Nachtelijke omzwervingen

Deze blog­post is deel 6 van 14 in de serie De Reünie

Zacht­jes neuriënd loop ik het school­plein af. De druk­te van de reünie laat ik achter me.

Het wacht­en tot­dat Enzo klaar was met zijn tele­foonge­sprek had me te lang gedu­urd. Zijn lichaamshoud­ing liet ook niets te raden over. Hij had zich al van me wegge­draaid, volledig opgaand in dat­gene wat hem verteld werd en regel­matig druk gebarend. Schi­jn­baar was hij druk met belan­grijkere zak­en.

De vraag was of hij tijd zou willen vri­j­mak­en om met mij herin­ner­in­gen op te halen. Over het feit dat hij de broer van Gio was. En dat we bei­den broed­er­loos waren gewor­den door dat fatale ongeluk van Gio en Lucia.
Een tijd­je bleef ik in gedacht­en staan. Keek uit over de dansende en pra­tende menigte. Zoals ik vroeger op het school­plein het geheel overzag en ner­gens bij hoorde.
Het was wel weer genoeg voor van­daag. Zon­der te groeten liep ik weg van Enzo.

Bij de garder­obe pak­te ik mijn jas en sloeg bij het naar buiten gaan nog snel een overge­bleven welkom­st­drankje achterover.
De buiten­lucht voelde ver­fris­send aan. Mijn auto liet ik staan. Even de benen strekken.

Doel­loos slen­ter ik door de strat­en. De buurt ron­dom ons voor­ma­lig school­ge­bouw komt me nog steeds vreemd vertrouwd voor. Veel is er in de afgelopen jaren niet veran­derd, behalve dat het flink ver­waar­loosd is.
Vaak heb ik hier rondgez­wor­ven. Tij­dens pauzes. Maar ook na schoolti­jd wan­neer ik nog niet terug wilde naar huis.
Onbe­wust loop ik vaste routes die haast uit­gesleten moeten zijn door veelvuldige her­hal­ing. Ik strijk met mijn han­den langs schut­tin­gen en hek­jes waar ik dat vroeger ook gedaan moet hebben. Af en toe bli­jf ik stil­staan bij een speelplein, winkelt­je of plantsoen. Hoor bij­na de gelu­iden van weleer in de nu zo goed als stille nacht. Ondanks dat ik me meestal tri­es­tig voelde toen ik in mijn een­t­je de tijd weg wan­delde maakt het me nu gelukkig.
Het is fijn om hier te lopen. Nog steeds ervaar ik dezelfde bescherming als zo lang gele­den. Mijn eigen dool­hof waar nie­mand mij kan vin­den.

In de verte zie ik een bek­end sil­hou­et opdoe­men. Het tol­huis­je.
Scherp steekt het af tegen de heldere maan­ver­lichte hemel.
Zo doel­loos was blijk­baar deze nachtelijke omzw­erv­ing niet. Onge­merkt had het mij gebracht naar een plek waar ik in mijn jeugd veel tijd had doorge­bracht. Te ver­legen om daad­w­erke­lijk een vriendin­net­je te vra­gen zocht ik hier com­pen­satie voor de hor­mo­nen die door mijn lijf joe­gen.
Ver­bor­gen in de stru­iken zat ik regel­matig te gluren naar stel­let­jes die er hun eerste schre­den op het sex­uele pad zetten. Sti­j­gende opwind­ing die gelijke tred hield met dat­gene wat ik tussen het gebladerte door kon ont­waren. Tot het uiter­ste ges­pan­nen niet betrapt te wor­den.
Meestal was het snel gebeurd. Een onbevredi­gende ont­lad­ing in absolute stilte bele­den. Het gevoel van ver­laten­heid na een nieuwe kleine dood deed me vaak ter plekke zweren het nooit meer te doen. Maar wat is nooit op die leefti­jd?
Als vanzelf werd ik na een tijd weer naar deze plek getrokken.

Zoals dus ook vanavond.
Nieuws­gierig ver­laat ik het pad en ga op zoek naar de schuilplek­jes van lang gele­den. Tussen de bomen en stru­iken is het een stuk donkerder. De onder­grond is plat­ge­tre­den en beza­aid met aller­lei troep.
Onwillekeurig probeer ik zo min mogelijk gelu­id te mak­en. Wie weet wordt deze plek nog steeds gebruikt voor stiekeme afspraak­jes. De avond is er voor gemaakt.
Als mijn link­er­voet wegslipt over een gebruikt con­doom word ik beves­tigd in de gelijk gebleven pop­u­lar­iteit van deze stek.
Ik zorg er voor nog meer op mijn hoede te zijn.

In de donkerte die ontstaat wan­neer er een wolk voor de maan dri­jft bli­jf ik staan en neem de omgev­ing in me op. Een stuk verderop staat een hoge boom waar­van ik herin­ner dat er vlak­bij een ideaal uitk­ijkpunt was. Bij­na op de tast loop ik er naar toe.
Het is er nog steeds! Ik laat me op mijn knieën zakken en wacht tot de maan tevoorschi­jn komt.

