Klaar in

Deze blog­post is deel 10 van 14 in de serie De Reünie

Mijn gezicht diep in haar haren begraven. Het hare drukt in het kussen. Ik adem haar geur. Van onschuld. Van lente.

Een nieuw begin. Terug bij af. Voor­dat de weg uit­waaiert in ver­schil­lende richtin­gen. De hoofd­weg ligt nog open. De splitsin­gen slechts alter­natieven. Deze keer elka­ars hand bli­jven vasthouden en niet afwijken van het voor ons uit­gestip­pelde pad. Deze keer geen stom­miteit­en uithalen!

Ik pak haar bij de schoud­ers en duw mezelf omhoog. Dieper in haar. Maak lome beweg­in­gen vanu­it de heupen. Bewust langza­am om de cli­max uit te stellen. Wat niet lang meer zal lukken.
Opnieuw beweeg ik me vooruit, buig voorover en lik haar hals. Omvat haar mid­del. Bli­jf stil liggen. Kijk naar haar gezicht op het kussen. Ze ligt op een wang en heeft haar ogen dicht. Op haar boven­lip zijn zweet­drup­pelt­jes zicht­baar. Het kussen is nat bij haar mond. Speek­sel.

Het groene gras strekt zich uit zover we kun­nen zien. Samen lopen we onver­vaard onze toekomst tege­moet. Omk­ijken doen we niet. Wel elka­ar aankijken. Ver­legen ver­liefde blikken. Steeds vak­er. Steeds langer. Steeds min­der ver­legen. Ver­liefder. Bestemd voor elka­ar.

Ger­af­fi­neerd begint ze haar spieren te span­nen. De druk wordt opgevo­erd. Om dan weer even te ontspan­nen. Ik wil me terugtrekken maar dat is voor haar het teken om de span­ning weer op te voeren. Snuiv­end haal ik adem door mijn neus. Ik weet dat het een kwest­ie van tijd is nu. Een ver­loren zaak. Vanu­it een onbek­ende plek voel ik het komen aanstor­men. De con­t­role over mijn lichaam raak ik kwi­jt. Mijn greep om haar lichaam wordt ste­viger. Haar spieren hebben geen grip meer op mij. Het ritme is overgenomen. Ik pak haar bij het haar en trek haar hoofd achterover. Stoot nog enkele keren. Kramp schi­et in mijn boven­be­nen. “Karin”, kre­un ik en laat me gaan.

Als het tril­lende gevoel uit mijn benen is verd­we­nen duw ik me van haar af en rol om naar de andere kant van het bed. Hij­gend lig ik op mijn rug. Pas nu begin ik te zweten. Uit ervar­ing weet ik dat mijn hoofd inmid­dels rood aan­gelopen is. Het bli­jft top­sport.
Ik tast naar haar hand en kni­jp er in. Ze kni­jpt terug. Zo bli­jven we liggen. Hand in hand. Alle­bei in ons stuk­je geluk. Het voelt goed.

Tot­dat ze begint te prat­en.

Wat zei je eigen­lijk?”
“Wan­neer?”
“Zojuist.”
“Zojuist?”
“Ja, zojuist. Vlak voor­dat je klaark­wam.”
“Zei ik toen iets?”
“Ja.”
“Wat dan?”
“Dat vraag ik je.”
“Ik weet het niet. Kan me het niet herin­neren. Goh, wat zegt een man als hij klaarkomt?”
“De naam van zijn lief­je?”

“Of van zijn minnares?”
“Doe niet zo gek.”
“Ik doe niet gek. Je zei iets.”
“Nou ja, het kan toch van alles zijn. Weet ik veel wat ik alle­maal zeg als ik klaarkom.”
“Dat weet ik wel. Niet veel. Meestal zucht en kre­un je alleen maar. Je bent niet zo’n prater in bed.”

“Maar ik vond het wel lekker hoor, schat­je. En nu ga ik snel douchen voor­dat de kinderen thuiskomen.”

