kop­pe­ling moest zoda­nig zijn dat dui­de­lijk was dat men er ener­gie in had gesto­ken en dat er ook al resul­ta­ten geboekt waren. Pas dan zou de trai­ning als com­pleet wor­den beschouwd. Ik kan mel­den dat het me gelukt is. 

Tus­sen­door kreeg ik de uit­no­di­ging om deel te nemen in een sub­groep van het duur­zaam­heids­pro­gram­ma op onze loca­tie. De aan­dacht van deze sub­groep zal gericht zijn op duur­zaam­heids­as­pec­ten die ver­band hou­den met de bezoe­kers (intern en extern) die wij gere­geld mogen ont­van­gen. Natuur­lijk heb ik vol­mon­dig ja gezegd. 

Gene­sis 19b

Er was geen tijd te ver­lie­zen. De enge­len namen Lot, zijn vrouw en doch­ters bij de hand, en leid­den hen weg van Sodom en Gomor­ra. De HEER wil­de hen spa­ren maar Lot twij­fel­de of ze tij­dig de bescher­ming van het geberg­te zou­den weten te berei­ken voor­dat het onheil boven Sodom en Gomor­ra zou los­bar­sten. Hij vroeg God of het ook moge­lijk was in een klein stad­je te schui­len dat niet zo ver weg was. God ging akkoord en het gezel­schap op weg. Ze moesten wel opschie­ten, want God liet weten dat ze zolang ze het stad­je nog niet had­den bereikt en niet in vei­lig­heid waren, hij niet kon begin­nen met zijn alles­ver­nie­ti­gen­de acti­vi­tei­ten. Blijk­baar was hij zeer onge­dul­dig, want nog voor­dat ze het stad­je Soar had­den bereikt was de ver­woes­ting al inge­zet mid­dels zwa­vel en vuur dat neer­daal­de uit de hemel. De vrouw van Lot keek om en ver­an­der­de in een zout­pi­laar. De enge­len had­den dan wel gezegd ‘Kijk niet om en sta ner­gens in de val­lei stil’, maar dat deze straf op de over­tre­ding stond had­den ze mis­schien iets dui­de­lij­ker moe­ten dui­de­lijk maken.

Wat ik me afvraag. Hoe wis­ten Lot en zijn doch­ters wat er met hun moe­der was gebeurd als zij zelf niet durf­den om te kijken?

De ver­woes­ting van Sodom en Gomor­ra in de Kro­niek van Neu­ren­berg (1493), Hart­mann Sche­del (1440–1514)

20220116 — zondag

Om wat beter over­zicht te hou­den tij­dens mijn werk aan de lite­ra­tuur­lijst had ik een twee­de scherm aan mijn lap­top gekop­peld. Dat ging goed. Tot van­och­tend. Plots liep alles vast toen ik met mijn cur­sor van het ene naar het ande­re scherm wil­de gaan. Wat ik ook deed, niets hielp. Net toen ik met een ‘har­de reset’ de lap­top wil­de uit­zet­ten werd alles zwart. De ven­ti­la­tor ging als een razen­de tekeer en er kwam zelfs een wolk­je rook uit de zij­kant van de lap­top. Die zal wel naar de filis­tij­nen zijn was mijn eer­ste gedach­te. Maar uit zich­zelf start­te de lap­top weer op om even later weer net te doen als­of er niets was voor­ge­val­len. Beko­men van de eer­ste schrik open­de ik het word-docu­ment waar ik de afge­lo­pen dagen mijn vor­de­rin­gen in heb bij­ge­hou­den. Er was niets ver­lo­ren gegaan. En daar­om kon ik rond het mid­dag­uur mijn lite­ra­tuur­lijst elec­tro­nisch inle­ve­ren. Ik deel ‘m hier­on­der omdat de dead­line inmid­dels ver­stre­ken is en er iede­re keer ande­re onder­wer­pen wor­den uit­ge­deeld. Zoals gezegd was het onder­werp voor nu de poli­tie­ke cul­tuur in Frank­rijk, ca. 1790–1800. De terug­kop­pe­ling volgt in de komen­de dagen (of weken, afhan­ke­lijk van het aan­tal inzendingen).

