Communisme, sex en leugens — Maria Genova

In een zoveel­ste poging om hier ver­slag te doen van mijn lees­er­va­rin­gen, deze keer aan­dacht voor het boek ‘Com­mu­nis­me, sex en leu­gens’ van Maria Geno­va.
Het is haar eer­ste boek en ver­scheen in maart 2007.

Het kans­lo­ze aspect betreft hier natuur­lijk mijn gere­geld tot maxi­ma­le stil­stand val­len­de lees­pe­ri­o­des. Weken die voor­bij vlie­gen van­we­ge aller­han­de pro­ject­werk­zaam­he­den en die geen enke­le ruim­te bie­den om daar­naast nog van een goed boek te kun­nen genie­ten. Of, heel soms, enke­le dagen van rela­tie­ve rust waar­in dan ein­de­lijk een boek van begin tot eind kan wor­den uit­ge­le­zen, maar waar­na dan weer niet de tijd geno­men kan wor­den om er ver­slag van te doen. Dus, bij voor­baat kans­loos in die zin dat het mis­schien weer een een­ma­li­ge opris­ping is om van­daag een lees­er­va­ring te wil­len delen.

Zoals nu over ‘Com­mu­nis­me, sex en leu­gens’, een boek wat ik van­och­tend met een tevre­den gevoel heb uit­ge­le­zen. Het ver­telt op een uiterst onder­hou­den­de wij­ze de gang naar vol­was­sen­heid van een jon­ge vrouw (aan­ge­duid als Mer) in Bul­ga­rije ten tij­de van het com­mu­nis­me. Om dan plot­se­ling gecon­fron­teerd te wor­den met het ver­dwij­nen van alle zeker­he­den van dat­zelf­de com­mu­nis­me, gesym­bo­li­seerd door de afbraak van de Ber­lijn­se muur. Over­al wordt de geves­tig­de poli­tie­ke eli­te ver­van­gen door nieu­we gezich­ten, al dan niet hard­han­dig daar­toe gedwon­gen. Het volk juicht, want een nieu­we tijd is aan­ge­bro­ken. Het juk wordt afge­wor­pen.

Bin­nen kor­te tijd is er van alle eufo­rie onder een groot deel van de bevol­king ech­ter niets meer over. Het is bit­ter ont­wa­ken in een nieu­we rea­li­teit van kil kapi­ta­lis­me waar de kloof tus­sen arm en rijk te breed is geble­ken om de over­stap te maken. Deze zicht­ba­re schei­ding is vele malen con­fron­te­ren­der dan de oude situ­a­tie waar een­ie­der in dezelf­de situ­a­tie zat.

Het was een onmis­ken­ba­re para­dox: tij­dens het com­mu­nis­me had­den de mees­te men­sen genoeg geld, maar ze kon­den daar haast niets mee kopen, nu waren de win­kels over­vol met wes­ter­se spul­len, maar de mees­te men­sen had­den geen geld. [p.173]

Natuur­lijk zijn er in de loop der jaren na ‘89 al veel per­soon­lij­ke getui­ge­nis­sen ver­sche­nen van hen die opgroei­den onder het juk van een oost-euro­pees cen­tra­lis­tisch regime waar gepoogd werd alles en ieder­een te con­tro­le­ren. En daar is dit boek zeker niet uniek in. Wat mij voor­al aan­sprak is de manier waar­op Mer pro­beert van haar kant een zeke­re con­tro­le over haar leven te behou­den. Heel bekwaam pro­beert zij door obser­ve­ren en han­de­len uit te vin­den waar de gren­zen lig­gen van de vrij­heid die zij zoekt. Behoed­zaam om niet het gevaar te lopen bepaal­de ver­wor­ven­he­den kwijt te raken, maar ook op zijn tijd door­tas­tend han­de­lend om gebruik te maken van ruim­tes die zij ziet.

Voor­al op het ter­rein van de lief­de ont­wik­kelt zij zich­zelf tot een erva­ren speel­ster. In een niets ont­zien­de jacht naar ‘de ware’ maakt Mer con­tact met vele man­nen. Al van jongs af aan pro­beert zij erva­ring op te doen met zoveel moge­lijk ver­schil­len­de types. Maar haar maag­de­lijk­heid is haar hei­lig. Zij ver­ge­lijkt haar zoek­tocht met haar lees­ge­drag.

Ik keek eerst naar het boek­om­slag en als ik die aan­trek­ke­lijk vond, begon ik met lezen. Men­sen zijn net boe­ken: het gaat om de bin­nen­kant, maar ieder­een ziet eerst de bui­ten­kant. Soms ging ik iets te lang door met lezen in de hoop dat de inhoud als­nog boei­end zou wor­den. […] Ik heb zo heel wat onin­te­res­san­te tek­sten gele­zen, maar ik had geen keus. Als ik zou stop­pen met lezen, zou ik ook nooit in aan­ra­king komen met een mees­ter­werk. [p.36]

Wat dui­de­lijk wordt is dat de jeugd van Mer ondanks dat het ver­re van zor­ge­loos is, niet geken­merkt wordt door de har­de repres­sie als in de begin­ja­ren van het com­mu­nis­me. Ieder­een beseft dat hun leven zich afspeelt bin­nen een poli­tie­staat maar daar staat tegen­over dat er ook een hoop zeker­heid is bin­nen die afge­gren­del­de wer­ke­lijk­heid. Er is werk en zaken zoals scho­ling en gezond­heids­zorg zijn goed gere­geld. Humor als alge­meen gehan­teerd wapen tegen poli­tiek fun­geer­de als een bin­dend ele­ment.

