Ward

Vier werk­da­gen op rij reed ik laat op de avond van Boul­der, Colo­ra­do naar mijn hotel in Long­mont. Op de vijf­de dag stop­te ik stipt om drie uur in de namid­dag, nam afscheid van mijn collega’s en reed op goed geluk de ber­gen in. Het voel­de als een rebel­se daad, hoe­wel ik er al zo’n zes­tig zeer effi­ci­ën­te kan­toor­uren op had zit­ten. Na een half uur zon­der omlijnd plan gere­den te heb­ben zag ik een bord met de plaats­naam Ward. Iets zei me dat dit mijn bestem­ming van die dag zou wor­den. Vast­be­ra­den nam ik de afslag.

De weg slin­ger­de zich omhoog door een almaar kaler wor­dend land­schap. De vorst zat hier nog ste­vig in de bodem en steeds vaker zag ik gro­te schot­sen opge­vro­ren sneeuw de flan­ken bedek­ken. In een bocht van de weg viel me op dat ik via het ach­ter­uit­kijk­spie­gel­tje een goed zicht had over Boul­der en omstre­ken. Ik par­keer­de de huur­au­to en nam plaats aan een stra­te­gisch geplaatste pick­nick­ta­fel.

Het was dood­stil op een enke­le over­vlie­gen­de vogel na. Er stond een lich­te bries die soms de naal­den van de den­nen­bo­men deed fluis­te­ren. Bene­den me lag de stad waar ik de hele week had ver­toefd. Goed was te zien hoe de rech­te wegen de laag­bouw in klei­ne blok­jes onder­ver­deel­den. De bedrij­vig­heid was opval­lend. Vele auto’s ver­voer­den men­sen van links naar rechts of van noord naar zuid. Door de lijn­tjes te vol­gen kwam ik uit bij het hoofd­kan­toor van ons bedrijf. Er zat struc­tuur in alles wat ik zag. En al die tijd moest ik den­ken aan Ward. Waar kwam die naam van­daan? Waar­om wist ik zeker dat dit de juis­te bestem­ming was voor het kor­te uit­stap­je wat me gegund was voor­dat ik weer terug zou vlie­gen naar Neder­land? Ik ver­volg­de mijn weg naar hoger gele­gen oor­den. Rivier­tjes gin­gen soms ver­bor­gen onder gril­li­ge lagen ijs. Het gras op de hel­lin­gen oog­de dor. De zon ging regel­ma­tig schuil ach­ter de berg­top­pen. Bij elke nieu­we bocht die ik nam liet ik wat ach­ter. Alle over­bo­di­ge bal­last kon over­boord. Het werd gaan­de­weg leger in de auto. Daar­voor in de plaats vul­de de ruim­te zich met niets. Alleen de lok­roep van Ward. Die klonk door de ijle lucht heen. Nog één bocht, zo wist ik. Hoe wist ik dat? Maar het klop­te.

Op een ver­weerd bord viel af te lezen dat ik mijn eind­doel had bereikt. Ward. Een bij elkaar geharkt zootje ver­val­len cam­pers en hui­zen. Bus­jes, auto’s en moto­ren zon­der wie­len of in nog ver­de­re staat van ont­man­te­ling ston­den over­al tus­sen de wonin­gen. In veel geval­len al diep weg­ge­zon­ken in de aar­de. Het leek een ghost­to­wn, ver­la­ten door haar bewo­ners. Lang­zaam reed ik langs de hui­zen. De door­gaan­de weg was hier tevens hoofd­straat. Min­der dan een minuut later had ik Ward alweer ver­la­ten en kwam ik op een T-split­sing. Opnieuw par­keer­de ik de huur­au­to. Bij gebrek aan een pick­nick­ta­fel nam ik plaats op de motor­kap. Ward lag onder me. Eén gro­te cha­os. Als­of een hand­je­vol wonin­gen was uit­ge­strooid als zaad­jes om een nieu­we wijk te laten ont­sprui­ten. Zon­der sys­teem. Op hoop van zegen. Er schoot me te bin­nen dat ik over dit gehucht had gele­zen in het hotel. Ooit opge­bloeid tij­dens de gold­rush omdat er enke­le zil­ver­aders waren gevon­den was het na WO-II jaren­lang zo goed als uit­ge­stor­ven geweest, tot­dat er in de jaren zes­tig een hip­pie­ko­lo­nie was neer­ge­stre­ken. Waar­van er nu nog enke­le woon­den. Ik vond het prach­tig. Een uur­tje later her­nam ik vol­ko­men uit­ge­rust mijn reis. Naar Long­mont.

~ ~ ~

2 Replies to “Ward”

  1. zat ik toch even­tjes bij je op de ach­ter­bank van die gehuur­de auto… je schrijft zo beel­dend dat je als lezer het gevoel hebt van­uit het auto­raam­pje mee te kij­ken. Graag gele­zen!

    1. Ik nodig je graag uit nog wat vaker met mee te rij­den 🙂 Je bent aan­ge­naam gezel­schap en er is veel wat ik wil laten zien.

Comments are closed.