  1. Baker, Kei­th Michael en Colin Lucas ed., The French Revo­lu­ti­on and the cre­a­ti­on of moder­ne poli­ti­cal cul­tu­re. Vol 2, The poli­ti­cal cul­tu­re of the French Revo­lu­ti­on (Oxford 1988).
  2. Blan­chard, Marc Eli, La Révo­lu­ti­on et les mots. Saint-Just & Cie (Parijs 1980).
  3. Bond, Eli­za­beth Andrews, The wri­ting public. Par­ti­ci­pa­to­ry know­led­ge pro­duc­ti­on in enligh­ten­ment and revo­lu­ti­o­na­ry Fran­ce (New York 2021).
  4. Chi­sick, Har­vey, ‘The pamphlet lite­ra­tu­re of the French revo­lu­ti­on. An over­view’, His­to­ry of Euro­pean Ide­as 17 (1993) afl. 2–3, 149–166.
  5. Darn­ton, Robert en Daniel Roche ed., Revo­lu­ti­on in print. The press in Fran­ce, 1775–1800 (New York 1989).
  6. Darn­ton, Robert, Poe­try and the poli­ce. Com­mu­ni­ca­ti­on net­works in eigh­teenth-cen­tu­ry Paris (Lon­den 2010).
  7. Déplan­che, Nico­las, ‘From young peo­p­le to young citi­zens. The emer­gen­ce of a revo­lu­ti­o­na­ry youth in Fran­ce, 1788–1790’, Jour­nal of Soci­al His­to­ry 45 (2011) afl. 1, 225–237.
  8. Fried­land, Paul, Poli­ti­cal actors. Repre­sen­ta­ti­ve bodies and the­a­tri­ca­li­ty in the age of the French Revo­lu­ti­on (New York 2002).
  9. Gough, H., The news­pa­per press in the French Revo­lu­ti­on (Lon­den 1988).
  10. Guil­lon, Clau­de, Notre pati­en­ce est à bout. 1792–1793, les écrits des Enragé(e)s (Parijs 2009).
  11. Hale, Mat­thew Rain­bow, ‘On their tip­toes. Poli­ti­cal time and news­pa­pers during the advent of the radi­ca­li­zed French Revo­lu­ti­on, cir­ca 1792–1793’, Jour­nal of the Ear­ly Repu­blic 29 (2009) afl. 2, 191–218.
  12. Han­son, Paul R., ‘Monar­chist clubs and the pamphlet deba­te over poli­ti­cal legi­ti­ma­cy in the ear­ly years of the French Revo­lu­ti­on’, French His­to­ri­cal Stu­dies 21 (1998) afl. 2, 299–324.
  13. Har­der, Met­te, ‘Odious and vile names. Poli­ti­cal charac­ter assas­si­na­ti­on and pur­ging in the French Revo­lu­ti­on’ in: Mar­tijn Icks en Eric Shi­raev ed., Charac­ter Assas­si­na­ti­on throug­hout the Ages (New York 2014) 173–190.
  14. Her­ding, Klaus en Rolf Rei­chardt, Die Bild­pu­bli­zis­tik der Fran­zö­si­schen Revo­lu­ti­on (Frank­furt am Main 1989).
  15. Hes­se, Car­la Ali­son, Publis­hing and cul­tu­ral poli­tics in revo­lu­ti­o­na­ry Paris, 1789–1810 (Ber­ke­ley 1991).
  16. Hod­son, Chris­top­her, ‘“In prai­se of the third esta­te”. Reli­gious and soci­al ima­gery in the ear­ly French Revo­lu­ti­on’, Eigh­teenth-Cen­tu­ry Stu­dies 34 (2001) afl. 3, 337–362.
  17. Ken­ne­dy, Michael L., The Jaco­bin clubs in the French Revo­lu­ti­on, 1793–1795 (New York 2000).
  18. Mane­vy, Alain, Les jour­na­lis­tes de la liber­té. Et la nais­san­ce de l’o­pi­ni­on, 1789–1793 (Parijs 1989).
  19. Mar­ge­ri­son, Ken­neth, Poli­ti­cal pamphlets & public opi­ni­on. The cam­paign for a union of orders in the ear­ly French Revo­lu­ti­on (West Lafay­et­te 1997).
  20. Nicol­le, Syl­vain, ‘Décla­mer, chan­ter, détrui­re. Les ambi­gu­ï­tés de la rhé­to­ri­que anti­ter­ro­ris­te dans les théâtres de Paris après Ther­mi­dor’ in: Sop­hie-Anne Leter­ri­er en Oli­vier Tort ed., Rhé­to­ri­que et poli­ti­sa­ti­on. De la fin des Lumi­è­res au prin­temps des peu­ples (Arras 2021) 49–66.
  21. Olsen, Mark V., ‘The lan­gu­a­ge of enligh­te­n­ed poli­tics. The Soci­é­té de 1789 in the French revo­lu­ti­on’, Com­pu­ters and the Huma­ni­ties 23 (1989) afl. 4–5, 357–364.
  22. Rei­chardt, Rolf en Rüdi­ger Sch­midt en Hans-Ulrich Tha­mer, ‘Sym­bo­li­sche Praxis und die Kul­tur­ge­schich­te des Poli­ti­schen. Frank­reich im Zeital­ter der Revo­lu­ti­o­nen’ in: Rolf Rei­chardt en Rüdi­ger Sch­midt en Hans-Ulrich Tha­mer ed., Sym­bo­li­sche Poli­tik und poli­ti­sche Zei­chen­sys­te­me im Zeital­ter der fran­zö­si­schen Revo­lu­ti­o­nen (1789–1848) (Mün­ster 2005) 7–16.
  23. San­de, Antoon van de en Leo Wes­sels, ‘De Engel­se, Ame­ri­kaan­se, Fran­se en Neder­land­se revo­lu­tie in ver­ge­lij­kend per­spec­tief’ in: Wil­lem Frij­hof en Leo Wes­sels ed., Veel­vor­mi­ge dyna­miek. Euro­pa in het ancien régime 1450–1800 (Amster­dam en Heer­len 2006) 299–339.
  24. Tier­sot, Julien, Fêtes et chants de la Révo­lu­ti­on fran­çai­se (Parijs 2015).
  25. Zizek, Joseph, ‘“New His­to­ry”. The radi­cal pasts of the French Revo­lu­ti­on, 1789–1794’ in: David A. Bell en Yair Mintz­ker, Rethin­king the age of revo­lu­ti­ons. Fran­ce and the birth of the modern world (Oxford 2018) 154–192.

