Indiërs op de Ginkelse Hei

Alweer ruim twee jaar rij ik elke werkdag over de N224 van Arn­hem naar Ede. En ’s avonds rijd ik net zo braaf weer terug naar huis.

Toen mijn huidi­ge werkgev­er van Vee­nen­daal naar Ede ver­huis­de was het even zoeken naar een geschik­te route naar de nieuwe werk­plek. Zou het de kort­ste weg wor­den via de snel­we­gen A50 en A12? Of lekker rustig bin­nen­door over de reeds ver­melde N224? Voor wie elke dag de file-bericht­en beluis­terd en voor wie ook nog weet dat ik een broert­je-dood heb aan het gejakker en gejaag op de Ned­er­landse snel­we­gen, hoeft het geen ver­rass­ing te zijn dat het de rustige bin­nen­weg is gewor­den. Aldus rij ik zoals gezegd elke ocht­end heer­lijk op m’n gemak over de Ginkelse Hei voor­dat ik m’n autoot­je in de par­keer­garage achter­laat en enkele uren op kan­toor ga door­bren­gen.

Niets bij­zon­ders, toch?

Afgezien van het feit dat het uitzicht ook die ocht­end weer adem­ben­e­mend was, passeerde ik de Ginkelse Hei afgelopen maandag in gedacht­en ver­zonken over het pro­gram­ma van de tweede week van de work­shop die ik geor­gan­iseerd had. De eerste week was goed ver­lopen ondanks dat ikzelf niet hele­maal fit was. Vooraf­gaand aan de work­shop had ik het hele week­end met koorts in bed gele­gen. Op maandag met veel moeite en de nodi­ge medici­j­nen de eerste dag doorgekomen. Elke vol­gende dag ging iets beter, en op het eind van de eerste week voelde ik mezelf weliswaar flink uit­geput maar ook erg voldaan. De aftrap van het project was achter de rug en de eerste resul­tat­en van de work­shop waren hoopgevend. Op vri­jdag­mid­dag kon ik dan ook de bei­de Amerika­nen bedanken voor hun bij­drage en ze een veilige reis wensen terug naar de VS. De twee Indiërs die ook over waren gekomen zouden het week­end best­e­den aan toeris­tis­che trips in ons mooie land en nog een week bli­jven om het verza­melde mate­ri­aal verder met mij uit te werken. Over dat laat­ste zat ik na te denken die maandagocht­end.

Op het werk trof ik de indiërs in opperbeste stem­ming aan. De zater­dag had­den ze in Ams­ter­dam (waar anders?) doorge­bracht en zondag waren ze naar Arn­hem gegaan. Arn­hem? Ja, Arn­hem! Waar vooral Nagesh op had aange­dron­gen. De reden dat hij naar Arn­hem wilde had te mak­en met oper­atie Mar­ket Gar­den. Het bleek dat hij goed op de hoogte was van wat zich tij­dens WO-II in Europa en Ned­er­land had afge­speeld. Respectvol wist hij te vertellen over de pogin­gen van de geal­lieer­den om halver­wege 1944 ons land te bevri­j­den van de Duitse bezetter. In Arn­hem had­den ze plekken en musea bezocht die hij tot nu toe alleen maar uit boeken en films kende. Hij was diep onder de indruk ger­aakt. Ajay was intussen meer en meer aangesto­ken door het ent­hou­si­asme van Nagesh en wist inmid­dels ook een hoop te vertellen van wat er alle­maal voorgevallen was in deze omgev­ing. En bracht op een gegeven moment het Air­borne mon­u­ment op de Ginkelse Hei ter sprake.

Een mon­u­ment dat ik iedere werkdag twee keer passeer. Maar dat hele­maal niet wist. Nooit gezien had.

Om mijn onwe­tend­heid te ver­ber­gen bood ik spon­taan aan om nog diezelfde week het mon­u­ment ’s mid­dags tij­dens lunchti­jd met hen te gaan bezoeken. Het is tenslotte hoo­gu­it een min­u­ut of 10 rij­den. De afspraak werd vast­gelegd voor de vol­gende dag. Wat mij gele­gen­heid gaf om me te verdiepen in wat zich had afge­speeld op de Ginkelse Hei in 1944. Diezelfde avond begon ik te lezen op inter­net.

Ik las over John Jef­freys:

John is een Mar­ket Gar­den-vet­er­aan, en inmid­dels 87 jaren oud.

We schri­jven zondag 17 sep­tem­ber 1944. De bezetters hebben de Ginkelse Hei­de in han­den en daarmee 1 van de belan­grijke aan­vo­er­routes naar Arn­hem. De Geal­lieer­den hebben een ver­rass­ingsaan­val (Mar­ket Gar­den) voor­bereid en rond een uur of 3 ’s mid­dags vliegen er ongeveer 120 vlieg­tu­igen boven de Ginkelse Hei­de waaruit een kleine 1000 para­troop­ers sprin­gen. Dit geeft enorme gevecht­en en uitein­delijk kri­j­gen de bezetters het groot­ste gedeelte van de hei­de weer in han­den. Ze steken hier­na de hei­de in brand. De Engelsen vlucht­ten richt­ing Ede.

