De stille kracht van het snoephuisje

Opnieuw zijn ze achterge­lat­en in het donkere bos.

Hans slaat zijn arm bescher­mend om Gri­et­je.
“Wees maar gerust. Weet je nog van die vorige keer? Met die kiezel­steen­t­jes? Nu heb ik brood­kruimels gebruikt. Kijk! Daar zie ik er al een­t­je liggen. We hoeven alleen maar het spoor terug te vol­gen.”

Huilend tegen zijn schoud­er zegt Gri­et­je: “Maar wat nu als papa ons mor­gen weer mee­neemt en ons achter­laat? Gaan we dan elke keer alleen naar huis? Houden we papa niet van zijn werk als hij ons steeds eerst ver weg moet bren­gen? En thuis­bli­jven wil ik ook niet!”

Vanu­it zijn bin­nen­zak haalt Hans een zak­doek en geeft die aan Gri­et­je.
“Kom, droog je tra­nen, en zeg niet van die rare din­gen. Je zult zien hoe blij papa en, euh…, mama zijn om ons weer te zien. Wil je dan niet graag naar huis?”

Ja, natu­urlijk.” Gri­et­je droogt haar tra­nen en even lijkt het kind in haar verd­we­nen en plaats te mak­en voor een ver­moei­de vol­wassene. “Nee. Ik wil heel graag naar papa terug, maar miss­chien wil papa niet dat we thuiskomen. Hoe kan hij ons nou twee keer ver­geten, Hans? Heeft hij het gewoon zo druk?”

Papa heeft veel aan zijn hoofd. Hij moet hard werken om elke dag weer eten voor ons te kun­nen kopen. En onze nieuwe mama heeft het te druk met van alles om papa te kun­nen helpen. Zoals mama vroeger wel alti­jd deed.” Bij­na onmid­del­lijk heeft Hans spi­jt van deze woor­den.

Bij het horen noe­men van mama kri­jgt Gri­et­je iets dromerigs in haar ogen. Mama. Wat lijkt het lang gele­den, maar wat voelt het dicht­bij. “Oh, Hans, kijk, zie je dat kleine koni­jn­t­je daar? Aah, het kijkt achterom. Kom, ik wil hem een stuk­je vol­gen.” En Gri­et­je rent in de richt­ing van het koni­jn­t­je.

Gri­et­je! Je gaat de ver­keerde kant op!” Maar Gri­et­je is al verd­we­nen.
Het zon­licht wat zo overvloedig de open plek in het bos ver­licht, lijkt net als Hans te aarze­len voor de ges­loten rij woudreuzen waar­tussen Gri­et­je de donkerte is ingerend. Een paniekgevoel over­valt Hans. Dan neemt hij een besluit.

Zigzaggend schi­et het koni­jn­t­je tussen de bomen door. Af en toe lijkt hij als een veert­je recht op en neer te sprin­gen. Als een beweg­wi­jz­er­aar die de route aangeeft. De zon aarzelt nog steeds, maar Gri­et­je lijkt met een onzicht­baar draad­je ver­bon­den aan de sprin­gende veer. Plot­sel­ing knapt de draad. De span­ning is weg. Het koni­jn­t­je ook. Gri­et­je wordt over­mand door een gevoel van een­za­amheid. Hans, waar is Hans? “HANS…!”

GRIETJE! WAAR BEN JE?” Moeiza­am baant Hans zich een weg door de dichte begroei­ing. Hij heeft geen idee welke kant Gri­et­je is opge­gaan. Dan ziet ook Hans een koni­jn­t­je weg­glip­pen achter een boom. Zon­der zich te bedenken zet Hans de achter­vol­ging in. Dieper in het woud klinkt een schril gelach.”

Ja, beste duo-schri­jvers, jul­lie kun­nen wel het sprook­je willen aan­passen, maar denk je nu echt dat ik mij de kans laat ontzeggen om deze tor­tels te spekken, braden en nut­ti­gen? AAHAHAAAAAA…”

~ ~ ~

Van­daag heeft Anja Bekke­ma een sprook­je op het Fan­tasier­ijk geplaatst in het kad­er van de Maar­top­dracht.
Het is getiteld => De stille kracht van het snoe­phuis­je.

Het bij­zon­dere van het sprook­je is dat we het samen hebben geschreven.
Al in Feb­ru­ari met de bushok­je­sop­dracht was het idee ontstaan, maar uitein­delijk pas in Maart van de grond gekomen en tot uitvo­er­ing gebracht. En het was een heel leuke en aparte ervar­ing. Die naar meer smaakt (toch Anja?).

We lat­en nog even in het mid­den hoe dit sprook­je tot stand is gekomen, en ook wie wat heeft geschreven.

~ ~ ~

Tags

(all tags)

Tweets