Wat ik moei­lijk vond bij deze opdracht is in te schat­ten wel­ke publi­ca­ties daad­wer­ke­lijk rele­vant genoeg zijn. Ook kun je nood­ge­dwon­gen niet alle publi­ca­ties opne­men omdat je ‘slechts’ maxi­maal vijf­en­twin­tig titels op de lijst mag zet­ten, die ook nog eens ver­deeld moe­ten zijn over de ver­schil­len­de mate­ri­aal­soor­ten (boek, arti­kel in tijd­schrift, arti­kel in boek). Ik ben daar­om benieuwd of in de terug­kop­pe­ling daar meer over ver­meld wordt.

Deze lite­ra­tuur­lijst is één van de twee eind­op­drach­ten die gel­den voor Inlei­ding cul­tuur­ge­schie­de­nis 1. De ande­re is een mul­ti­ple choi­che ten­ta­men op 1 febru­a­ri. Mor­gen ga ik daar mee aan de slag. Van­daag heb ik mezelf na de gele­ver­de inspan­nin­gen met betrek­king tot de lite­ra­tuur­lijst de rest van de dag vrij­af gege­ven. Vrij­af van het stu­de­ren wel­te­ver­staan. Er waren genoeg ande­re klus­jes op te pak­ken die waren blij­ven lig­gen. ’s Avonds ben ik ein­de­lijk weer eens met een goed boek in een luie stoel geval­len. Weekend!

