Momentopname

Zo was er van­daag iemand die graag had gezien dat ik opgenomen zou wor­den in een inricht­ing.

Daar denk ik dan de verdere dag geregeld over na. De eerste tijd voor­namelijk over het hoe en waarom van zo’n opmerk­ing. Echter gelei­delijk aan laat ik dit triv­iale gedoe achter me en betreed de ver­lat­en pleinen waar de lan­taarn­palen gebukt gaan onder gebro­ken glas. Aan­dachtig bezie ik hoe oud­er­wets gemet­selde muren op strate­gis­che plekken het aar­dopper­vlak door­breken. De dicht­st­bi­jz­i­jnde nodigt me uit con­tact te zoeken. Langza­am laat ik me op mijn knieën zakken en leun voorover.

Ver­lam­mende kilte stroomt via mijn wang terug het dorre gras in. Twee broed­ers pakken me onder mijn armen en leggen me in bed. Drie lagen dekens zijn nog niet genoeg om mijn aan­houdend gebib­ber te stop­pen. Ik ben bang dat ze met med­icatie gaan begin­nen. Omdat ik weet dat ik hier dan nooit meer uitkom begin ik hys­ter­isch te gillen. De med­icatie wordt ver­dubbeld. Het haalt niets uit. In de kamer zit een oude man op een aan de bodem vast­geschroefde stoel. Hij komt me bek­end voor hoewel ik hem slechts van de achterkant kan bezien. Ik kan mijn ogen niet van hem afhouden. De afgelopen twee dagen heb ik hem con­tinu in de gat­en gehouden. Hij beweegt niet. Slaap roept me, maar ik mag niet ver­slap­pen. Een stri­jd die ik niet kan win­nen. Bij de eerste knip­per­ing van mijn oogle­den ben ik weer alleen in de zaal. Het licht gaat uit. In het donker voel ik hoe een leg­er nacht­mer­ries in gelid komt aan marcheren. In het donker is er geen enkele bescherming. Hulpeloos ben ik onder­w­erp van mijn eigen donker­ste ang­sten. En ik weet dat ik geen schi­jn van kans maak. Van een laat­ste moment helder­heid maak ik gebruik de aansticht­ster van deze ellende te vervloeken. Zon­der haar was ik hier nooit geweest. Zon­der haar had­den ze mij nooit huilend gevon­den op de vlo­er van de bad­kamer.

~ ~ ~

  • Jam­mer, zo’n ver­wens­ing. Zoi­ets wens je nie­mand toe.
    Toch heeft het jou weer aan het schri­jven gekre­gen: “de ver­lat­en pleinen waar de lan­taarn­palen gebukt gaan onder gebro­ken glas”. Wow. Die heb ik even een paar keer teruggelezen. Mooi. (nóg mooier als je even de ‘t’ achter het woord­je daar­voor weglaat? ;))

    • Het overviel me hele­maal, en was er wel even bedu­usd van. Van­daar het blog, inder­daad.
      Die zin kwam er toen vanzelf uit. Moest er ook een tijd­je naar kijken voor­dat ik doorhad wat ik ermee bedoelde. Gek is dat soms.
      En dank je voor het wijzen op de t-fout 🙂

Comments are closed.

Tags

(all tags)

Tweets