Drieluik

Drieluik leest als een vari­ant op ‘in elk stad­je een ander schat­je’.

Toen ik die uit­spraak voor de eerste keer hoorde had ik er meteen aller­lei visioe­nen bij van wulpse mei­den die hun­kerend naar me uitkeken tot­dat ik ze weer met een bezoek kwam verbli­j­den. Het vrolijke spoor van de ker­mis­sen vol­gend was het elk week­end wel weer raak in een ander dorp op fiet­saf­s­tand van het oud­er­lijk huis. Na een jaar van afwezigheid en niets van me te lat­en horen, herk­ende de in de steek gelat­en verover­ing van het vorige jaar mij meteen ter­wi­jl ik mijn fiets nog niet op slot had gedaan.

Ogen­blikke­lijk was zij alle boosheid kwi­jt en viel me om de nek. Verveeld duwde ik haar van mij af. Eerst wat drinken en bijk­let­sen met de ‘boys’ alvorens zij het genoe­gen zou hebben enkele uren met mij te mogen ver­pozen achter de feesttent.
Daar kon ze dan weer een jaart­je op teren.

In de prak­tijk is het voor mij die eerste uit­gaan­s­jaren helaas gebleven bij ‘in elk gehucht een andere klucht’.

Niet dat ik het in die tijd als bij­zon­der komisch ervo­er dat mijn verover­ings­pogin­gen op niets uitliepen. Daar­voor deed het me teveel pijn als ik voor de zoveel­ste keer afgewezen werd.

Hoewel, om afgewezen te wor­den moet je wel eerst een aan­zoek doen. En vaak kwam het niet zover. Ik was meer van de cat­e­gorie die gezel­lig bij de andere jon­gens ging staan en zich dan een stuk in de kraag zoop. En maar kijken. Naar de meis­jes. En via gedachten­over­breng­ing die meis­jes zover zien te kri­j­gen dat ze ons zagen staan. Hopen dat er iets ging gebeuren wat op verov­eren leek. Te ver­legen om de eerste ‘move’ te mak­en.

Hans Teeuwen heeft dat ooit tre­f­fend samengevat:

Ik kan hart­stikke veel meis­jes kri­j­gen.
Of ja, hart­stikke veel…
Ik kan best, euh, meis­jes kri­j­gen.
Of ja, niet echt kri­j­gen of zo, maar­reh ik denk er vaak aan
Of ja, denken…
Ik euh…
Ik ben gewoon geil!

Regel­matig (zeg maar gerust, bij­na alti­jd) werd er zoveel gedronken dat van nor­male toe­nader­ings­pogin­gen geen sprake meer kon zijn. Dat punt was gepasseerd. Een goed gesprek was niet meer te voeren. Lal­lend en val­lend dronken we onszelf een delir­i­um in menig ker­mis­tent. Wat weer wel een bepaalde cat­e­gorie mei­den aantrok. De zoge­naamde dellen (tegen­wo­ordig: de breez­er­slet­jes). Zij waren mee­gaand en makke­lijk te kri­j­gen. Ron­dom mij heen zag ik de ene na de andere vriend zich afzon­deren met zo’n in de schoot gewor­pen beloning.

En ikzelf? Kansen genoeg. (toch?)

Maar zoals ik niet in staat was om de meis­jes waar mijn oog op viel op de juiste manier te benaderen, zo voelde ik weer­stand om voor een ‘one-night-stand’ te gaan met mei­den die ik nuchter niet zou hebben zien staan. Het bleef bij wat ton­gen en onhandig frieme­len onder bezwete kled­ing. Tot­dat het bij het meis­je duidelijk werd dat het niet veel verder zou gaan. Wat meestal sportief werd opgevat door soe­pelt­jes een vol­gend groep­slid om de hals te vallen.

Ik blij, zij blij, hij blij, wij blij.

En de hele week dag­droomde ik van het komende week­end. Dan zou ik het geheel anders aan­pakken!

Drieluik

Loopt hij met zijn meis­je
langs witte maan­paden –
ver ronken de ker­misorgels
en de Ben­gaalse vuren ziel­to­gen in het dorp –
hij vooist haar al de zoete wijs­jes van zijn hart,
want zijn hart is een weke occa­ri­na.

Ronde boomkru­in­t­jes, haar ogen,
waaien ges­taag hun bloe­sems in zijn hand. Maar hij is sol­daat 

die op nacht­wake staat –
nacht : blauwe cow­boy­film;
zee­brand blikvu­urt : alle ein­ders langs, de opalen,
buite­len de nachte­galen! — 

Drievoudig ont­bloeit zijn heimwee :
Zondag-dorp-meis­je,
en hij loopt een pas of wat,
kuchend als het trein­t­je
dat hem naar huis voert. 

Dan, onder de ster­rewielin­gen,
staat hij ver­loren,
en kijkt scherp uit, als een stu­ur­man. Drinkt hij zijn pint met de dorp­skam­er­aden,
brult zijn keel schor,
danst vonken uit de vlo­erkare­len –
een plotse, koele dronk
doet hem opsprin­gen : ” Mijn lief! ”
en hij wipt de straat over
als een jonge haas!

Wies Moens (1898–1982)
uit: Land­ing (1923)

~ ~ ~
 

Tags

(all tags)

Tweets