Het angstig voorrecht

Achter uw vrien­delijk come­diespe­len
zie ik uw haat, uw ach­ter­docht en nijd,
zie ik de ang­sten, die ge wilt ver­he­len,
uw afgun­st en uw min­der­waardigheid,
uw wrang sys­teem van heer­schen en verdee­len,
uw smal fat­soen, uw plat­te vroolijkheid,
uw rede­loosheid en uw wet­tig ste­len,
en heel ’t com­plex­en­tal, waaraan ge lijdt.


God heeft mij op mijn zwerftocht door dit lev­en

als een bij­zon­der voor­recht meegegeven,
dat ik den men­sch doorzie en schat­ten kan.

Maar wees niet bang, ik zal u niet ver­raden.
Afz­i­jds van uw gedacht­en en uw daden
speel ‘k met u mee en walg ervan.

Juni 1938.

Koos Schu­ur (1915–1995)
uit: Herf­st, hoos en hagel (1946)

~ ~ ~

Allereerst was ik in de war, want las ‘het angstig voorg­erecht’.
Stond dus al op het ver­keerde been voor­dat het gedicht begonnen was. Las de eerste zin­nen met in mijn achter­hoofd het beeld van een nerveus snuiv­end reep­je wild of vis, opge­di­end liggend in het mid­den van een te groot bord waarachter de hon­gerige gast reeds kwi­jlend mes en vork in de aanslag heeft.

Come­diespe­lend’ tra­cht het de aan­dacht te ver­leggen richt­ing goed amuse­ment i.p.v. een heer­lijke amuse. Al tap­dansend of mop­pen­tap­pend (Komt een haas met klacht­en over vergee­tachtigheid bij de dier­e­narts. Hoe­lang heeft u hier al last van? vraagt de dier­e­narts. Waar­van? is het antwo­ord. Mijn naam is Haas, Ich habe es nicht gewusst.) wordt kost­bare tijd gewon­nen.

Gaan­deweg drong tot me door dat het hier niet ging om de eerste ronde van een culi­nair fes­ti­jn edoch de won­der­lijke gave (een door God geschonken voor­recht) mensen te doorzien en in te schat­ten wat hun ver­bor­gen bedoelin­gen zijn.
De ik-figu­ur aan­schouwt een per­soon of groep per­so­n­en en wat hij ziet stemt somber. Haat, ach­ter­docht, nijd, ang­sten en nog wat meer wordt verbloemd in een decor van kome­die.
Het the­ater van de lach.

Het bijschrift luidt dat het gedicht in 1938 is geschreven en in 1942 gepub­liceerd kon wor­den ondanks het anti-Duitse karak­ter. Wat ik ook niet meteen doorzien had.

Adolf Hitler als een soort John Lant­i­ng met een stel nazi’s de ene klucht na de andere opvo­erend zodat hun duis­tere prak­tijken ver­bor­gen bli­jven. Maar er is één iemand die ze door heeft! Die onder de dikke laag make up hun ware gezicht kan ont­waren. Pruiken en andere rek­wisi­eten houden hem niet voor de gek.

Maar wat doet deze door God rijke­lijk beloonde per­soon? Hij wil geen ver­rad­er zijn en speelt het spel­let­je mee. Hoewel hij er van wal­gt.
Waarom zou dat zijn? Te bang? Te angstig?

En dan doemt weer dat beeld op waarmee ik dit gedicht bin­nen­stapte. Nu niet een voorg­erecht, maar een hoofdgerecht. Het Ned­er­landse volk als hap­klare brokjes opge­di­end voor de onu­it­put­telijke eetlust van de vraatzuchtige Duit­sers (let op: géén vraatzuchtige rupsen). En maar rond­jes draaien en kun­st­jes opvo­eren om het onver­mi­jdelijke uit te stellen.
Heeft het geholpen?
Als aflei­d­ings­ma­neu­vre miss­chien wel. Ter­wi­jl de iet­wat gea­museerde Duit­sers besluiten om hun ram­me­lende magen een tijd­je te negeren en als een verveelde kat het angstig hoofdgerecht de illusie van vri­jheid geven, kun­nen enkele als onrein geken­merk­te stukken afvalvlees via de ach­ter­deur ontsnap­pen.

Zou het mot­to kun­nen zijn: speel maar (met de vijand) mee, dan kri­jgt men meer beweg­ingsruimte (Leben­sraum)?
Niet dat onze Joodse mede­mens (als het daar ten­min­ste om te doen is geweest) er veel baat bij heeft gehad. Het depor­teer­per­cent­age vanu­it NL is zo’n beet­je het hoog­ste van Europa geweest.

Of gaat het gedicht over totaal iets anders?
Loop ik toch tegen de gren­zen aan van mijn hinein­in­ter­pretier­ca­paciteit­en.

Dan maar afs­luiten met een angstig toet­je: vraatzuchtig rup­sje Nooitge­noeg ont­moet onze vijverkikker. Als een sober calvin­is­tisch ingesteld amfi­bievo­er­tu­ig heeft laat­stge­noemde geen waarder­ing voor het wan­hopig dansend beestje. Twee tellen. Hap. Slik. Weg. Rup­sje Nooit­meergezien.

~ ~ ~

P.S.: Als dit ambitieus expire­ment om dagelijks een blog­je te schri­jven gelijke tred houdt met de resul­tat­en uit een onder­zoek naar de kwaliteit van sper­ma bij dagelijkse ejac­u­latie, dan kan men over een aan­tal weken hier uiterst korte maar hooggek­wal­i­ficeerde stuk­jes tekst aantr­e­f­fen!
http://www.nu.nl/algemeen/2032825/dagelijks-seks-voor-beter-sperma.html

~ ~ ~