In zulk een nacht…

We had­den elka­ar slechts één­maal eerder ont­moet. In Arn­hem. De ide­ale plek leek ons dat want zo ongeveer mid­den tussen ons bei­der woon­plaat­sen in.
Die dag was fan­tastisch ver­lopen. Eigen­lijk zoals we het ons had­den voorgesteld. Maar dan nog iets beter. Met spi­jt namen we ’s avonds afscheid van elka­ar. Ook met veel moeite. Het scheelde niet veel of ik had de trein de trein gelat­en en was bij haar ingestapt in de auto.

Een tweede afspraak was dus snel gemaakt. Dit keer zou ik haar thuis opzoeken. Op vri­jda­gavond na het werk.
Het was een lange rit van Hel­mond naar Win­ter­swijk en het laat­ste stuk­je ben ik nog ergens ver­keerd gere­den zodat ik maar net op de afge­spro­ken tijd arriveerde. Toch een beet­je zenuwachtig.

Op het woon­erf ben ik even in mijn auto bli­jven zit­ten. Ondanks alle fijne lange tele­foonge­sprekken, de vele brieven en natu­urlijk die ges­laagde eerste ont­moet­ing spook­ten er ook andere gedacht­en door me heen. Was het niet te snel na mijn vorige relatie? Ging het über­haupt niet te snel? Was ik niet beter af als vri­jgezel? Waren vrouwen niet beter af met mij als vri­jgezel?

Oh ja, ze had ook al twee kinderen.
Detail.
Maar die zouden deze avond niet bij hun moed­er zijn. Daar had­den we in de plan­ning reken­ing mee gehouden.
Haar hon­den zouden er wel zijn. De koni­j­nen hoogst­waarschi­jn­lijk ook. En nog wat klein­er huiskamergevo­gelte zoals parki­eten.

Ik keek naar het hoekhuis. Geen beweg­ing te zien. Wat hield me tegen om de auto te starten en recht­som­keert te mak­en? Ik ver­mande me, pak­te het cadeaut­je wat ik voor haar gekocht had en stapte uit de auto.
Al mijn bedenkin­gen waren op slag verd­we­nen het moment dat ik in haar ogen keek nadat ze de voordeur had open gedaan.

Enkele kussen lat­er zat­en we samen op de bank. Het cadeaut­je werd uit­gepakt. Bleek een schot in de roos. Nog meer zoe­nen. En we raak­ten aan de praat.
Eerst met koffie erbij. Daar­na met sterke drank. Dichter kropen we naar elka­ar toe op de bank. Twee zwarte hon­den in diepe rust aan onze voeten.
De ver­halen die we kwi­jt moesten waren soms intiem, soms emo­tion­eel, soms hilar­isch. We had­den elka­ar ontzettend veel te vertellen. Omdat het zo goed voelde, zo vertrouwd. De tijd vloog voor­bij.

De hon­den wezen ons erop dat het bij­na mid­der­nacht was. Ze wilden naar buiten. We keken elka­ar aan en realiseer­den ons dat we nog hele­maal niet gegeten had­den.
Ik ging de hon­den uit­lat­en en zij zou de soto (Soto? Wat is dat? zei het bra­bants boert­je) alsnog klaar­mak­en.

In de koele avond­lucht liep ik met de hon­den aan de riem door de mij onbek­ende strat­en. Alsof het de gewoon­ste zaak van de wereld was. In de verte sloeg de klok 12 uur.
Ik keek de hon­den aan en klik­te hun hals­band los. Uit­ge­lat­en begonnen ze te ren­nen.

In zulk een nacht
kwa­men ze terug toen ik ze riep
heb ik voor de eerste keer haar eigenge­maak­te soto gegeten
zijn we samen onder de douche gegaan
hebben we haar zold­erkamer opge­zocht
vie­len we pas in slaap toen hij voor­bij was

~ ~ ~

In zulk een nacht, — als waar­van Shake­speare zong
In ’t toovrig beurt­gezang “in such a night”,
Van ’t stral­ende Vene­ti­aan­sche spel, –
In zulk een nacht, waar­van dàt lied nòg klinkt,
Is àl de schoonheid van den klaren dag,
Verin­nigd en ver­teed­erd en den droom,
En àl de klaarheid van den schoo­nen nacht,
Teza­âmgevloeid tot die betoover­ing
Die is Venetië’s ziel en innigst lev­en:
De won­der-teedere melan­cholie
Die aantrekt, aantrekt en niet los meer laat
En, waar zij smarten gaat, weêr stil ver­i­jlt,
Uitvloeiende tot droomen van ver­lan­gen…
In zulk een nacht…

Eduard Brom (1862–1935)

~ ~ ~

Tags

(all tags)

Tweets