Vleermuizen

Afgelopen nacht was ik bezig om samen met een vage kennis (althans ik herkende hem niet echt) wat lijken uit een kamer te verwijderen. We waren al bijna klaar toen me de vleermuizen opvielen. Ze vlogen rondjes dicht tegen het plafond. Omdat de kamer nogal hoog was en elke vorm van verlichting ontbrak waren ze moeilijk te onderscheiden. Ik maakte mijn compagnon opmerkzaam op de rondfladderende beestjes.

“Kijk,” vertelde ik hem, “vleermuizen.”

Hij stopte met het gesleep aan de schouders van het laatste lichaam wat nog naar buiten moest.
Aandachtig bleef hij naar boven staren. Eindelijk sprak hij.

“Nee hoor, dat zijn vinken.”
Verbaasd keek ik hem aan.

“Vinken?” herhaalde ik schaapachtig.

Daarna keek ik nogmaals naar boven. Het was moeilijk te zien zo in de duisternis. Er was alleen een heel klein raampje. Ook bijna tegen het plafond. Doordat het in de loop van de jaren besmeurd was geraakt viel er weinig daglicht door naar binnen. In de vensterbank zat een klein, ja wat was het nu? Vink of vleermuis?

“En daar dan? In de vensterbank. Dat is toch zeker wel een vleermuis?”

Opnieuw keek de man, die me steeds onbekender voorkwam, naar boven. Nu was hij sneller klaar met zijn oordeel.

“Da’s ook een vink,” verklaarde hij. “Maar de vleugeltjes zijn gekortwiekt, en daarom zit hij daar zo passief.”

Ik bleef hem een tijdlang aanstaren voordat ik hem abrupt een klap op zijn hoofd gaf. Hij had het niet zien aankomen aangezien hij al weer bezig was met onze klus. Kreunend viel hij voorover. Zijn val werd gebroken door de dode vrouw. Ook zij leek naar boven te staren.

“Vinken!” Ik spuwde het woord bijna met afschuw uit. “Zien jullie niet dat het vleermuizen zijn!”

En om mijn woorden kracht bij te zetten sloeg ik hem nog enkele keren met de honkbalknuppel in de nek. Wat had ik in korte tijd een hekel aan die vent gekregen.

Tijd om onze kortstondige samenwerking eenzijdig op te zeggen. Het duurde wat langer om de kamer geleegd te krijgen, maar dat had ik er graag voor over.

Toen ik klaar was keek ik nog een keer omhoog naar de vleermuizen voordat ik de deur zachtjes sloot. In de verte ging een wekker af.

~ ~ ~