Roulette

  • Fictief

Het voelt als Rus­si­sche Rou­let­te. Enke­le keren kijk ik voor mijn gevoel recht in de loop van het geweer.
Wat zou het lot met mij voor heb­ben? Gun­stig gezind te zijn? Omdat ik niet door Anouk gekust wil wor­den? Ach, hoe graag zou ik eens echt wil­len zoe­nen. Zelfs met Rooie Anouk.
Maar niet hier in dit fiet­sen­hok. Met ieder­een erbij. Ik zou het lacher­tje van de hele school wor­den. Als­nog. Ter­wijl ik er bij­na weg ben.

Waar­om moest ik nou zono­dig mee naar het fiet­sen­hok. Juist met de meest luid­ruch­ti­ge en las­tig­ste groep leer­lin­gen van dit exa­men­jaar. Op zoek naar haar bij toe­val mezelf aan­ge­slo­ten bij dit gezel­schap waar ik hele­maal niets mee heb.
En nu dit. Ik voel het plak­ke­ri­ge zweet in mijn oksels. Het kan niet anders of er zul­len vlek­ken in het t-shirt te zien zijn.

De fles draait steeds lang­za­mer en opnieuw komt de hals mijn rich­ting op. Het zal de laat­ste keer zijn voor­dat hij defi­ni­tief zal stil­val­len.
Vóór mij, bij mij, of na mij? Onge­mak­ke­lijk kijk ik om me heen. Ik hoor som­mi­gen cynisch ‘Hans­je, Hans­je, Hans­je’ fluis­te­ren.
Hoe kom ik hier weg?
Wat doe ik hier eigen­lijk?

De laat­ste dagen op school waren erger dan voor­heen. De tijd leek stil te staan, als­of het mij niet gegund was om ein­de­lijk te kun­nen ver­dwij­nen. Aan iets nieuws te begin­nen. Ande­re men­sen. Ande­re omge­ving.
Ik had genoeg gezien hier.
Maar toen was daar ineens het besef geko­men dat ik ook haar nooit meer zou zien.

Inwen­dig had ik al afscheid van haar geno­men. Op school pro­beer­de ik haar te ont­lo­pen. Keek haar niet aan. Ging zover moge­lijk van haar van­daan zit­ten. Natuur­lijk luk­te dit niet altijd.
Wan­neer onze blik­ken elkaar toch kruis­ten voel­de ik hoe er spon­taan een ril­ling door mijn lijf trok. Ik wist niet hoe snel ik me weer moest afwen­den. Beschaamd voor mijn rood aan­ge­lo­pen gezicht.
Wat me bij­bleef van zulk een kort oog­con­tact was haar blik. Zelfs lang nadat ik weer stuurs voor me uit zat te sta­ren.
Het ver­warm­de me. Het troost­te me. Het maak­te me week. En dat haat­te ik.

Omdat het me aan mijn moe­der deed den­ken. Die keek ook zo. Niet naar mij. Naar mijn oude­re broer.

Deze avond had ze weer zo geke­ken. Ik was klaar om naar het feest te gaan. Een aan­tal klas­ge­no­ten zou­den me komen opha­len. Op de klok aan de muur zag ik dat het al ruim over de afge­spro­ken tijd was. Nie­mand was op komen dagen.
“Moet je niet gaan?”, vroeg mijn vader.
Voor­dat ik kon ant­woor­den, zei mijn moe­der, “Zorg je wel dat je op tijd thuis bent?”
Ze zat aan het logeer­bed wat in de hoek van onze woon­ka­mer was geplaatst. “En doe geen gek­ke din­gen,” zei ze er zacht ach­ter­aan ter­wijl haar hand het hoofd van mijn broer streel­de.

Zon­der ver­der nog iets te zeg­gen liep ik het huis uit. Mezelf voor de zoveel­ste keer afvra­gend waar­om ik elke keer weer van gedach­ten moest ver­an­de­ren.
Waar dacht ik de daad­kracht van­daan te halen die me alle voor­gaan­de jaren ont­bro­ken had? Mis­schien omdat ik haar na van­avond toch niet meer zou zien?
Het was nu of nooit! Zo sprak ik me moed in.

De hals trekt nipt aan mij voor­bij. En komt tot stil­stand bij Gwen! Nu zal er opnieuw een draai gege­ven gaan wor­den en zal de nacht­mer­rie van voor­af begin­nen.
Hoe­wel? Gaat Anouk echt kus­sen met Gwen!?
Ieder­een begint te joe­len en ik doe mee. Opluch­ting en opwin­ding gie­ren door mijn hele lichaam.

Abrupt is het spel over. Betrapt en ver­jaagd door de con­ci­ër­ge.
Ver­sla­gen drui­pen we af rich­ting aula.

Waar ik haar dan toch zie. Ze danst. Net als mijn hart.

Ik neem een besluit.

Op een ver­la­ten tafel­tje staan wat fles­jes bier. Vier stel ik op als een ruit. Ze krij­gen elk een bete­ke­nis toe­ge­we­zen. Fles num­mer vijf drink ik zowat in één teug leeg. Leg ‘m in het mid­den en geef er een flin­ke draai aan.
Geen weg terug. Bon­kend pro­beert mijn hart een uit­weg naar bui­ten te vin­den.

Wat doe jij nou?”, klinkt plots ach­ter mij.

~ ~ ~

Geschre­ven voor De Reü­nie

Voor de vol­le­dig­heid:
Ik is niet Peter.
Hans is Ik.
Fic­tief is Hans.

~ ~ ~

Waar­om zou ik?
Love needs a heart