Luna’s Gone

Deze blog­post is deel 13 van 14 in de serie De Reünie

Was dat het zieken­huis?”
“Ja.”
“Gaat het goed met die mevrouw? Met Luna?”
“Ja hoor. Ze slaapt nu. En dat zou jij ook maar eens moeten gaan doen.”
OK. Wel­terusten, Pap.”
“Wel­terusten, schat.”

Gelu­id­loos komen de tra­nen opzetten.
~Wel­terusten, Luna…~

[eerder die avond]

Met onva­ste hand schenk ik nog een glas vol. Mijn laat­ste voor vanavond.

Samen met de drank hebben ook de leu­gens weer hun intrede in mijn lev­en gedaan.
Kei­hard ontken­nen. Het pure liegen.
Soms een leu­gen­t­je om best­wil. Een beet­je ver­dund. Ter verzacht­ing. On the rocks, zeg maar.

Bei­de, drinken en de waarheid op afs­tand houden, gaan me met het uur beter af. Oude rou­tines her­leven.

Alleen zit ik in de woonkamer. Iedereen ligt al in bed. Alle­maal moe van de lange dag in het zieken­huis. Mijn vrouw heeft nog een tijd­je bij me gezeten. Nieuws­gierig naar wie Luna is en wat haar was overkomen. Toen bleek dat ik op bei­de vra­gen niet echt uit­ge­breid antwo­ord kon geven was ze echter eve­neens snel naar boven vertrokken.

Zelf ben ik ook doo­dop, echter de slaap wil maar niet komen. Er raast een storm door mijn hoofd die vooral­snog niet lijkt te gaan liggen. Alle van­daag opgedane indrukken waaien als ongri­jp­bare herf­st­bladeren door elka­ar heen. Geen orde. Alleen maar chaos.
Dan mezelf maar ver­doven. Ik wil gewoon rust.

Ik vul mijn bij­na lege glas aan tot halfvol. Opti­mistisch zullen we bli­jven. Zie dat de fles nu zo goed als leeg is. Zonde. Maak ‘m hele­maal leeg met twee flinke slokken. Zoals gezegd, het gaat me steeds beter af. Met een zwierig gebaar zet ik de fles op de grond maar schat de afs­tand iet­wat ver­keerd in. Te vroeg laat ik ‘m los. De val wordt gebro­ken door mijn schoe­nen die naast de stoel staan. Rate­lend rolt ze nog een stuk­je over de houten vlo­er. Die raap ik straks wel op.

Luna.
Wat weet ik nou eigen­lijk van haar?
Ja, we hebben samen op de mid­del­bare school gezeten. En ja, ze had wat met Paul. Maar verder? Hoe hard ik ook mijn best doe, ik zie niets. Ik herin­ner me niets. Ze is weg. Luna’s gone…
De alco­hol begint zijn werk te doen. Miss­chien wel iets te grondig.
Met alle macht probeer ik te herin­neren. Uiter­ste con­cen­tratie. Sluit zelfs mijn ogen om niet afgeleid te wor­den. Com­plete duis­ter­n­is. Leegte. Of toch niet hele­maal. Daar doemt iets op.
Een sms!
Een sms?

Half duizelig sta ik op uit de stoel om mijn tele­foon van de keukentafel te pakken. Schop onder­wi­jl een fles (wat doet die op de grond?) per ongeluk onder de kast. Na enkele mis­luk­te pogin­gen lukt het me de Inbox te ope­nen. Blad­er ver­vol­gens naar het bericht­je van Karin:
-Prat­en?
Zeg jij maar waar en wan­neer.
Karin-

Dan naar Con­cepten:
-Maandag?
Gejaagd typ ik er achter­aan:
Of ble me anders ven.
hans-

En druk op Verzen­den.

Ik laat me weer in de stoel zakken.
Leg de tele­foon op het bijzettafelt­je. Reik naar mijn glas.
De tele­foon rinkelt bij­na op het­zelfde moment. Vlug neem ik nog een teug voor­dat ik opneem.

Ha Karin, met Hans. Dat is snel.” Stamel ik.
“Sor­ry?” Zegt een damesstem.
“Dat is snel. Na mijn smsje.” Voor­dat het kwart­je valt. “Ik heb ‘t…” Tok. Kwart­je. “Euh, is dit niet Karin?”
“Nee. U spreekt met het zieken­huis. Met de dien­st­doende nachtzuster. Ik spreek toch met de heer H. Kusters?”
“Ja.” Indal­end besef. Begin­nende ont­nuch­ter­ing. Alweer.
“Goed. Ik heb hier de for­mulieren voor me van de patiënt die van­daag door…”
“Luna?” Onder­breek ik haar. “Is alles goed met haar?”
“Nou nee, sor­ry. Ik heb erg tri­est nieuws voor u. Het spi­jt me te moeten vertellen dat de patiënt zojuist in haar slaap is komen te over­li­j­den. Mijn oprechte con­doleances.”

“We zijn op zoek naar haar naaste fam­i­lie, en omdat u op het for­muli­er ver­meld stond dacht­en we…”

Enkele minuten lat­er sta ik nog steeds met de tele­foon in mijn hand. Mor­gen zal ik bij het zieken­huis langs­gaan om nog wat for­maliteit­en af te han­de­len. Kijken of ik ergens mee kan helpen.
Ik hoor iemand de trap afkomen. Mijn oud­ste dochter.

Was dat het zieken­huis?”

~ ~ ~

Geschreven voor De Reünie

Voor de volledigheid:
Ik is niet Peter.
Hans is Ik.
Fic­tief is Hans.

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Guardian AngelHet is beter zo »

Tags

(all tags)

Tweets