Het groenste groen

Sinds uit onderzoek is gebleken dat onderzoek aantoont dat alles onderzocht kan worden, plegen onderzoekers geregeld gevarieerd onderzoek om te onderzoeken of eerder aangehaald onderzoeksresultaat nog steeds onderzoektechnisch stand houdt.

Is de uitslag positief dan kan men ongestoord verder gaan met van alles te onderzoeken. Bij een negatieve uitslag zal natuurlijk nader onderzocht moeten worden wat hier aan de hand is.

Onderzoekt en gij zult vinden.

Wat op zich nog niet zo erg is, zolang het gevoelsmatig ergens over gaat. In die gevallen waar men via onderzoek aantoont wat men eigenlijk allang wist, doch wat nu wetenschappelijk bewezen kan worden, lijkt het me beter dit binnens(studeer)kamers te houden. Het geeft namelijk bij de leek een verkeerd beeld van de wetenschap wanneer berichten in de media verschijnen (zoals ik onlangs in NRC las) dat onderzoek heeft aangetoond dat kinderen met taalonderwijs een beter taalgevoel hebben ontwikkeld dan kinderen zonder taalonderwijs.
Ik geloof (oei, fout in de context van wetenschappelijk onderzoek) dat meteen, en vraag mezelf op hetzelfde moment af wat ik er mee opgeschoten ben. Had ik daar mijn twijfels over? Liep ik er de hele dag over te piekeren? Zinvol lijkt me eerder om in de media te vermelden wanneer dit niet het geval zou zijn. Dat vele uren taalonderwijs bij kinderen totaal geen noemenswaardig effect heeft.

Enfin, men onderzoekt en publiceert maar. Wij consumeren wel. En verbazen ons bij tijd en wijle. Zoals ook met het in onderstaand gedicht aangehaald onderzoek:

dat mannen minder schakeringen groen onderscheiden.

Nu ben ik als man meteen geneigd dit beamen. Groen is groen. Wat nou, schakeringen? Hooguit lichtgroen of donkergroen, al naar gelang het tijdstip van de dag, maar verder dan dat? Wat heb je daaraan?
Mij gaat het om iets wezenlijkers. Namelijk wat is groen? Hoe weten we dat we allemaal hetzelfde groen voor ogen hebben?

Stel:
Ik word geboren.
Men voedt mij compleet geïsoleerd op.
Men leert mij dat de lucht geel is en de wolken paars.
Het gras is blauw. Een verkeerslicht is van boven naar beneden oranje, groen, blauw.
De smurfen zijn gele mannetjes met paarse broekjes.
Enzovoort.
Wat betekent dat dan, groen?

Stel:
Ik word geboren.
Men voedt mij op temidden van andere kinderen die gelijk met mij geboren zijn.
Men leert mij dat de lucht blauw is en de wolken wit.
Het gras groen.
Hoe weet men wat ik zie?
Men leert mij wat ik moet zien. Men geeft een kleurbetekenis aan de vorm wolken. Aan het uitspansel. De sprietjes die kriebelen onder je blote voeten.
Voor hetzelfde geld zie ik slechts één kleur. Bijvoorbeeld grijs. En daarbinnen een hoop nuances. (schakeringen?)
Wolkengrijs. Luchtgrijs. Grasgrijs. Stopgrijs.
Maar dat weet ik dus niet. Ooit zag ik alleen grijs, maar vanaf dag 1 heeft men mij ingeprent dat alles een ‘kleur’ heeft. Grasgrijs is groen. Net zoals doorrijgrijs groen is.
Dat is mij geleerd.
Wat betekent dat dan, groen?

Daar worstel ik dus veel meer mee, dan dat mannen minder schakeringen groen zouden kunnen onderscheiden. Hier wordt voor mij een essentiële stap overgeslagen.
First things first, please!

Het groenste groen

Sinds uit onderzoek blijkt dat mannen
minder schakeringen groen onderscheiden,
gewerd het ons vrouwen het groenste groen
uit te roepen. We arriveerden uit bibliotheken

en bordelen, uit huis en tuin. We
nomineerden de Helleborus viridis, ook
wel Wrangwortel genoemd. We roemden
het opstaande groen van zijn bloem.

Emma Crebolder (1942) 

~ ~ ~