Deal

Natuur­lijk kan ik haar niets ver­wij­ten. Ik was mij­zelf niet meer. Dus had ze het vol­ste recht om mij de her­sens in te slaan. Alleen zal het haar niet veel hel­pen. Het is alle­maal te laat. Veel te laat. En alle­maal mijn schuld.
Moei­zaam voor­schui­fe­lend tus­sen het luid­ruch­ti­ge kroeg­be­zoek bewoog ik me rich­ting het toi­let. Lijd­zaam het lot dra­gend van een druk­ken­de blaas die na elk twee­de bier­tje opnieuw geleegd moest wor­den. Geluk­kig was de wc-ruim­te leeg. Dat wil zeg­gen, op een over­wel­di­gend aan­we­zi­ge pene­tran­te geur na. Omzich­tig nam ik plaats voor de pis­bak en open­de mijn gulp. Het was zaak niet uit te glij­den op de nat­te vloer.

Ik had ruim­schoots de tijd om me te con­cen­tre­ren op de zwar­te kunst­vlieg voor­dat het besef tot mijn blaas was door­ge­dron­gen dat alle sei­nen op groen ston­den. Toen de dij­ken bra­ken en de eer­ste gol­ven schui­mend nat het ver­sle­ten roos­ter­tje begon­nen te teis­te­ren slaak­te ik een die­pe zucht. Iet­wat voor­over hel­lend steun­de ik met mijn hoofd tegen de voch­ti­ge tegels. Een kor­te sid­de­ring schoot door mijn lijf. Ik werd een aan­hou­dend gepiep diep in mijn oren gewaar. Toe­ge­dekt door gesmoord café­ru­moer van bui­ten het toi­let. Mijn ogen hield ik nu angst­val­lig open. Alleen dat voor­kwam dat de ruim­te om me heen niet ging draai­en. Het was dui­de­lijk. Ik begon dron­ken te wor­den.

Lek­ker, hè? Pis­sen. Bij­na net zo lek­ker als klaar­ko­men.”
Ik keek opzij. Naast me stond een man. Waar kwam die zo plot­se­ling van­daan?
“Geneer je niet, we zijn ten­slot­te man­nen onder elkaar.” Een vet­te knip­oog zet­te zijn uit­spraak kracht bij. Ondanks dat hij zacht sprak had ik geen enke­le moei­te hem te ver­staan. Voor­dat ik iets kon zeg­gen, nam hij alweer het woord.

Ik kon er niets aan doen, maar ik hoor­de zojuist je gesprek met je vrien­den,” zo ver­volg­de hij. Het bleek dat hij had gehoord hoe ik mijn beklag had gedaan over mijn belab­ber­de finan­ci­ë­le situ­a­tie. En mijn wens om er eens een paar dagen tus­sen­uit te kun­nen gaan. Weg van alle stress en zor­gen. Een paar dagen alleen kun­nen zijn met mijn lief­ste lief.

Hij deed me een fan­tas­tisch voor­stel.
“Maar ik heb geen geld,” was het eer­ste wat ik ein­de­lijk kon uit­bren­gen.
Maar dat vorm­de voor hem geen enkel pro­bleem. Er waren ande­re manie­ren om de reke­ning te vol­doen. Ik meen­de het eerst niet goed gehoord te heb­ben. Hij her­haal­de nog­maals alle details.

Uit­ein­de­lijk stem­de ik in. Pas later rea­li­seer­de ik me dat al die tijd ter­wijl hij zijn mono­loog opvoer­de, ik had staan plas­sen. Zelfs ter­wijl ik hem een hand­druk gaf om onze deal te beves­ti­gen, had ik mijn lin­ker­hand nog steeds nodig om alles in goe­de banen te lei­den. Het voel­de aan als ver­raad.

Berus­tend kijk ik op naar mijn vrien­din. In haar ogen lees ik ont­zet­ting. Nu dat het mon­ster mij ver­la­ten heeft rea­li­seert zij zich de ver­strek­ken­de gevol­gen van haar daad. Tri­om­fan­te­lijk kijkt het groe­ne wezen mij aan. Zijn taak is vol­bracht. Het zaad­je is geplant. Ik wil nog iets zeg­gen.

Klik hier

~ ~ ~

Mijn bij­dra­ge voor de Febru­a­ri­op­dracht van het Fan­ta­sie­rijk (op Hyves):

Waar­om is de Nacht­wacht van Rem­brandt van Rijn nu zo’n indruk­wek­kend schil­de­rij? Omdat het doek zo groot is, omdat de com­pag­nie van kapi­tein Frans Ban­ning Cocq en lui­te­nant Wil­lem van Ruy­ten­burgh zoveel per­so­na­ges telt?
Natuur­lijk speelt de omvang een rol even­als de groot­te van het afge­beel­de gezel­schap. Maar ik nodig u van har­te uit daad­wer­ke­lijk eens het Rijks­mu­se­um bin­nen te wan­de­len en stil te staan bij Rem­brandts mees­ter­werk.
Hope­lijk zal u dan de licht­val opval­len, maar als u nog beter kijkt, gaat er een wereld aan details voor u open. Om pre­cies te zijn teveel om op te noe­men.
Wat, denkt u, zou de Nacht­wacht voor­stel­len zon­der die details? Denkt u er maar eens over na: een saai groeps­por­tret, op zijn hoogst.
Kort­om, zon­der details geen geheel. Een beet­je leg­puz­zel telt dui­zend stuk­jes.
Dat­zelf­de geldt natuur­lijk voor een ver­haal. Wat zou een ver­haal voor­stel­len als het alleen maar een han­de­ling bevat­te? Niets, er zou een leven­loos geraam­te op papier staan.

~ ~ ~

0