Storing

Zij: “Dat was heer­lijk.”
Hij: “Hmmm…”
Zij: “Jam­mer dat je alweer moet gaan, schat­je.”
Hij: “Je weet dat het bin­nenko­rt anders zal zijn. Maar ik wil nu nog geen arg­waan wekken.”
Zij: “Waarom niet? Je hebt je keus toch al gemaakt?”
Hij: …
Zij: “Of heb je je bedacht?”
Hij: “Nee, natu­urlijk niet. Lief­je. Natu­urlijk niet.”
Zij: …
Hij: “Kom nog eens even bij me liggen. Ik mis je nu al.”
Zij: “Hmmm…”

Hij: “Oh jee!”
Zij: “Wat!? Wat is er dan? Waarom ben je zo in paniek? Doe eens rustig.”
Hij: “Alle treinen ron­dom Utrecht zijn uit­gevallen. Er is brand. Eén grote stor­ing.”
Zij: …
Hij: “Oh jee!”
Zij: …
Hij: “Hoe moet ik nu naar huis? Ik had hier hele­maal niet moeten zijn. Wat ga ik haar vertellen?”
Zij: “Miss­chien dat je hier bij mij…”
Hij: “Mens, denk toch na. Dat heb ik je toch al gezegd. Ik wil het haar nu nog niet zeggen.”
Zij: “Waarom toch niet? Hou je niet van mij? Wil je niet met mij verder?”
Hij: “Begin nu niet opnieuw te zeuren. Het is nog niet de juiste tijd.  Ze is er nog niet klaar voor.”
Zij: “Wat maakt het uit? Je gaat uitein­delijk toch weg. Ik dacht dat je zo’n hekel aan haar had? Dat je het spu­ugzat was met haar? Kom toch nog even bij me in bed, lief­je.”
Hij: “Oh jee, wat moet ik nu?”
Zij: …
Hij: …
Zij: “Ga je nu een pot­je begin­nen te janken!?”
Hij: …

Zij: “Hier! Vergeet je tas niet. Vuile klootzak dat je d’r bent!”
Hij: …
Zij: “Rot maar fijn op naar je vrouwt­je. Die saaie muts van je, waar je zo genoeg van had.”
Hij: …
Zij: “Mijn god, wat ben jij me tegengevallen, zeg. Een slap­pel­ing. Dat ben je. Een waarde­loos stuk vreten. Wat heb ik ooit in je gezien!?”
Hij: …
Zij: “Ik hoop dat al die fuck­ing treinen de hele avond niet meer gaan rij­den. Zie maar hoe je thuis komt. Bel maar naar je vrouwt­je of zij je op komt halen. Eikel! Of zal ik het doen?”
Hij: …

Zij: “Hal­lo, schat? Wat zeg je? Natu­urlijk kom ik je halen? Waar? In Utrecht? Hoe­zo, Utrecht? Regio ver­gader­ing? Waarom…? Nee, sor­ry. Natu­urlijk. Ik kom er meteen aan! Ik ga nu hangen. Ga jij maar ergens lekker iets eten. Je zult wel honger hebben met al dat gedoe? Bli­jf vooral niet buiten wacht­en. Anders vat je nog een kou, en… Sor­ry. Ja, ik ga hangen. Ik vertrek nu. Tot zo. Pas je goed op jezelf?”
Hij: …
Zij: “Het was mijn man.”
Hij: …
Zij: “Hij staat vast op sta­tion Utrecht. Er is daar een stor­ing.”
Hij: “En dan spring jij meteen in de houd­ing?”
Zij: …
Hij: “God, wat valt me dat van je tegen. Waar is nu die vri­jge­vocht­en, zelf­s­tandi­ge vrouw gebleven?”
Zij: “Die is er nog steeds, hoor. Ben maar niet bang. Dacht jij dat ik me liet com­man­deren door die sukkel?”
Hij: …
Zij: “Ik laat hem in die waan. Ik vind het pri­ma dat hij elke dag kost­win­nert­je gaat spe­len. Geeft mij de gele­gen­heid om te doen en lat­en wat ik wil.”
Hij: …
Zij: “Of dacht je soms dat jij de enige bent die het bed met me mag delen? Dan moet je toch veel beter je best doen. Voor jou tien anderen.”
Hij: …
Zij: “En nu ga je braaf naar huis, ter­wi­jl ik gedi­en­stig mijn echtgenoot ga ophalen!”

Hij: “Waar bleef je toch? Ik sta hier te verkleu­men.”
Zij: “Sor­ry, schat. Maar het was ontzettend druk onder­weg op de snel­weg en hier in de stad. Ik had je toch gevraagd bin­nen te…”
Hij: “Ja, ja. Ga nu maar rij­den. Ik wil naar huis.”
Zij: “Hier. Ik heb nog een paar boter­ham­men voor je meegenomen.”
Hij: …

Zij: …
Hij: “Wat is die A2 toch alti­jd een saai stuk weg.”
Zij: …
Hij: “Echt heel saai.”
Zij: …
Hij: …
Zij: “Zeg dat wel.”
Hij: …
Zij: “Slaap je?”

~ ~ ~

Elke overeenkomst met welke Hij of Zij ook, kan maar beter onbe­spro­ken bli­jven.

~ ~ ~

Tags

(all tags)

Tweets