We besef­ten niet dat dit geen ech­te vrij­heid was. Voor mij was de poli­tiek een troe­be­le zee en mijn leven een groot luxe jacht. Ik moest natuur­lijk reke­ning hou­den met de gol­ven, maar ik con­cen­treer­de me voor­al op het ple­zier dat ik op het jacht beleef­de samen met al die inte­res­san­te pas­sa­giers. [p.91]

Op deze manier weet Mer zich staan­de te hou­den. En kleur­rijk zijn de pas­sa­ges die voor­bij komen over het leven op dit ‘groot luxe jacht’. Wat me bij het vol­gen­de aspect brengt waar­om ik dit boek graag gele­zen heb. Het deed me name­lijk af en toe den­ken aan ver­ge­lijk­ba­re pas­sa­ges uit het werk van Jer­zy Kos­in­ski. Deze, van ori­gi­ne Pool­se schrij­ver (die ik graag mag lezen), heeft ook geschre­ven over zijn jeugd in een com­mu­nis­tisch land.

Hoe­wel Kos­in­ski in zijn romans een veel don­ker­der en onrust­ba­ren­der beeld schetst van de onder­lin­ge men­se­lij­ke ver­hou­din­gen  (waar­schijn­lijk omdat het zich afspeel­de tij­dens een meer repres­sief regime) trof mij voor­al het mani­pu­la­tie­ve karak­ter bij de hoofd­per­so­nen. Mer, hoe fris en frui­tig zij over mag komen, is toch op gezet­te tij­den bezig de situ­a­ties naar haar hand te zet­ten. Een belang­rijk ver­schil met de hoofd­per­so­nen bij Kos­in­ski is wel dat Mer er pro­beert iets mee te doen, ter­wijl dat bij Kos­in­ski vaak ont­breekt. Daar gaat het meest­al om het mani­pu­le­ren als expe­ri­ment. Er is een gro­te­re afstan­de­lijk­heid bij wat men teweeg­bracht. De hoofd­per­so­nen bij Kos­in­ski komen over als labo­ran­ten die proe­ven uit­voe­ren en hun obser­va­ties nauw­keu­rig boek­sta­ven. Mer is een warm­bloe­dig per­soon die het geleer­de in prak­tijk brengt bij haar vol­gen­de ont­moe­tin­gen. Daar­door wekt zij veel meer sym­pa­thie op.

Grap­pig vond ik ook nog te zien dat zowel Mer als Kosinski’s hoofd­per­so­nen op een gege­ven moment ver­lich­ting zoe­ken in het ski­ën. Het zal toe­val zijn, maar mijn invul­ling is dat het ski­ën mis­schien gevoeld kan wor­den als ook een soort van con­tro­le over­ne­men. Bin­nen de restric­ties  van de gebo­den vrij­heid en ruim­te kan men ver­vol­gens roe­ke­loos een berg afda­len. Vol­le­di­ge vrij­heid bin­nen een beperk­te vrij­heid.

En dat is ook de bood­schap die ik in het boek meen te lezen. Een con­ti­nu aftas­ten van de gren­zen die opge­legd wor­den om een zo groot moge­lij­ke vrij­heid te berei­ken. Zich niet neer­leg­gen bij de beper­king, maar altijd op zoek naar de rek die er in zit. In die zin vind ik Mer een krach­tig per­soon die poogt haar leven vorm te geven en daar bij­zon­der goed in slaagt.

Het boek ein­digt en begint met Mer ver­tel­lend van­uit Las Veg­as. Bul­ga­rije heeft ze inmid­dels al lang ach­ter zich gela­ten. Het ‘gro­te luxe jacht’ is aan­ge­meerd en de reis van Mer heeft zich voort­ge­zet op het woe­li­ge vas­te land.

~ ~ ~

Na ‘Com­mu­nis­me, sex en leu­gens’, ver­sche­nen er van Maria Geno­va nog twee boe­ken. In febru­a­ri dit jaar ‘Man is stoer, vrouw is hoer’, het relaas van een vrouw die 12 jaar getrouwd was met een lover­boy. En dit week­end was de boek­pre­sen­ta­tie van ‘Vrou­wen die in man­nen gelo­ven’. Over de ver­we­ven­heid tus­sen Rus­si­sche mil­jo­nairs en de maf­fi­o­se onder­we­reld.

Zie voor meer info: www.mariagenova.nl

~ ~ ~

Run, rab­bit. Run! — deel 2
Wen d’r maar aan…