Gene­sis 19a

De twee enge­len die door waren gelo­pen ter­wijl Abra­ham met God aan het onder­han­de­len was, kwa­men bij het val­len van de avond aan in Sodom. Daar lie­pen ze bij toe­val Lot tegen het lijf die hen ver­zocht bij hem thuis te over­nach­ten. Iets wat ze in eer­ste instan­tie afsloe­gen omdat ze op het plein de nacht wil­den door­bren­gen. Maar Lot wist hen te over­tui­gen dat ze beter met hem mee kon­den gaan.

Laat op de avond onstond er rumoer bui­ten het huis van Lot. Zowat de hele stad was uit­ge­lo­pen om te zien wie Lot in zijn huis had uit­ge­no­digd. Het bleek dat de menig­te zich graag met deze gas­ten wil­den bezighouden. 

‘Waar zijn die man­nen die bij je over­nach­ten?’ rie­pen ze Lot toe. ‘Breng ze naar bui­ten, we wil­len ze nemen!’

Lot en de Sodo­mie­ten (12e/13e eeuw), mosa­ïek in Dom van Mon­re­a­le te Sicilië

Lot haast­te zich naar bui­ten om de menig­te ervan te over­tui­gen dat zoiets onbe­ta­me­lijks geen door­gang kon vin­den. In plaats daar­van bood hij gene­reus zijn twee doch­ters als alter­na­tief aan. 

‘Luis­ter, ik heb twee doch­ters die nog nooit met een man gesla­pen heb­ben. Die zal ik bij jul­lie bren­gen, doe met hen wat jul­lie wil­len. Maar laat die man­nen met rust, ik heb hun niet voor niers een vei­lig onder­ko­men geboden.’

Ik weet nog van de vori­ge keer dat ik een poging onder­nam om de bij­bel te lezen dat ik bij deze pas­sa­ge (en ook die waar Abra­ham zijn vrouw aan de farao geeft) best wel geschokt was om dit te lezen. Een vader die in het kader van gast­vrij­heid en vei­lig­heid ervoor kiest om zijn bloed­ei­gen doch­ters aan een menig­te sek­su­eel ver­dor­ven man­nen te schen­ken, gevolgd door ‘doe met hen wat jul­lie wil­len’. Dat gaat wel heel erg ver, dunkt mij.

De Sodo­mie­ten laten zich ech­ter niet over­ha­len en drei­gen de deur te for­ce­ren. Het zijn de enge­len die han­de­lend optre­den door de bela­gers met blind­heid te slaan. Waar­schijn­lijk heb­ben ze niet gehoord wat Lot met zijn doch­ters van plan was, want ze vra­gen hem of hij nog meer fami­lie heeft. Daar­op gaat Lot op zoek naar zijn vrouw, doch­ters en toe­kom­sti­ge schoon­zoons om ze te waar­schu­wen dat ze snel moe­ten ver­trek­ken. De schoon­zoons gelo­ven hem ech­ter niet dat Sodom ver­woest zal gaan worden.

20220115 — zaterdag

Vol­gens plan­ning zowat de hele dag aan de lite­ra­tuur­lijst gewerkt. Veel tijd zit in het stuk voor stuk in detail nagaan of een publi­ca­tie rele­vant genoeg is. De longlist van meer dan hon­der­vijf­tig publi­ca­ties heb ik weten terug te bren­gen naar vijf­tig. De ver­de­ling is op dit moment acht­en­twin­tig boe­ken, twaalf arti­ke­len in tijd­schrif­ten en tien arti­ke­len in bun­dels. De vol­gen­de stap die ik mor­gen­vroeg ga doen is het aan­tal terug bren­gen naar vijf­en­twin­tig stuks, waar­bij mini­maal vijf boe­ken, vijf arti­ke­len in tijd­schrif­ten en vijf arti­ke­len in bun­dels. Er moet een goe­de balans zijn tus­sen de diver­se deel­on­der­wer­pen, auteurs en datum van publi­ca­tie. Als laat­ste dan nog de lijst sor­te­ren op ach­ter­naam (eer­ste) auteur en vol­gens de bibli­o­gra­fi­sche con­ven­ties. Nor­maal gespro­ken moet dat alle­maal op tijd luk­ken zodat ik de opdracht aan het eind van de mid­dag op kan sturen. 

