Ballade van het dorstige dromen

Weet je nog hoe het voelde? Olga?

Hoe ik achter je stond in het zwem­bad en mijn armen om je heen ges­la­gen had? Och lieve Belin­da, jij hield je hoofd iets naar achter zodat ik je in je nek kon kussen. Voorzichtig, omdat het de eerste keer was dat ik je kuste Son­ja. En Clara, ook omzichtig omdat je vriendin­nen een stuk­je verderop aan het flirten waren met andere camp­ing­gas­ten en je het nog een beet­je geheim wilde houden. Van ons. Maar ik weet nog pre­cies hoe het lauwe chloor­wa­ter smaak­te dat ik uit je god­delijke hals lik­te, Simone. Gelei­delijk liep ik naar het diepere gedeelte waar­door jij niet meer met je voeten bij de bodem kon en bleef dri­jven in mijn omhelz­ing. Je vol­wassen borsten, waar alle jon­gens op de camp­ing ’s nachts van wakker lagen Sofia, hin­gen loom op mijn onder­ar­men.

Het kabbe­lende water deed ze telkens weer wat opstuwen. Een heel klein beet­je piepten ze dan over de rand van je biki­ni top­je om zich dan weer schielijk terug te trekken. Ik kon dat goed zien, Olga. Zoals ik over je schoud­er gebo­gen stond Belin­da, en vrij zicht had op het meest begeer­lijke decol­leté van de gehele camp­ing. In mijn belev­ing Son­ja, duurde dit uren. Wij tweeën daar in innige ver­stren­geling, de com­plete wereld om ons heen ver­ge­tend. Ze zeggen alti­jd Clara, dat wan­neer je te lang in het water bli­jft, dat dan alles ver­schrompelt en week wordt. Maar ik weet heel zek­er Simone, dat jij kunt beves­ti­gen dat ik met de min­u­ut grot­er en hard­er werd. Daar in dat door zomer­zon en kinder­plas ver­war­mde water van het camp­ingzwem­bad. Zodanig dat jij zei dat we beter nog maar een tijd­je in het water kon­den bli­jven.

Dat klopt toch? Sofia?

Uitein­delijk hebben jul­lie me toen een hand­je geholpen om aan deze voor mij gênante sit­u­atie een einde te mak­en. Daar­na kon­den we met z’n allen het zwem­bad ver­lat­en en jul­lie tent opzoeken waar we de meest fan­tastis­che avond en nacht van ons lev­en hebben beleefd. Althans, die zomer. Wij. Jul­lie en ik.

Dat weten jul­lie toch nog wel? Jul­lie von­den het toch ook fijn? Niet? Ja, dat dacht ik al. Nou, dan hebben jul­lie heel wat gemist! Miss­chien moeten jul­lie de vol­gende keer niet zo arro­gant door­lopen maar eens wat meer aan­dacht best­e­den aan de jon­gens die te ver­legen zijn om nadrukke­lijk aan­dacht te vra­gen. Die min­stens zo goed zijn als die bra­ni­eschop­pers op de voorste rij. Die ook salto’s kun­nen mak­en en bom­met­jes, of van de hoge duik­plank dur­ven te sprin­gen.
Maar nooit het juiste moment weten te kiezen. De kans aan zich voor­bij lat­en gaan. Juist die jon­gens, die ver­di­enen jul­lie. Juist die jon­gens hebben jul­lie zo hard nodig.

Zodat het niet bij dorstig dromen bli­jft.

Bal­lade van de onvin­d­bare geliefde

Heet zij Olga of Belin­da,
Son­ja, Clara of Simone,
de vrouw van wie wij heel ons lev­en
dorstig dromen,
of Sofia?

Woont zij tussen Gstaad en Saa­nen,
in de Tweede Lelied­warsstraat,
naast de juke­box
of in Rome
de vrouw van wie wij dorstig dromen?

Is zij knaap of is zij moed­er,
hoer, bar­dame of poli­tie,
mys­ti­ca of de Maria,
vreemde van heel ver gekomen,
de vrouw van wie wij dorstig dromen?

Heet zij Angélique of Else,
Bernadette of Mata Hari,
draagt zij spijker­broek of sari,
is zij god der god­loos vromen,
de vrouw van wie wij dorstig dromen?

Heet zij Olga of Belin­da,
Son­ja, Clara of Simone,
de vrouw van wie wij tot het einde
dorstig dromen,
of Sofia?

Andreas Burnier (1931–2001)

~ ~ ~

5 Comments

Geef een reactie