Steigerbouwer is wat ik ben

Er is een Chi­nees gezeg­de, en dat gaat als volgt: ‘Je moet jezelf ver­ge­ten om suc­ces­vol te zijn. Er bestaat geen zelf.’ ”

Aan het woord is een zeer suc­ces­vol­le onroe­rend­goed­mag­naat uit Chi­na. Samen met o.a. een auto­ver­ko­per en een stei­ger­bou­wer wordt hij gevolgd in de docu­men­tai­re ‘De Chi­ne­se Bub­ble’ van Tegen­licht. Op het eer­ste gezicht geen gro­ter con­trast tus­sen deze man­nen, maar bij nade­re beschou­wing delen zij allen dezelf­de ‘Chi­ne­se droom’ en wer­ken ze hard mee aan het eco­no­mi­sche won­der. Met wis­se­lend suc­ces. Maar met dezelf­de opof­fe­rings­be­reid­heid.

De onroe­rend­goed­mag­naat praat ver­der: Mijn doch­ter stu­deert in Enge­land. We zien elkaar wei­nig. Ze voelt zich altijd onge­mak­ke­lijk in mijn omge­ving. Tij­dens onze laat­ste ont­moe­ting gaf ze aan met me te wil­len pra­ten. Auto­ma­tisch ver­tel­de ik haar dat ze een afspraak kon maken.”

Ik moest als van­zelf den­ken aan een ver­ge­lijk­ba­re situ­a­tie wel­ke ik onlangs nog gele­zen had:

My father’s offi­ces are in Cen­tu­ry City. I wait around for him in the lar­ge, expen­si­ve­ly fur­nis­hed recep­ti­on room […] It doesn’t bother me that my father lea­ves me wai­ting the­re for thirty minu­tes while’s he in some mee­ting and then asks me why I’m late.”
[p.41 Less than zero, Bret Eas­ton Ellis]

Vorig jaar kwam ‘Impe­ri­al bedrooms’ uit. Het is het ver­volg op ‘Less than zero’. Omdat ik laatst­ge­noem­de boek alweer jaren gele­den had gele­zen besloot ik het opnieuw door te nemen om mijn her­in­ne­ring op te fris­sen voor­dat ik aan ‘Impe­ri­al bedrooms’ zou begin­nen. Weder­om was ik onder de indruk. Het toe­val wil dat rond de kerst­da­gen op Film 1 ook de ver­fil­ming van het boek ‘Less than zero’ werd uit­ge­zon­den. Die had ik tot nu toe nog nooit gezien, dus bij uit­stek de ide­a­le gele­gen­heid om de film kort na lezing van het boek te bekij­ken en te ver­ge­lij­ken. Zoals zo vaak (of bij­na altijd) viel me die tegen.

Gis­te­ren deed ik een­zelf­de ver­zuch­ting opnieuw in mijn blogje over ‘Nor­we­gi­an Wood’ (hoe­wel dit eer­der een inge­vul­de ver­wach­ting is, want die ver­fil­ming heb ik nog niet gezien). Na het pos­ten van dit blogje deed ik mijn lap­top uit, pak­te ‘Impe­ri­al bedrooms’, zocht mijn eigen slaap­ka­mer op, kroop in bed en begon dan ein­de­lijk te lezen in dit boek wat al maan­den eer­der van plan was. Niet veel later lag ik in een deuk om de (in mijn ogen) bril­jan­te openingsalinea’s.
We maken daar opnieuw ken­nis met de hoofd­per­soon Clay uit ‘Less than zero’. Vijf­en­twin­tig jaar zijn ver­stre­ken. En opnieuw is hij op weg naar Los Ange­les.

They had made a movie about us. The movie was based on a book writ­ten by some­o­ne we knew. […] The movie was very dif­fe­rent from the book in that the­re was nothing from the book in the movie. […] In the book eve­ry­thing about me had hap­pe­ned. […] The book was blunt and had an hone­sty about it, whe­re­as the movie was just a beau­ti­ful lie. (It was also a bum­mer: very color­ful and busy but also grim and expen­si­ve, and it didn’t recoup its cost when relea­sed that Novem­ber).”
[p.3&7 Impe­ri­al bedrooms, Bret Eas­ton Ellis]

Terug naar Chi­na. Daar zien we de stei­ger­bou­wer wor­ste­lend met geheel geheel ande­re zor­gen. Zijn spaar­za­me vrije nach­te­lij­ke uren brengt hij filo­so­fe­rend door. Hij wil wel dege­lijk ook suc­ces­vol wor­den, maar het lukt hem niet om zich­zelf te ver­ge­ten. De opof­fe­rings­be­reid­heid valt hem zwaar. Geze­ten in een klei­ne bedomp­te ruim­te die door moet gaan voor een slaap­ka­mer zit hij te schrij­ven in een noti­tie­boek­je. De voi­ce-over laat horen wat de stei­ger­bou­wer aan het papier toe­ver­trouwt:

stei­ger­bou­wer is wat ik ben
één dag rust per jaar heet luxe
als ik werk, vlieg ik als een grij­ze rat
zelfs in m’n dro­men
bevind ik me hoog in de lucht

één dag op de bouw­plaats voelt als een jaar
twee betraan­de ogen sta­ren uit het raam
drie uur ’s nachts ik kan niet sla­pen
vier sei­zoe­nen na elkaar geen tijd om te genie­ten
vijf uur ver­schijnt de baas als een haan in de och­tend

~ ~ ~

0