Gene­sis 18b

Als de enge­len hun maal­tijd genut­tigd heb­ben zet­ten ze de tocht voort rich­ting Sodom. Abra­ham loopt een eind­je met hen op. Het is God die besluit om Abra­ham in te lich­ten over het doel van hun bezoek aan Sodom. Ten­slot­te is Abra­ham voor­be­stemd om stam­va­der te wor­den van een groot en mach­tig volk. Daar­om zei de HEER:

Er zijn ern­sti­ge beschul­di­gin­gen geuit tegen Sodom en Gomor­ra, hun zon­den zijn onge­hoord groot. Ik zal ernaar­toe gaan om te zien of de klach­ten die ik over hen heb gehoord gegrond zijn en zij ver­woes­ting over zich heb­ben afge­roe­pen. Dat wil ik weten.

Ter­wijl God uit­leg gaf aan Abra­ham lie­pen de ande­re twee enge­len ver­der. Waar­schijn­lijk met zijn neef Lot in het ach­ter­hoofd, die ten­slot­te in Sodom woon­ach­tig is vraagt Abra­ham of God van plan is alle men­sen te doden, ook de onschul­di­gen. Want in zijn ogen zou dat onrecht­vaar­dig zijn. God laat weten dat als hij vijf­tig onschul­di­gen aan­treft hij de hele stad ver­ge­ving zal schen­ken. Het is het start­sein voor Abra­ham om in een soort van hand­je­klap het aan­tal onschul­di­gen dat vol­doen­de zou moe­ten zijn voor de red­ding van de stad beet­je bij beet­je naar bene­den te onder­han­de­len tot een aan­tal van tien. Daar­op ver­trekt God rich­ting Sodom en Abra­ham terug naar zijn tent. Of het vol­doen­de zal zijn om de ver­woes­ting af te wen­den blijft voor­lo­pig ongewis.

Abra­ham en de drie enge­len (1513), Lucas van Ley­den (1494 – 1533)

20220114 — vrijdag

De auto is weer terug! Het ver­los­sen­de woord had­den we net voor kerst al door­ge­kre­gen. De oor­zaak van de lek­ken­de accu was gevon­den. Een kapot­te dyna­mo was de boos­doe­ner. Maar inmid­dels had het onder­zoek zoda­nig veel tijd in beslag geno­men dat de ver­plich­te APK keu­ring gedaan moest wor­den. Dus bleef mijn auto staan waar hij stond en was het afwach­ten gebla­zen of hij door de keu­ring zou komen. Dat is geluk­kig ook goed gegaan. Van­daag kon ik ‘m dan ein­de­lijk gaan opha­len. De reke­ning was pit­tig maar rede­lijk gezien de tijd en ener­gie die erin was gesto­ken om de auto gere­pa­reerd te krij­gen. Als het goed is kan ik er nog wel een aan­tal jaar mee vooruit.

Voor­dat het zover was had ik wel de och­tend van­uit huis gewerkt. Daar­na de auto opge­haald en de mid­dag en avond weer bezig geweest met de lite­ra­tuur­lijst. Het is erg bewer­ke­lijk en tijd­ro­vend. Hoe­wel het cate­go­ri­se­ren opschiet heb ik toch het gevoel dat ik mor­gen vol aan de bak moet om tij­dig klaar te zijn voor de dead­line van zon­dag­avond. Nog even afzien dus. Hoe­wel, met­een daar­na moet ik door met de stu­die voor het ten­ta­men op 1 febru­a­ri. Never a dull moment.

Gene­sis 18a

Het wordt een­to­nig maar opnieuw ver­schijnt de HEER aan Abra­ham. In de gedaan­te van drie enge­len als ik het goed begrijp. Het was een hete dag en Abra­ham zat in de scha­duw van zijn tent. Toen hij de drie enge­len zag nade­ren en door­had dat het hier de HEER betrof ging hij onmid­del­lijk naar zijn vrouw Sara om haar te ver­zoe­ken vers brood te bak­ken. Een knecht moest een mals kalf slach­ten en berei­den, en zelf haal­de hij boter en melk. In een oog­wenk was het kalf gebra­den en een vers gebak­ken brood beschik­baar en de gas­ten kon­den aan tafel.

