Vox Populi

De stem van het volk is sinds vrij­dag­avond defi­ni­tief van kleur ver­scho­ten. Voor­lo­pig althans, want dat ken­merkt de stem van het volk het meest. De stel­lig­heid waar­mee de waar­heid van van­daag plaats­maakt voor een bete­re waar­heid mor­gen. “Een nieu­we waar­heid! Nu sterk ver­be­terd!”

Maar dat wil­len we niet weten. Daar­voor heb­ben we nu even geen tijd. Want we moe­ten ons opma­ken voor de gro­te Fina­le op zon­dag 11 juli.

Ein­de­lijk gaat ons Oran­je revan­che nemen voor het gro­te onrecht ons aan­ge­daan in ’74 en een der­tig­tal jaar eer­der. Voet­bal is oor­log. Elf sol­da­ten van Oran­je gaan de aftrap van een bevrij­dings­feest geven wat z’n weer­ga niet kent.

Als­of Duits­land van Span­je wint. Als­of wij van Urugu­ay gaan win­nen.
Als­of er momen­teel niets anders meer bestaat slui­ten we de ogen voor de wereld om ons heen.
Ver­lo­ren rea­li­teits­zin. De prijs van de over­win­ning op Bra­zi­lië is hoog.

Maar de wer­ke­lijk­heid is dan ook com­plex. Vraagt teveel nuan­ce­ring wan­neer er bij deze hit­te meer behoef­te is aan het sim­pe­le oran­je zwart den­ken. Dan past het in de heden­daag­se logi­ca van oran­je­gek­te dat we plei­nen vol gro­te­scherm­kij­ken­de mensenmassa’s moe­ten besproei­en met kost­baar water, ter­wijl een hit­te­plan in wer­king is gesteld. Jam­mer dan toch dat die­zelf­de hulp­troe­pen niet paraat staan wan­neer je je klei­ne baby slechts een half uur­tje in de auto laat. In die­zelf­de ver­zen­gen­de zon.
Moei­lijk. Die rea­li­teit van een hete zomer­dag.

Maar net zo snel als een voor­bij razen­de Tour­ka­ra­vaan zal bin­nen­kort het oran­je­ge­tin­te Gil­les-de-la-Tour­et­te-ach­ti­ge trek­je van de volk­se stem omslaan in een ande­re dwin­gen­de tic. Dat heeft niets te maken met een even­tu­e­le, als totaal onvoor­spel­baar geach­te neder­laag tegen Duits­land, of zelfs op dins­dag tegen Uru­gay.
Zeker, bij dit ver­lies gaan de Oran­je­vlag­gen half­stok, maar nog eer­der gaan de cor­ri­ge­ren­de wijs­vin­gers omhoog van hen die dit allang had­den zien aan­ko­men. Die het altijd al voor­speld had­den dat Oran­je nooit wereld­kam­pi­oen zou gaan wor­den. Zeg maar, de bet­we­ters onder ons. Je kent ze vast wel. Het zijn die lui, die zich de afge­lo­pen dagen gewoon vol­op in het oran­je heb­ben gehuld en dezelf­de fees­ten heb­ben gevierd als jij en ik. Even hard gejuicht heb­ben bij weer zo’n weer­ga­lo­ze drib­bel van Rob­ben of goal van Sneij­der. Ondanks het druk­ken­de besef dat Oran­je te matig is voor het ultie­me suc­ces. Wat een last tor­sen zij mee.

Ech­ter ook bij de vol­le winst tegen Duits­land (het mag ook Span­je zijn) op die dol­dwa­ze zon­dag die nog in het ver­schiet ligt, zal het niet lang duren voor­dat de vox popu­li van stem­ming wis­selt. Niet nadat we eerst met z’n allen de intocht mas­saal heb­ben gevierd (‘88 moet groots over gedaan wor­den, want menig­een van de jon­ge­re gene­ra­tie heeft die beel­den nu wel genoeg gezien; tijd voor nieu­we nor­men), zul­len al spoe­dig daar­na de eer­ste com­men­ta­ren in de bedrijfs­kan­ti­ne of schaft­keet opgaan over de ver­meen­de arro­gan­tie van onze hel­den van wel­eer (de tijd gaat snel, tegen­woor­dig). Zie ze naar de mid­dag­trai­ning gebracht wor­den door pri­vé­chauf­feurs, wel­ke gedien­stig door­rij­den naar de stad om de voet­bal­ba­bes te laten shop­pen op het kre­diet van nieu­we tus­sen­tijds open­ge­bro­ken mil­joe­nen­con­trac­ten.
Zoiets dus. Je snapt de strek­king.

Tegen die tijd heb­ben we allen al mas­saal ons­zelf van de oran­je kleu­ren­pracht ont­daan. Alle oran­je prut­sels opge­bor­gen op zol­der. De oran­je beesies inge­le­verd bij AH.
Die ze ver­vol­gens bij elke 15 ton infe­ri­eur voed­sel en gif­tig afval met bak­ken aan Afri­ka doneert. Want ondanks de voor­tij­di­ge uit­scha­ke­ling van menig Afri­kaans land op het WK, blijft het con­ti­nent nog steeds een der­de wereld­land.
Het ech­te leed onge­zien tij­dens vele weken voet­bal­gek­te.
Die­per dan het ver­schil tus­sen zil­ver en goud.

Vox Popu­li

Steeds min­der wordt de fan­ta­sie
fan­tas­tisch, steeds klei­ner
de wereld, kor­ter
de reis­duur, de voet­bal­broe­ken.

Nar­cis­sen ver­dro­gen en wor­den
door tul­pen ver­van­gen, de kat
werpt tus­sen ont­spro­ten bint­jes
negen jon­gen waar geen blik voor is.

Elke dag poets ik zorg­vul­dig
mijn schoe­nen en gebit ter­wijl er
ver­rekt, gecre­peerd en gemoord wordt.
Maar als je zo denkt word je gek.

Hans Vlek (1947)
uit: Geen volk­se god in uw ach­ter­tuin (1980)

~ ~ ~