Ze stapt uit bed en houdt daar­bij één hand tussen haar benen. Loopt iet­wat onhandig naar de deur. Ik moet lachen. Ze draait zich om en kijkt me vra­gend aan.
“Waar lach je om?”
“Om jou. Hoe je loopt. Je schuifelt als een pin­guïn.”
Ze begint nu ook te lachen. Heel snel haalt ze even haar hand tussen haar benen van­daan en werpt me een kushand­je toe.
“Kom je ook douchen?”, vraagt ze nog als ze onze slaap­kamer uit­loopt.

Ik bli­jf liggen en vraag me af of ik echt ‘Karin’ heb gezegd.

Het lijkt alweer licht­jaren gele­den dat ik bij haar ben geweest. Dat we die fan­tastis­che avond en nacht hebben gehad. Zon­der haar te wekken ben ik ’s nachts vertrokken. Vol schuldgevoel. Omdat ik haar niet had verteld dat ik inmid­dels getrouwd was. Opnieuw valse hoop gegeven. Het was veel te fijn geweest bij haar en ik wist dat ik haar ’s ocht­ends niet in de ogen kon kijken. Zij zou meteen doorhebben dat er iets niet in orde was.
Dus rende ik een tweede keer voor haar weg.
Om haar de vol­gende dag tegen het lijf te lopen! In het zieken­huis. Met een kind! Haar kind?
Ik was com­pleet over­don­derd en niet in staat om haar aan te spreken. Was ik niet de enige die een geheim had? Had Karin ook iets te ver­ber­gen? Had ook zij een gezin? Maar haar huis zag er niet uit alsof daar een heel gezin woonde. Was ze miss­chien geschei­den en waren de kinderen toegewezen aan haar ex? Zo heb ik daar ges­taan ter­wi­jl aller­lei vra­gen door mijn hoofd gin­gen.
Na mijn eerste ver­baz­ing heb ik nog een tijd­je geprobeerd haar terug te vin­den. Tev­ergeefs. Daar­na ben ik naar huis gegaan. Com­pleet ver­geten waar­voor ik eigen­lijk naar het zieken­huis was gegaan.

In de dagen erna heb ik haar ver­schei­dene keren gebeld maar nooit aan de lijn gekre­gen. Het lijkt alsof ze geen con­tact meer met me wil. Miss­chien is dat wel het beste.

Voor het eerst heb ik spi­jt dat we ver­huisd zijn naar mijn geboorteplaats. Het is hier veel moeil­ijk­er om mijn jeugd te ont­lopen. Ik had gedacht dat het alle­maal achter de rug was. Maar alles draagt herin­ner­in­gen. Over­al zie ik bek­ende gezicht­en. Ner­gens kan ik gaan of het heden raakt ver­stren­geld met het verleden. En het lijkt wel of dat niet alleen voor mijzelf geldt. De ver­halen over de lot­gevallen van enkele oud-klasgenoten na de reünie doen de ronde. Er is een grote afreken­ing gaande met demo­nen uit het verleden. Maar ik ben daar niet sterk genoeg voor. Het is nog veel te vroeg hier­voor.

Waarom zijn we uit de provin­cie vertrokken?
En wat dacht ik te vin­den op die reünie?

We waren zo gelukkig. Zoveel leed doorstaan voor­dat het zover was. En nu alles op het spel gezet door één stomme actie. Ons zo moeiza­am ver­wor­ven geluk.
Zou ze bli­jven wan­neer ik het haar ver­tel? Hoe het gegaan is? Hoe het gekomen is?

Waar bli­jf je nou?”, hoor ik mijn vrouw vanu­it de douche roepen.

Ik kom klaar in je.”
“Wat?”
“Dat is wat ik daarstraks zei, ‘ik kom klaar in je’. Dat is wat je geho­ord hebt.”

~ ~ ~

Geschreven voor De Reünie

Voor de volledigheid:
Ik is niet Peter.
Hans is Ik.
Fic­tief is Hans.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Eerst naar het zieken­huisHet zuigende moeras »