Had gekund

Na het vlam­mende 50-jaarspar­ti­jt­je van mijn andere helft dat tot diep in de ocht­end was doorge­gaan, ston­den de twee vroe­gont­waak­te klein­jon­geren reeds tussen 6 en 7 uur aan bed te wacht­en tot­dat ik zou opstaan. De uit­slovers! Had­den zij gis­ter staan swin­gen zoals ik gedaan heb op de keukentafel, dan had­den ze nu niet de puf gehad om vrij van spier­pi­jn uit hun logeerbed­jes te kun­nen klim­men. Maar ze ston­den dus aan mijn bed en zodra ze zagen dat ik de bloed­door­lopen oog­jes een streep­je open had (om de gehele verdere dag niet wezen­lijk verder open te gaan) spron­gen ze met veel ent­hou­si­asme op mijn verkreukelde lichaam dat gelukkig nog boven­wet­telijk alco­holver­doofd niets van deze inbreuk op de pri­va­cy meekreeg.

Niet veel lat­er zat­en we buiten­wet­telijk in de auto op weg naar bestem­min­gen die het ene oor in gin­gen maar die ik er het andere oor niet uit kreeg. We moesten vol­gens het logeerkroost toch echt hoogn­odig naar enkele speel­go­ed­winkels want alles, maar dan ook alles was aan ver­vang­ing toe: de hijskraan, de brandweer­auto, de vuil­niswa­gen, en hier stop ik de verdere opsom­ming om dit blog bene­den de 1000+ woor­den te houden. In de eerste niet per­sé de beste winkel aangekomen stond ik het grut qua­si-geïn­ter­esseerd in de gat­en te houden ter­wi­jl ik eigen­lijk meer splee­toog had voor de vele jong geleerd vroeg gebaard vrouwt­jes, die post-nataal verveeld  even­zeer tegen hun zin zich in deze troost­eloze omgev­ing ophield­en. Het was de moeite van mijn ogen verder tra­cht­en open te kri­j­gen niet waard.

Net toen ik van plan was de dichts­bi­jz­i­jnde koffiepaal op te zoeken hoorde ik een man­nen­stem met luide ver­heff­ing iets in hoogst­waarschi­jn­lijk het plaat­selijk dialect te berde bren­gen. Ik kon het dus niet ver­staan. De buiten­lands­get­inte speel­go­ed­schap­pen­vuller zat duidelijk met het­zelfde prob­leem. Gebroed­er­lijk (en waarom niet? Tenslotte zijn de kri­tiek­loze vol­gers van Geert nog steeds niet meer dan slechts gedogers van een kabi­net waar alleen een min­der­heid van Ned­er­land een heil­staat in ziet) probeer­den we de hoogroodaan­gelopen man tot rede te bren­gen. Waar­bij ik moet aan­teke­nen dat het vooral ik niet was die daarin het voor­touw nam. Mijn bij­drage bestond geheel uit het men­taal ste­unen van de dap­pere winkelbe­di­ende die op rustige toon vroeg wat er nu eigen­lijk aan de hand was. In iets meer ABN kwam het ver­haal in hort­en en stoten tot stand: Hij was ontevre­den! Over het aan­bod in de winkel. De gehanteerde pri­jzen. Het weinig behulpzame per­son­eel. Zijn zeurende kinderen. Slechte huwelijk. Werk. Ned­er­land. Kli­maat. Voet­baluit­sla­gen.

En de geduldige hulpver­len­er bleef beleefd luis­teren. Tot­dat de man was uit­ger­aasd. Daar­na zocht­en ze geza­men­lijk de kinderen die her en der in de winkel kleine schade­posten had­den aan­gericht. Daar was de man uitein­delijk niet ontevre­den over. Dat vond hij nor­maal. Gerust­gesteld en uiter­lijk tevre­den ver­li­et hij de winkel. Op weg naar een vol­gend moment van totale ontluis­ter­ing.

Nog vol van bewon­der­ing voor het ade­quate optre­den trak­teerde ik mijn kle­in­grut op teveel aan­vullin­gen in het wagen­park en de licht­gek­leurde alsook -ver­bi­js­ter­de cri­sis­man­ag­er op een flinke fooi. In de auto op weg naar huis nam ik me voor een vlam­mend blog te schri­jven over deze schri­j­nende vanzelf­sprek­end­heid der prim­i­tieve blanke pri­maat om zich het cen­trum van het uni­ver­sum te wanen, met alle bijkomende ellende van­di­en voor dege­nen die ver­ant­wo­ord­ing dienen af te leggen waarom zijn uni­ver­sum niet het paradi­js op aarde is.

Maar vooral­snog had ik bij thuiskomst een vlam­mende kop­pi­jn die helder ana­lytisch schri­jven vooral­snog niet mogelijk maak­te. Ook moet ik beken­nen dat veel van dit ver­haal niet geheel waarhei­ds­getrouw is. Echter, het had gekund. Het had gekund.

~ ~ ~

2 Comments

Geef een reactie