Vuurpret

De vuur­pret van de bar­be­cue begon ’s zater­dagocht­end op Twit­ter. Over en weer vlo­gen de bericht­jes met betrekking tot de diverse voor­berei­din­gen die nog getrof­fen moesten wor­den en over hoe laat iedereen wel niet zou vertrekken om zek­er niet te laat te arriv­eren. Via via kreeg ik ook te horen dat Vrouw vol Vuur al ongeduldig zat te wacht­en in de auto. Zij kon niet wacht­en tot het 15.00 uur zou zijn, en ein­delijk weer herenigd zou wor­den met Man van Hout. Toen dit laat­stge­noemde ter ore kwam was dat reden voor hem niet langer te wacht­en. Zon­der dralen ont­wortelde hij zichzelf van z’n plek­je in de voor­tu­in en vertrok richt­ing Hoen­der­loo. Een fikse wan­del­ing over de Hoge Veluwe.

Enkele uren lat­er zag ik ‘m onver­moeibaar (als een echte trail­walk­er, zeg maar) doorstap­pen over de Delenseweg. Hij was al bij­na op de plaats van bestem­ming, maar accepteerde dankbaar mijn vrien­delijk aange­bo­den lift. Zo kon hij wat op adem komen. Ter­wi­jl we het laat­ste stuk­je zwi­j­gend verder reden keek ik hem af en toe zijdel­ings aan. Hij zat in gedacht­en ver­zonken voor zich uit te staren. Ik had het idee dat hij zich afvroeg hoe de ont­moet­ing met Vrouw vol Vuur zou ver­lopen. Tenslotte had­den ze elka­ar al een eeuwigheid niet meer gezien. Om hem een hart onder de riem te steken begon ik omstandig het con­cept van zielsver­wantschap uit te leggen. Ik had niet het idee dat het echt tot hem door­drong.

Gelukkig viel het alle­maal reuze mee. Bij aankomst vie­len ze elka­ar in de armen en waren op slag iedereen om hen heen ver­geten. De klik die ze alti­jd had­den gehad was er nog steeds. Hand in hand ver­wi­jder­den ze zich al snel van de rest van het gezelschap.

Zelf ben ik tot laat op de avond gebleven. De sfeer was uit­bundig en hartelijk. Ondanks de sombere weersvoor­spelling bleef het droog en brak zelfs geregeld de zon door. Enkele vuurko­r­ven en de flink uit de kluiten gewassen bar­be­cue zorgden voor meer dan vol­doende warmte zodat we buiten kon­den bli­jven zit­ten. Als kleine kinderen die voor het eerst op school­reis­je met een kam­pvu­ur te mak­en kre­gen hebben we alles wat enigszins brand­baar was opgestookt. Vuur als bindend ele­ment.
Een mooi hoogtepunt vor­m­den de twee wens­bal­lon­nen (een soort het­elucht lam­pi­onnen) die bij de val­lende duis­ter­n­is de lucht in wer­den ges­tu­urd.
Twee bij­zon­dere wensen heb ik gemaakt voor twee dito mensen. Of ze gaan uitkomen?

Als Man van Rook heb ik bij thuiskomst al m’n kleren in de was gegooid en ben ver­plicht onder de douche gegaan. Voor­waarde om toe­gang tot de bed­stee te verkri­j­gen. Ik kon me d’r wel iets bij voorstellen toen de vol­gende mor­gen de walm uit de was­mand me in het gezicht sloeg.

Hoe Man van Hout uitein­delijk weer thuis is gekomen weet ik niet. Wel dat hij de zondagocht­end als vertrouwd op zijn plek­je stond. Ook hij rook redelijk geschroeid.
Vast en zek­er met Vuur gespeeld.

~ ~ ~

2 Comments

Mooier had ik het niet kun­nen ver­wo­or­den! En wat de twee zielsver­wan­ten betre­ft, Vrouw vol Vuur lag vanocht­end genoeglijk knis­perend in haar kor­f­je, dat het laat (of vroeg) gewor­den was was duidelijk, haar voet­sporen smeulden nog.
Wat een prachtdag was het toch, of prachtda­gen inclusief voor en napret.

dikke zoen!