Mijn ver­bi­js­ter­ing is groot als ik de con­touren ont­waar van een ont­bloot vrouwen­lichaam. Het opkomende maan­licht geeft steeds meer pri­js van een prachtig lijf.
Gefasci­neerd kijk ik toe. Waan me weer even die een­zame jon­gen, diep ver­bor­gen voor de wereld, hun­kerend naar liefde.

Hoeveel leefti­jdgenoot­jes heb ik hier wel niet in afwis­se­lende combi’s voor­bij zien komen? Ik zou menigeen nu nog ver­baasd doen staan met alles wat zich hier hoe­ge­naamd onbe­spied heeft afge­speeld. Details over moed­ervlekken, typ­is­che kre­un­t­jes, lichaams­bouw en dergelijke zouden het waarhei­ds­ge­halte van mijn onthullin­gen kun­nen onder­bouwen.
En dan heb ik het nog niet over ver­schil­lende leerkracht­en die hier wat buiten­schoolse bijles kwa­men geven.
Soms aan andere leerkracht­en. Soms aan oud­ers. Soms aan leer­lin­gen.
Gio was niet de enige docent die een ver­bo­den relatie met een leer­linge had.

En nu Lin­da.
Want inmid­dels heb ik haar herk­end. Veilig in de han­den van Angus zo te zien.
Een beet­je onge­makke­lijk ver­schuif ik mezelf. Ik hoef dit niet te zien. Die tijd is geweest. Weg­gaan durf ik niet, bang dat ze me zullen horen.
Mijn gedacht­en gaan terug naar Karin, eerder deze avond. Haar kaart­je knelt in mijn broekzak nu ik in deze vreemde houd­ing zit.

Plots luid geschree­uw. Met moeite weet ik mezelf te beheersen om niet uit de stru­iken te sprin­gen. Door de takken heen zie ik dat het gelu­id niet door Lin­da en Angus wordt veroorza­akt. Ook zij zijn geschrokken.
Lin­da trekt haastig haar jurk­je weer aan.
Het lijkt of ze op zoek gaan naar de bron van het tumult.
Stil­let­jes volg ik hen.

Hoewel in eerste instantie ver­baasd kijk ik er toch niet al teveel van op als Lin­da en Angus op Paul stu­iten. Uitein­delijk heeft hij vroeger ooit in deze buurt gewoond. Ze bli­jven even staan prat­en en ren­nen dan ineens verder. Paul achter­la­tend.
In de verte buigen ze zich over een lichaam. Voorzichtig nad­er ik hen. Hele­maal gefo­cused op de per­soon die op de grond ligt, hebben ze geen notie van mij. In het gehavende lichaam herken ik Lucia. Ze ziet er niet goed uit.

Ter­wi­jl zij zich bekom­meren over Lucia, zie ik Paul zichzelf stil­let­jes uit de voeten mak­en.
Bin­nen de kort­ste keren is een hulp­di­enst ter plekke welk zich over de bewusteloze Lucia ont­fermt. Lin­da en Angus staan gear­md iemand van het team te woord. Erg veel zullen ze niet kun­nen ver­helderen aangezien ze net zoveel hebben gezien als ikzelf. Niets dus. Daarom bli­jf ik op de achter­grond. Nie­mand heeft mij in de gat­en. Nie­mand heeft mij nodig.

Ik wacht tot­dat de deuren van de ambu­lance ges­loten wor­den als teken voor de chauf­feur om voorzichtig op te trekken, maar dan met flinke vaart de straat uit te scheuren. Ze passeren mij rakel­ings. Sirene en waarschuwingslam­p­en wor­den geac­tiveerd voor­dat de bocht inge­draaid wordt.
De ocht­end­zon doet een eerste flauwe poging de lege straat te ver­licht­en nadat de wagen uit zicht is verd­we­nen.
Van Lin­da en Angus is geen spoor meer te beken­nen.
Tijd om terug te gaan.

Bij het school­ge­bouw aangekomen zie ik nog wat nacht­brak­ers op de reünie. Ik start mijn auto en rijd weg. Naar huis.
Onder­weg passeer ik het zieken­huis. Zou het goed gaan met Lucia? Miss­chien kan ik haar bin­nenko­rt een bezoek­je bren­gen. Tenslotte was zij samen met Gio betrokken bij het ongeluk waar­bij mijn oud­ere broer uitein­delijk het lev­en gelat­en heeft.

De woor­den van Gio komen opnieuw terug. De beteke­nis dringt nu pas tot mij door…

Ik zat niet achter het stu­ur.”

~ ~ ~

Geschreven voor De Reünie

Voor de volledigheid:
Ik is niet Peter.
Hans is Ik.
Fic­tief is Hans.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« De bit­tere smaak van troostShe’s the one »

Tags

(all tags)

Tweets