Als­of het niet onlangs al aan Abra­ham beloofd was, ver­tel­den de enge­len dat ze over pre­cies een jaar terug zou­den keren en dat dan Sara inmid­dels beval­len was van een zoon. Sara, die stie­kem stond mee te luis­te­ren schoot in de lach (net als Abram/Abraham in Gene­sis 17) bij het idee op haar leef­tijd nog een kind te moe­ten baren. God hoor­de het en vroeg aan Abra­ham waar­om zijn vrouw moest lachen. Als­of het om een goo­chel­truc ging liet hij Abra­ham weten dat voor God niets onmo­ge­lijk is. Sara krab­bel­de terug en ont­ken­de dat ze gela­chen had. Maar God zei: ‘Ja, je hebt wel gelachen.’ 

Abra­ham en de drie enge­len (1656), Ger­brand van den Eeck­hout (1621–1674)

20220113 — donderdag

Thuis­werk­dag. De eer­ste mail die ik open­de infor­meer­de mij dat ik aan­ge­we­zen was om voor de Euro­pe­se afde­ling van ons bedrijfs­on­der­deel een Train de Trai­ner ses­sie te vol­gen over het lei­den van effec­tie­ve vir­tu­e­le teams. De bedoe­ling is ver­vol­gens dat ik die­zelf­de ses­sie ga geven aan de diver­se Euro­pe­se team­ma­na­gers die dat dan ook weer moe­ten gaan doen met hun eigen teams. Een soort van pira­mi­de­spel. Het vreem­de is alleen dat vori­ge week nog werd gevraagd voor vrij­wil­li­gers en dat ik nu aan­ge­we­zen ben zon­der dat ik me aan­ge­meld had. 

Van het plan om deze avond weer ver­der te wer­ken aan de lite­ra­tuur­lijst is niets geko­men. Ik was ver­ge­ten een tus­sen­tijds ver­slag te schrij­ven van de drie doe­len die ik mezelf gesteld had na een inten­sie­ve drie-daag­se trai­ning vorig jaar okto­ber. Dit ver­slag moest uiter­lijk deze week inge­stuurd wor­den voor de afron­den­de mee­ting die a.s. maan­dag gepland staat. Als ik het ver­slag niet inle­ver wordt de trai­ning als niet gevolgd beschouwd en moet ik ‘m opnieuw doen dit jaar. Dat lijkt me niet han­dig, van­daar deze avond toch maar de pri­o­ri­teit aan het ver­slag gegeven.

Gene­sis 17

Der­tien jaar na de geboor­te van zijn bui­ten­ech­te­lij­ke zoon Isma­ël bij Hagar ver­schijnt God opnieuw aan Abram. Niet voor de eer­ste keer begon God weer over een ver­bond dat hij met Abram wil­de aan­gaan. Het ging nu gepaard met enke­le voor­waar­den. Zo moest Abram een onbe­ris­pe­lijk leven lei­den, een naams­ver­an­de­ring onder­gaan van Abram naar Abra­ham, en als teken van het ver­bond zou­den alle man­nen en jon­gens voort­aan besne­den moe­ten wor­den. Bij nieuw­ge­bo­re­nen zou dat na acht dagen die­nen te geschie­den, maar met terug­wer­ken­de kracht ook bij Abra­ham, zijn zoon Isma­ël en ieder­een die zich in zijn gezel­schap bevond, inclu­sief slaven. 

De besnij­de­nis van Abra­ham, prent uit Bij­bel van Jean de Sy (1355–1357)

Ook ver­tel­de God dat Abra­ham van zijn vrouw Sarai, die voort­aan de naam Sara zou dra­gen, een zoon kon ver­wach­ten die ze Isaak moesten noe­men. Met hem zou God het ver­bond voort­zet­ten. Abra­ham kon niet anders dan lachen bij de gedach­te dat hij op hon­derd­ja­ri­ge leef­tijd bij zijn hoog­be­jaar­de vrouw van over de negen­tig een zoon zou weten te ver­wek­ken. Het weer­hield hem er niet van om nog dezelf­de dag zich­zelf en alle ande­re man­nen te (laten) besnijden.