De droom

Mam?
Ja, mijn kind?
Zal ik ooit kun­nen vliegen? 
Natuur­lijk.
Hoe weet je dat?
Omdat je mijn kind bent. 

Mam?
Ja?
Waar­om ben ik zo dik?
Je bent niet dik.
Maar de ande­re kin­de­ren lachen me uit.
Jij zult het laatst lachen van allemaal.

Ik hoef niet meer, mam.
Toe, eet nog een klein beetje.
Ik zit vol.
Je zult het nodig hebben. 
Zeker voor als ik weer van een tak val.
Haha, dat heb je goed geraden.

Ga nu maar sla­pen, mijn kind.
Lees je nog wat voor?
Welk ver­haal?
Van het lelij­ke eendje.
Had ik het niet gedacht.

Mam?
Hmmm?
Geloof je echt dat ik ooit kan vliegen?
Als jij het maar gelooft, schat.
Wel­te­rus­ten, mam.
Slaap wel, mijn kind.

Die nacht droom­de het rups­je voor de eer­ste keer dat het los kwam van de grond.
En Moe­der Natuur zag dat het goed was.

Lees ook …