Bateau Rouge — Angélique Kersten

Er zijn maan­den dat ik wei­nig tot niets lees. En dan doel ik op het lezen van boe­ken. Die tast­ba­re pak­jes papier. Net­jes bij elkaar gebon­den of gelijmd en van een net­te kaft voor­zien.
Dat ik sta­pels kran­ten en tijd­schrif­ten, kilo­me­ters onder­ti­te­ling, dui­zen­den emails, hon­der­den blogs, ontel­ba­re tweets en onvoor­stel­baar veel wie­wat­waars ver­werk wordt ach­te­loos niet mee­ge­re­kend. Op de een of ande­re (ach­ter­haal­de?) manier asso­ci­eer ik dat nog steeds niet als lezen.
Nee, een dag zon­der een boek in de hand, is een dag niet gele­zen! Geluk­kig zijn de afge­lo­pen zomer­maan­den gevuld geweest met veel lees­da­gen. En de komen­de tijd ga ik weer eens pro­be­ren die lees­er­va­rin­gen op papier te zet­ten.

Hier een wil­le­keu­rig over­zicht van enke­le titels die jul­lie kun­nen ver­wach­ten.
Cur­se of the pogo stick [Colin Cot­te­rill]
Fal­len Order [Karen Lie­breich]
Occi­den­ta­lism [Ian Buru­ma & Avis­hai Mar­ga­lit]
Het diner [Her­man Koch]
Man­nen die vrou­wen haten [Stieg Lars­son]
De wel­wil­len­den [Jona­than Lit­tell]
The ama­zing adven­tu­res of Kava­lier & Clay [Michael Chabon]
Het lijst­je is niet com­pleet. Niet alle titels heb ik nu bij de hand.

Het boek waar ik in dit blog wat lan­ger wil blij­ven stil­staan is geschre­ven door Angé­li­que Ker­sten. Een auteur uit Arn­hem die ik toe­val­lig heb leren ken­nen via Hyves. Ze schrijft zowel poë­zie als pro­za, en heeft al diver­se publi­ca­ties op haar naam staan. Het boek dat ik van haar heb gele­zen is niet haar meest recent gepu­bli­ceer­de titel Wreed­aard, maar haar twee­de boek Bateau Rou­ge.

Het ver­haal speelt zich af in Arn­hem, wat het voor mij (als woon­ach­tig in deze stad) al met­een een bepaal­de char­me gaf. Hoofd­per­soon is Ellen, een vrouw die nog steeds geen plaats heeft weten te geven aan het ver­lies van echt­ge­noot en doch­ter­tje door een nood­lot­tig onge­luk. Ieder jaar rond de kerst­da­gen (de peri­o­de waar­in het onge­luk plaats­vond) ont­vlucht ze voor weken haar (ooit hun) huis om een zwer­vend bestaan te lei­den in Arn­hem. Zo ook aan het begin van de roman.

Het is alweer het vijf­de jaar dat Ellen op deze manier de win­ter bui­tens­huis door­brengt maar lang­za­mer­hand begint het besef door te bre­ken dat dit wel eens de laat­ste keer zal zijn. Eer­der dan voor­gaan­de jaar besluit ze terug naar huis te keren. Kan ze de rouw­pe­ri­o­de afslui­ten en een begin maken met een nieuw leven?

Juist op dit breek­ba­re moment komt haar leven ech­ter in een stroom­ver­snel­ling. Wat blijkt? Er wordt een lijk gevon­den van een ver­moord meis­je. Gewurgd en gedumpt in de Rijn. En Ellen heeft het idee dat ze hier­van mis­schien getui­ge is geweest. Dus meldt ze zich net­jes bij de poli­tie. Zoals het hoort en waar­bij het had kun­nen blij­ven.

Maar Ellen raakt gefas­ci­neerd door het voor­val en besluit zelf op onder­zoek uit te gaan. Bang als ze is dat haar getui­ge­nis (ver­ward vrouw­tje, bij nacht en ontij zwer­vend door Arn­hem) niet seri­eus genoeg over­komt. Waar­na de avon­tu­ren en com­pli­ca­ties kun­nen begin­nen. Met de dag raakt ze meer vast­be­ra­den om het mys­te­rie op te los­sen, maar tege­lij­ker­tijd ook ver­der ver­strikt door de onbe­zon­nen­heid van haar daden. Ze is zelfs zo onver­vaard om aan te mon­ste­ren bij Bateau Rou­ge (de plek waar zich schijn­baar de moord heeft afge­speeld), een woon­boot die dienst doet als bor­deel. En waar ande­re ama­teurspeur­ders mis­schien terug­dein­zen voor de morele/sexuele con­se­quen­ties van hun daden, daar gaat Ellen zelfs zover dat ze tus­sen de bedrij­ven door enke­le klan­ten ‘afwerkt’. De kwa­li­fi­ca­tie van ‘Del­le­ri­ge Miss Mar­ple under­co­ver’ op de ach­ter­flap is een rake type­ring.

Het ver­haal wordt ver­teld in een vlot tem­po, met de nodi­ge humor en tegen wis­se­len­de décors. Ik heb het dan ook in één ruk uit­ge­le­zen. De mees­te hoofd­stuk­ken draai­en om Ellen en haar bele­vings­we­reld. Soms komen haar impul­sie­ve daden gefor­ceerd over, maar in het alge­meen is goed te vol­gen waar­door zij gedre­ven wordt. Voel­baar is hoe zij smacht naar een nieuw begin. En daar­bij horen ook ver­keer­de beslis­sin­gen.
Heel af en toe krij­gen we wat zicht op de beweeg­re­de­nen van de ande­re bij­fi­gu­ren. En dan nog voor­na­me­lijk van Klaas, de recher­cheur die op deze zaak is gezet.
Veel tijd voor dui­ding is er ech­ter niet. De moord moet opge­lost wor­den, en daar draait het om. Wat uit­ein­de­lijk ook gebeurt met een aan­tal leu­ke plot­wen­din­gen op ’t eind.
Kort­om, een pret­ti­ge loka­le ‘who-dun­nit’ (‘wie-dee­dut’), voor onge­dwon­gen pre­ten­tie­loos amu­se­ment.

Zijn er dan geen min­pun­ten? Toch wel.
Aller­eerst zit­ten er in de uit­ga­ve die ik heb (der­de druk 2009) irri­tant veel druk­fou­ten. Vari­ë­rend van woor­den waar­bij de let­ters zijn weg­ge­val­len, tot woor­den die op de ver­keer­de plaats in de zin staan, als­ook gram­ma­ti­ca­le fou­ten. Dat is gewoon slor­dig en zou door wat redi­geer­werk snel ver­hol­pen kun­nen zijn.
En ver­der zit­ten er paar keer fou­ten in de chro­no­lo­gie van het ver­haal. Een col­le­ga van de recher­cheur wordt met tus­sen­po­zen van enke­le hoofd­stuk­ken twee keer voor­ge­steld, als­of ze elkaar nog nooit ont­moet heb­ben. Of het moment dat ze weer ‘enke­le dagen’ aan het werk is, ter­wijl enke­le dagen eer­der geschre­ven werd dat ze nog een tijd­je vakan­tie had.
Dat is jam­mer omdat het voor­ko­men kan wor­den. Het doet afbreuk aan het lees­ple­zier wat ik wel dege­lijk had.
Bin­nen­kort eens kij­ken of het in Wreed­aard beter is. Want ik ga nog wel wat meer lezen van haar.

~ ~ ~