Boom

In het bos waarin ik al mijn hele lev­en ver­toef staat een boom. Een heel grote boom. Tegen­wo­ordig leef ik in een gedeelte van het bos waar ik hem wat min­der goed kan zien. Maar ik weet dat hij er is. Soms zoek ik ‘m op. Dan maak ik een plek­je vrij tussen de grove wor­tels die gaan­deweg de jaren meer bloot zijn komen te liggen. Het veron­trust me alti­jd weer wan­neer ik dat zie, maar het lijkt alsof de boom nog even krachtig is. De wind die de spaarzame bladeren in de hoge kru­in doet ruisen stelt me gerust. Vooral­snog kri­j­gen de ele­menten nog geen vat op deze woudreus. Met mijn rug tegen de ste­vige stam gezeten voel ik me veilig. Als vanzelf keer ik terug naar mijn kinder­jaren. Ook toen bevond ik me vaak in de schaduw van deze grote boom. Van­wege de beschut­ting die hij bood. Maar er ging ook een dreig­ing uit van zijn imposante gestalte. Die zorgde er voor dat ik nooit te ver uit de buurt ging. Pas veel lat­er, toen ik begreep dat ik niet bang hoefde te zijn durfde ik er verder op uit te trekken. Er was nooit dreig­ing geweest, slechts zijn manier om me te behoe­den voor uit­stap­jes waar ik nog niet aan toe was. Of waar­van hij wist dat zijn reik­wi­jdte niet ver genoeg ging om mij te begelei­den. Dat kwam met de jaren. Toen ik er aan toe was. Hij werd mijn bak­en tij­dens de tijd van ont­dekkin­gen. Mijn kom­pas. Ik leerde al snel dat ik het alle­maal zelf zou moeten doen. De boom oordeelde niet. De boom vero­ordeelde niet. Hij was er gewoon. In mij. En door er zo te zijn bepaalde hij mijn toekomst. En doet dat nog steeds.

Van­daag eer ik die boom.

En graag zou ik ook zo’n boom willen zijn.

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets