Anonieme bekentenis (voor www.vitaal.nl)

Pre­cies een week lat­er stond ik er weer. Met één belan­grijk ver­schil.
Dit­maal had ik de volle aan­dacht van haar. Ik voelde hoe ik los­ger­aak­te uit de schaduwkant van het bestaan. Nooit eerder had ze zo intens naar me gekeken. Zelfs niet op dat voor mij zo spe­ciale moment toen ik haar ten huwelijk vroeg. Nu alweer zo’n vier jaar gele­den.

Dit­maal zei ze ‘nee’ voor­dat ik het pis­tool op haar leeg schoot. En was ik weer terugge­keerd in de mij zo vertrouwde anon­imiteit.

Want ze had ‘ja’ gezegd. Toen.

En ja, dat had mij achter­af ook wel ver­baasd. Op kan­toor had ze mij tot die bewuste avond, een afdel­ing­suit­je, nooit echt aange­spro­ken. De enige woor­den die we wel eens met elka­ar had­den gewis­seld waren uit­ge­spro­ken in de bedri­jf­skan­tine. Als we door omstandighe­den aan dezelfde tafel kwa­men te zit­ten.

Zoals we nu ook al de hele avond tij­dens het afs­lui­tende din­er schuin tegen­over elka­ar had­den gezeten.
Stom toe­val? Ik ging het me in de jaren erna steeds vak­er afvra­gen.

Maar was het zo gek dat ik me ver­loor in dat gelukza­lige moment toen me inge­fluis­terd werd dat zij, ZIJ! (‘Zij van Sales. Weet je wel. Die brunette met die groene ogen en die geweldige…’) een oog­je op me had. (‘Hier, pak nog een pil­sje. Wel een beet­je door­drinken. Laat zien dat je een echte vent bent’).
En dat ze tegen een col­le­ga (‘Anja. Je kent haar wel. Die blonde die pas nog met die nieuwe uit het mag­a­z­i­jn is vreemdge­gaan. Oh, dat wist je niet?’) gezegd zou hebben dat ze best wel toe was aan rust in haar lev­en (‘Want die heeft echt de beest uit­ge­hangen hoor. Heb je die foto’s van haar op …? Euh, wacht, waar was ik gebleven?’) en dit met mij wel zag zit­ten. Van­wege mijn rust­gevende en sta­biele uit­stral­ing.

Dit alles werd mij kam­er­aad­schap­pelijk medegedeeld door Tom. Ook werkza­am bij Sales. Net als zij. Dus hij kon het weten. En om z’n betrouw­baarheid te ver­groten had hij een arm om me heen ges­la­gen. Ja, ik weet het. Dezelfde Tom die me tot dan toe nog nooit had zien staan. Maar het voelde goed. Toen.

En zo liet ik me vol­lopen met drank en leu­gens, door Tom in gelijke por­ties geserveerd. Om uitein­delijk ’s avonds nadat alle collega’s verd­we­nen waren, en enkele minuten voor­dat ik de voorgev­el van het restau­rant zou onderkot­sen, haar ten huwelijk te vra­gen. Want het was nu of nooit. Had Tom gezegd.

Zij zei ‘ja’.

Weer enkele weken lat­er zelfs ‘ja, tot de dood ons schei­dt’.

Slechts een jaar lat­er begon ik al uit te zien naar dat ver­lossende eind­punt van onze relatie. Uit­geput als ik raak­te door de almaar lan­gere werkda­gen die ik moest mak­en om in ons lev­en­son­der­houd te voorzien. Want de rust die zij voor ogen had, betek­ende in de prak­tijk dat ze bin­nen de kort­ste keren haar baan bij Sales opgaf om thuis een bestaan op de bank op te bouwen. Voor de tv. Achter de schalen met chips. In volledi­ge afzon­der­ing van alles en iedereen. Dacht ik. Goed van vertrouwen en oost­indisch doof voor alle rod­dels op kan­toor.

Tot­dat ik vorige week wat eerder naar huis ging. Omdat ik me niet zo goed voelde.
Thuis geen zij op de bank.
Niets ver­moe­dend liep ik door naar de slaap­kamer. Op zoek naar haar. Waar ik haar inder­daad aantrof. En Tom. Te druk met elka­ar om mij op te merken. Zoals dat wel vak­er met mij het geval is.

Ja’, riep ze. ‘Ja, ja.’
‘Nee’, zei ik zacht. En sloot de deur.
Om een week lat­er op het­zelfde tijd­stip terug te keren.

En nu is zij dood. En Tom ook.
Niet nadat ze bei­den ‘Nee!’ had­den gegild.

Onder­weg terug naar kan­toor merk ik dat er niets veran­derd is. Nog steeds gli­j­den de blikken van voor­bi­j­gangers langs mij heen. Alsof ze me niet zien. Maar nu geni­et ik er van.

Verd­we­nen is die drang om iemand bij de schoud­ers te pakken en door elka­ar te schud­den. Om zo te lat­en merken dat ik ook besta. Dat het god­ver­domme niet leuk is om alti­jd als laat­ste gekozen te wor­den. Als je al gekozen wordt.

Om ze met hun neus op mijn aan­wezigheid te drukken. Het er in te wrijven zodat ze het voor­taan niet meer wagen mij over te slaan bij het koffie halen. Of tij­dens het vra­gen­rond­je bij het afdel­ingsover­leg.

Wan­neer ik het Saleskan­toor passeer hoor ik iemand roepen om Tom. Nie­mand die er aan denkt om mij iets te vra­gen…

Opgewekt open ik de deur van de cred­i­teure­nad­min­is­tratie. Bli­jf even staan om rond te kijken naar de aan­wezige collega’s. Zie dat er iemand opstaat om koffie te gaan halen.
Geheel vol­gens verwacht­ing word ik volkomen genegeerd. Alsof ik lucht ben.

Tevre­den ga ik zit­ten en pak het werk op waar ik een uurt­je gele­den mee gestopt was.

~ ~ ~

Dit was alweer mijn vierde blog in mijn eigen rubriek op www.vitaal.nl. Een site die inmid­dels in de toen­ma­lige opzet ter ziele is gegaan…

~ ~ ~

1 Comment