Sterrenkind

Trots als een pauw stapt ze met haar kin­der­wa­gen par­man­tig door het dorp. Geheel onver­wachts maar zeker niet onge­wenst was daar toch haar kind geko­men. Haar ster­ren­kind.
Zie hoe zij ligt te stra­len onder het deken­tje. Wat is ze geluk­kig met haar komst.
Natuur­lijk ziet ze wel de jaloer­se blik­ken van haar vrien­din­nen, maar die zul­len wel bij draai­en als ze haar zien. Wie zou niet smel­ten bij de aan­blik van haar kind? Met haar glim­men­de huid­je. Als brand­nieuw. En haar lan­ge don­ke­re wim­pers. Als ze over een hob­bel in de weg loopt opent haar ster­ren­kind heel even de ogen. “Slaap maar lek­ker ver­der,” zo fluis­tert ze het kind in de wagen toe. “We zijn nog niet thuis.”

Ze fan­ta­seert hoe haar kind later zal opgroei­en en een belang­rij­ke func­tie in het dorp krijgt. Of mis­schien wel in de stad. De eer­ste vrou­we­lij­ke bur­ge­mees­ter. En dat ze dan nog later de baas van het land wordt. Er zou een heel groot feest komen waar ieder­een bij aan­we­zig mocht zijn. Haar kind zou op een soort van troon zit­ten, samen met haar man. Alle fami­lie had een spe­ci­aal plek­je op het bal­kon waar ze ook moch­ten zwaai­en naar de men­sen op het plein. Het eer­ste wat haar kind als baas van het land zou doen was om de rij­en voor de win­kels af te schaf­fen. Voort­aan zou­den er altijd ver­se groen­te en vlees op de plan­ken lig­gen. Die kon je kopen met echt geld. Niet met bon­nen. Ieder­een zou gra­tis geld krij­gen. Voor haar zelf zou het dan te laat zijn maar alle kin­de­ren hoef­den niet meer naar school. Of ten­min­ste geen huis­werk meer te maken.
Ach­ter haar hoort ze plot­se­ling gejoel. Ruw wordt de kin­der­wa­gen uit haar han­den getrok­ken. Voor­dat ze iets kan doen rolt de pop op de grond en wordt opge­pakt door een van de jon­gens die haar nu bela­gen. Ze vor­men een kring om haar. De pop gooi­en ze hoog over haar heen naar elkaar toe. Ver bui­ten bereik van haar graai­en­de armen. Hui­lend smeekt ze dat ze haar kind geen kwaad doen. Dat ze voor­zich­tig met haar moe­ten zijn. Rade­loos hup­pelt ze mid­den in de groep van de een naar de ander. Door de tra­nen in haar ogen ziet ze niet meer waar haar kind is geble­ven. Dan schijnt het de jon­gens weer genoeg te zijn. Schreeu­wend ren­nen ze weg met de pop. Aan het eind van de straat ziet ze hoe haar kind met een wij­de boog in de sloot wordt gegooid. De jon­gens ver­dwij­nen om de hoek. Wie kan haar nu hel­pen haar kind te red­den? Hoe ver­telt ze het haar oma die zo lief was haar een nieu­we pop te maken? Waar­om was ze niet thuis geble­ven?

Wat doet ze hier? In dit vreem­de land? Waar ze de taal nog steeds niet spreekt? Wie kan haar hel­pen haar kind te red­den? Haar ster­ren­kind! Waar is haar ster­ren­kind? Wat is het koud. Wie heeft het raam open­ge­zet? Het is koud en don­ker bui­ten. Geen ster­ren te zien. Alleen maar don­ke­re wol­ken tegen een don­ke­re hemel. Geen enke­le ster. Zelfs haar ster­ren­kind straalt niet meer.
Ze sluit het raam. Daar­na de gor­dij­nen. Het licht laat ze uit. Zo hoeft ze het bloed niet te zien.
Ze fan­ta­seert dat haar ster­ren­kind…

Ster­ren­kind

Een ster­ren­nacht op de wereld gewor­pen,
In sneeuw begra­ven door den wind,
Hout­hak­kers brach­ten naar hun ver­re dor­pen
Als een gevon­den schat het ster­ren­kind.

Zij dach­ten hun vrou­wen geluk­kig te maken
Omdat zijn man­tel van zil­ver was,
Maar zij moesten hem voe­den en bij hem waken
Als was hij een kind van hun eigen ras.

Den man­tel kon­den zij niet ver­koop­en,
Geen zil­ver­smid geloof­de er aan;
De pope wou den von­de­ling niet doop­en,
Dat hei­den­kind geval­len van de maan.

Geen tim­mer­man wil­de hem laten wer­ken,
Dien tee­ren prins, wat had men er aan?
De kos­ters joe­gen hem uit hun ker­ken,
Het hei­den­kind dat pein­zend stil bleef staan.

En op een nacht is hij weer ver­dwe­nen;
Het dorp tel­de vele kind­ren min­der,
Ter­wijl opeens veel meer ster­ren sche­nen.
Het was zeven jaar gele­den. En weer win­ter.

J.J. Slau­er­hoff (1898–1936)

~ ~ ~

Naar aan­lei­ding van het bericht op www.nu.nl van 28 decem­ber 2010.
BERLIJN
Een jon­ge moe­der in Ber­lijn heeft haar pas­ge­bo­ren baby uit het raam gegooid. De naak­te zui­ge­ling land­de een ver­die­ping lager in de besneeuw­de tuin. Buren die bui­ten gin­gen roken von­den het hui­len­de jon­ge­tje, maar dat voel­de toen al koud aan.
Het kind­je stierf maan­dag in het zie­ken­huis aan onder­koe­ling, meld­de de poli­tie van de Duit­se hoofd­stad.
Agen­ten heb­ben de 20-jari­ge moe­der opge­pakt. Ze heeft de daad direct bekend. Haar wordt dood­slag ten las­te gelegd. Onder­zoek moet uit­wij­zen of de vrouw psy­chisch ziek is.
Ze had het kind op Twee­de Kerst­dag alleen ter wereld gebracht in haar huur­flat­je in Ber­lin-Char­lot­ten­burg. Ze had zelf de navel­streng door­ge­knipt en haar kind uit het ven­ster gewor­pen.
Vol­gens buren komt de vrouw uit Roe­me­nië en werkt ze in een bar in het pros­ti­tu­tie­ge­bied van Ber­lijn.

Zie ook het blog over Bet­ty, een ander opbeu­rend ver­haal uit de sex-indu­strie

~ ~ ~