De voorlezer

Ze was een aan­dachtige toe­hoorster. […] Toen de dagen langer wer­den, ging ik langer door met lezen om in de schemer­ing met haar in bed te liggen.
Wan­neer ze op mij was inges­lapen, op de bin­nen­plaats de zaag was ver­stomd, de mer­el zong en er van de kleuren van de din­gen in de keuken alleen nog lichtere en donkere nuances gri­js rest­ten, was ik vol­maakt gelukkig.

[De voor­lez­er. Bern­hard Schlink. blz. 37]

~ ~ ~

Soms, als ik alleen thuis ben, gooi ik alle schroom van me af en begin hardop te lezen. Denk­end aan Jan van Veen hoor ik een diep­donkere stem ges­taag door oneindi­ge ether gaan.
Iets waar ik ontzettend jalo­ers op kan zijn.

Zo graag zou ik zelf ook in staat zijn om het vele mooie wat ik onder ogen kri­jg zon­der haperin­gen te kun­nen voor­lezen. Aan mijn kleinkinderen bijvoor­beeld. Maar vooral ook lat­er. Aan jou. Op onze oude dag. Geza­men­lijk gezeten op een makke­lijke bank, met een deken­t­je over de benen. In alle rust. En eigen tem­po.

Ik con­cen­treer me op de tekst. Schraap mijn keel en begin. Aarze­lend en zoek­end naar een cadans die past bij de tekst. Een­maal op gang probeer ik niet te luis­teren naar mijn eigen gelu­id. Wat zo anders klinkt dan wan­neer ik ‘hardop in mezelf’ lees. Het valt erg tegen. Maar ik geef niet op. Tenslotte heb ik vol­doende tijd om het me eigen te mak­en.

Hoewel? Gis­ter kwam het ver­zoek bin­nen of ik ook een stuk­je uit eigen ‘werk’ wil voor­dra­gen tij­dens de boekp­re­sen­tatie van Adren­a­line. Een bun­del met korte span­nende ver­halen, waaron­der een­t­je van mijn hand. Ergens (zow­el tijd en ruimte) eind okto­ber. Ik heb (j)a gezegd. En moet nu nodig oefe­nen op b.

~ ~ ~

Wat is erg­er? Dat ik gaan­deweg mijn zicht ver­lies en niet meer kan lezen, of dat mijn stem het begeeft en er van voor­lezen lat­er niets meer terechtkomt?
Vooral­snog is geen van bei­den actueel, dus her­vat ik mijn pogin­gen en lees met qua­si-gedra­gen stem op een willekeurige plek verder:

Een prachtige liefdes­geschiede­nis,’ ver­vol­gde ze, en ze hief haar ogen naar Quart op. ‘En net als alle prachtige liefdes­geschiedenis­sen was het een tragis­che geschiede­nis.’

[Het trom­melv­el. Arturo Pérez-Reverte. blz. 208]

~ ~ ~

Comments are closed.

Tags

(all tags)

Tweets