Maandag 18 sep­tem­ber 1944, weer een ver­rass­ingsaan­val. Echter, de bezetters zijn nu voor­bereid. Ze hebben zwaar afweergeschut in de bossen langs de N224 geplaatst. John is één van de para­troop­ers op deze dag. Boven de hei­de ziet hij “a pre­lude of hell”, een voor­por­taal van de hel. Het groot­ste gedeelte van de hei­de staat in brand, kogels vliegen dwars door de vlieg­tu­igen heen, dode kam­er­aden liggen in het vlieg­tu­ig of hangen dood aan hun para­chute. Met volle muni­tiebepakking en zon­der aarzel­ing springt John. Halver­wege het vlieg­tu­ig en de hei­de wordt hij ger­aakt door afweergeschut. De kogel gaat via z’n link­erdi­jbeen z’n rechterz­ij weer uit. John komt zwaarge­wond neer en hij ziet lev­ende, gewonde en dode collega’s in de grote brand terechtkomen. Uit alle macht probeert hij buiten de vlam­men te bli­jven en uitein­delijk hebben Poolse collega’s hem in vei­ligheid kun­nen bren­gen. Oper­atie Mar­ket Gar­den is, zoals bek­end mis­lukt. John is her­steld in een hos­pi­taal in Oost­er­beek en is hier­na naar Duit­s­land getrokken om verder te vecht­en voor de bevri­jd­ing. Hier is hij nog gevan­gen genomen en in een kamp geplaatst. Tot de bevri­jd­ing.

In totaal is John 14 maal naar de her­denkin­gen gekomen. Al die jaren daar­voor durfde hij niet. Hij was bang dat de Ned­er­lan­ders de Engelsen kwal­ijk zouden nemen dat Mar­ket Gar­den was mis­lukt.

Ik las nog veel meer. Het bezoek aan het mon­u­ment en de Ginkelse Hei was hier­na voor zow­el Nagesh en Ajay alsook voor mij een bij­zon­dere gebeurte­nis. Mijn gede­tailleerde feit­enken­nis (in korte tijd er in gestampt zoals ik me vroeger voor­berei­d­de voor een proe­fw­erk) zorgde er voor dat ik vol­doende te vertellen had ter­wi­jl we een stuk­je over het ver­lat­en en winderige hei­de­land­schap wan­delden. Nadat we nog wat foto’s had­den genomen zijn we weer terug gere­den naar kan­toor.

De rest van de week bleef dit uit­stap­je een terugk­erend gesprek­son­der­w­erp. Vooral toen ik de vol­gende dag de foto’s liet zien die ik genomen had. Eén ervan vat­te vol­gens Nagesh het gevoel wat hij op die plek had gehad goed samen. Op de foto staan Nagesh en Ajay samen met onze IT man­ag­er onder een een­zame kale boom. Er hangt een troost­eloosheid over het beeld wat vol­gens hem sym­bol­isch was voor de plek. Er zit wel iets in.

Van­daag zijn ze teruggevlo­gen naar India. Ajay via Par­i­js en Nagesh via Frank­furt. Toe­val? Want Ajay spreekt een aardig mond­je Frans sinds hij daar een tijd­je heeft gew­erkt. Gedurende zijn verbli­jf is hij zich gaan verdiepen in de Europese cul­tu­ur. Z’n spaarzame vri­je tijd heeft hij gebruikt om diverse plaat­sen te bezoeken. En Nagesh ver­baas­de me toen hij plot­sel­ing Duits begon te spreken. Een vijf­tal jaar gele­den gaan leren omdat hij in een project voor een Duitse fir­ma ging werken. Wie weet, miss­chien ging hij wel naar Duit­s­land. Een­maal met Duits begonnen was ook bij hem al snel de inter­esse gewekt om meer te weten over onze West­erse cul­tu­ur.

Inmid­dels sprak­en ze bei­den al enkele zin­nen Ned­er­lands.

Bij het afscheid nemen vroeg Nagesh mij of ik dit jaar in sep­tem­ber foto’s wilde mak­en op de Ginkelse Hei. Niet alleen van de her­denk­ing, maar om te lat­en zien hoe de hei er in sep­tem­ber bij ligt. Hij hoopte dat het dan niet zo’n treurig beeld zou zijn. Dat de para­troop­ers, ter­wi­jl ze aan hun onbestu­ur­bare para­chutes hangend langza­am in de vuur­zone van de duit­sers terechtk­wa­men, een zekere dood tege­moet, nog een stuk­je troost kon­den vin­den in het beeld van een bloeiende hei. Daar zat hij namelijk echt mee.

Natu­urlijk ga ik die foto’s mak­en.

Elke werkdag zal ik daar aan herin­nerd wor­den wan­neer ik over de Ginkelse Hei rij.

Wat ik verder ook ga doen?
Mezelf wat meer verdiepen in India.

~ ~ ~

Tags

(all tags)

Tweets