15 febr

 

Het snerpende geluid van de alarmklok deed hem ontwaken. Vervolgens duurde het nog ettelijke langgerekte pieptonen voordat hij door had dat de geluidsbron zich niet langer op het nachtkastje bevond. Geeuwend boog hij zich over de bedrand om de wekker te stoppen. Kwart voor acht. Hij moest al een hele tijd in zijn sluimerslaap voor snooze hebben gekozen. Dat zou weer een race tegen de klok worden om de eerste vergadering van de dag op tijd bij te wonen. Alleen de gedachte al deed hem achterover vallen op het bed. Voor zijn gevoel was hij nog niet zolang uit de laatste vergadering van de vorige dag gekomen. Een tijdlang staarde hij naar het plafond. Geleidelijk veranderde het lichtgrijze vlak in een grote spreadsheet met tabellen, grafieken, mijlpalen en deadlines. Zijn ogen dichtknijpen hielp niet meer. Veelkleurige projectactiviteiten dansten door elkaar tegen een pikzwarte achtergrond. Wrijvend met zijn handen in het gezicht leek het alsof hij alles weg wilde vegen. Ruitenwissers tegen de aanstormende sneeuw. En het was pas dinsdag.

Beneden hoorde hij gestommel. Raar, ze had allang op weg moeten zijn naar haar werk. Op de overloop riep hij haar naam. Geen reactie. Schouderophalend liep hij naar de douche en zette de kranen vol open. Hij had besloten zich niet te haasten. Dan maar te laat. Gister had hij een besluit genomen. Nu moest hij doorzetten. Niet na de eerste nacht al meteen terugkrabbelen. In de auto op weg naar huis was het hem duidelijk geworden toen hij zijn mobieltje had uitgezet. De teleurstelling die uit haar stem sprak had hem tot in zijn ziel geraakt. Was het omdat hij per toeval in het radioprogramma Candlelight terecht was gekomen? Hoe dan ook, bij de eerste afslag naar een tankstation was hij gestopt en had het geluk nog een bos rode rozen te kunnen kopen op het late tijdstip. Daarna had hij haar gebeld. Van zijn ingestudeerde excuus waarom hij zo laat was en hoe hij het wilde goedmaken met een weekendje weg binnenkort was niets terechtgekomen. Ze gaf aan moe te zijn en naar bed te gaan. Vol begrip had hij gezegd dat dit een goed idee was. Eenmaal thuis had hij de bloemen zorgvuldig in de wasbak gezet, met een bodempje lauwwarm water. Toen was hij ook naar bed gegaan. Haar blootgewoelde benen had hij liefdevol toegedekt. Het was hem menens.

In de badkamer viel hem iets op wat hij niet kon thuisbrengen. Ook terug op de slaapkamer, nu met het licht aan, leek het hem dat sommige zaken anders dan anders waren. Rommeliger. Beneden in de huiskamer hetzelfde gevoel. Vanuit de achterkant van zijn nek kroop een migraine zijn gestel binnen. Op de keukentafel lag een briefje. De tekst was kort en krachtig: Te laat. De bloemen stonden nog in de wasbak. Bij het volle daglicht zagen ze er toch heel wat verlepter uit dan gisteravond. Nog zo kort geleden en toch al zo ver weg.