Verloren tijd

Men wil­de vier klok­ken in de pro­jec­t­ruim­te heb­ben. Een­tje om aan te geven wat de tijd op onze loca­tie is. Twee om te laten zien hoe laat het is in de twee fabrie­ken in de VS. En een vier­de met de tijd op de thuis­ba­sis van onze imple­men­ta­tie­part­ners uit India.

Een sim­pe­le opdracht die des­on­danks meer voe­ten in aar­de had dan voor­af ver­wacht.

As we blog’ han­gen ze er nog steeds niet. Of beter, niet meer. Ze heb­ben er min­der dan een dag gehan­gen. Daar­na werd het geheel (de klok­ken waren op een soor­te­ment plank gemon­teerd) weer ver­wij­derd. Het was geen gezicht, zo lelijk. Maar daar­over mis­schien ooit meer in een ander blog.

Wat mij bij­bleef was dat een van mijn collega’s aan­gaf dat ook nog eens de ver­keer­de klok­ken waren besteld.  Deze had­den 12-uurs nota­tie ter­wijl het vol­gens hem natuur­lijk 24-uurs nota­tie moest zijn. Het duur­de een tijd­je voor­dat het kwart­je bij mij viel en in de tus­sen­tijd ging de col­le­ga ver­der met te ver­tel­len dat hij trou­wens ook geen klok met wij­zers pre­fe­reer­de. Want dat moest hij altijd ver­ta­len naar het digi­ta­le.

Stom­ver­baasd keek ik hem aan. Voor mij gaat het juist het tegen­over­ge­stel­de op. Het kost me ’s och­tends stee­vast enke­le minu­ten om uit de rode cij­fer­brij op mijn wek­ker­ra­dio te her­lei­den wat de bij­be­ho­ren­de wij­zer­stand is. En dan gaan de alarm­bel­len pas echt rin­ke­len!

Nu de bat­te­rij van mijn pols­hor­lo­ge leeg is, ervaar ik dat leven in een ‘vreem­de tijd’ nog meer. Het is als­of je in het bui­ten­land bent en de plaat­se­lij­ke taal slechts ten dele begrijpt. Con­stant bezig met de ver­taal­slag waar­door je het gevoel hebt ach­ter de fei­ten aan te lopen. Je ver­liest de grip op de tijd. Tot­dat je hele­maal niet meer weet hoe laat het is:

But to be no lon­ger cir­cumscri­bed and defi­ned by his father was like fin­ding that all the clocks whe­re­ver he loo­ked had stop­ped, and all the wat­ches, and that the­re was no way of kno­wing what time it was.
[p. 107, The human stain, Phi­lip Roth]

In één tref­fen­de zin omschre­ven hoe de hoofd­per­soon de dood van zijn alom­te­gen­woor­di­ge vader ervaart.

Er valt niets meer te ver­ta­len. Er is nie­mand die voor je spreekt. Je staat er nu geheel alleen voor. Je moet je eigen tijd gaan maken. Jouw tijd is geko­men.

~ ~ ~