Boodschappenlijstje — Vergeten

Een bad vol met muizen. Tot de rand toe gevuld. Dikke vette muizen. Kaal. Naakt. Kri­oe­lend door en over elka­ar. Rozige lijven, zwarte kraaloog­jes, gri­jze spits toelopende staarten. En hij zit er mid­den in. Een dikke prop katoen in zijn mond belet hem te schree­uwen. Zijn han­den vast­ge­bon­den achter zijn rug. Hij weet niet hoe hij in deze sit­u­atie is terecht­gekomen. En hij weet ook niet wat het beste is te doen. Stil bli­jven of proberen op te staan en de beesten af te schud­den. Maar hij is niet zek­er van zijn zaak. Nu is het ongedierte nog redelijk rustig. De scherpe nagelt­jes geven nu nog een kiete­lend gevoel. Als hij beweegt dan zou dat wel eens kun­nen veran­deren. Aan hun tanden durft hij hele­maal niet te denken. Hij besluit voor­lop­ig zich niet te bewe­gen. Niet lang daar­na valt hij weer in slaap.

Wan­neer hij wakker wordt ligt hij in zijn eigen bed. Ten­min­ste, de kamer komt hem bek­end voor. Ook het gelu­id van zijn mobiel is het gelu­id van zijn mobiel. Maar dat wil niet zeggen dat hij thuis hoeft te zijn. Die kan over­al af gaan. Toch lijkt de kamer heel veel op die van hem. Alleen hoort er nie­mand naast hem te liggen. Ja, ooit wel. En eigen­lijk ook wel vaak daar­na. Maar zij, zij ligt niet meer naast hem. Wel deze ander. Naakt. Kaal. Beelden van hoe dit lenige lijf over hem heen was gegle­den komen schokkerig terug. Hij draait zich op zijn rug en staart naar het pla­fond. Ooit wit, nu geelachtig. Zon­der twi­jfel zijn pla­fond. Zon­der twi­jfel zijn mobiel. Links van hem klinkt gekre­un. “Wat?” zegt hij. “Of je die klote tele­foon op kunt nemen, of anders uit kunt zetten!”

Met Johan.”
“Hoi pap. Met mij.”
“…”
“Hoe laat kom je mij ophalen, pap?”
“…”
“Pap? Je bent het toch niet ver­geten?”
“…”
“Johan? Met mij. Dit is je laat­ste kans om je zoon te zien. Verk­nal het nu niet door te laat te komen. Je weet hoe ik er over denk, en wat mij betre­ft kom je nooit meer opda­gen, maar ik zal het je nooit vergeven als je nu je zoon niet komt ophalen. Hij heeft zijn week­end­tas al gepakt en zit de hele ocht­end al op je te wacht­en. Laat me niet merken dat je het ver­geten bent. Je zou zijn hart breken.”
“…”
“Johan? Ik reken op je!”
“…”
tuu­u­tu­u­u­tu­u­u­tu­u­u­tu­u­u­tu­u­u­tu­u­u­tu­u­u­tu­u­u­tu­u­u­tu­u­ut

Zijn mobiel ligt op de keukentafel. Aan tafel zit een blon­dine. Voor haar een damp­ende kop koffie, een bloc­note en een pen. Om de tafel beweegt Johan zich. Onrustig. Wan­hopig. Vraagt zich af wat hij in huis moet halen voor zijn zoon. Wat zullen ze gaan doen? Hoe lang bli­jft hij eigen­lijk? Is het vakantie? Moet hij huiswerk mak­en? Vra­gen duike­len over elka­ar door zijn brein. Hij wordt er gek van.

Ga toch zit­ten, man. Ik word gek van je!”
Ze praat niet, maar snauwt. Waarom was hem dit gis­ter niet opgevallen?
“Hoe oud is je zoon?”
“Euh, acht. Geloof ik. Ja, nee, ik weet het zek­er. Acht.” Hij gaat zit­ten. “Waarom?”
“Waarom haal je dan niet twee van die water­pis­tolen? Kun je wat stoeien in de tuin.”
Ver­bouw­ereerd kijkt hij haar aan.
“Dat vin­den die van mij ook hart­stikke leuk.”
Heeft zij ook een kind? Kinderen? Wat weet hij eigen­lijk van haar? “Maar is het dan vakantie?”
“Nee joh, hoe kom je daar nu weer bij?”
“Moet hij dan niet iets van huiswerk mak­en, ofzo?”

Ze staat op om zich nog een kop koffie in te schenken. Haar billen komen onder zijn witte kan­toor­blouse uit. Hoe cliché. Hij moet aan een film denken waar hij dit beeld eerder gezien heeft. Heel veel films. Langza­am draait ze zich om. Houdt de mok met twee han­den vast.
“Dan haal je toch een oefen­schrift. Kan hij oefe­nen wat hij wil. Alti­jd goed.”
Zijn blouse hangt open. Natu­urlijk. De onver­mi­jdelijke tatoeage in haar schaam­streek. Zelfs van deze afs­tand kan hij de stop­pels zien. Andere films nu. Hij pakt de pen op en begint te schri­jven.
“Zet er ook muizenko­r­rels op.”
Vra­gend kijkt hij haar aan.
“Er lag een dooie muis in de bad­kamer.”

Fuck! Ik moet nu echt gaan!”
Haastig werkt hij zich voor de tweede keer die ocht­end in zijn broek. Zijn sokken en schoe­nen liggen onder de keukentafel. Zijn witte blouse onder de blon­dine. Ruw trekt hij het kled­ingstuk onder haar van­daan. Op de mouw zit een grote choco­lade­vlek. Waar is zijn col­bert? Zo gaat hij het nooit red­den! En wat te doen met die snol? Hier achter lat­en en zijn zoon gaan ophalen? Of wacht­en tot ze klaar is? Vooroverge­bo­gen ligt ze nog steeds nahi­j­gend op de keukentafel. Dat gaat nog wel even duren. Het lief­st zou hij haar zon­der par­don op straat gooien.

Hij besluit alvast te gaan, scheurt het bood­schap­pen­brief­je van de bloc­note en loopt naar buiten. Hopelijk is zij bij terugkomst verd­we­nen. In zijn auto ziet hij datum en tijd op het dash­board­klok­je. En de tijd staat even stil. Hij is jarig. Zijn zoon is jarig van­daag. En hij gaat te laat komen. Hoe kon hij dat nu ver­geten! Snel schri­jft hij op dat er ook nog een felic­i­tatiekaart gehaald moet wor­den.

Daar­na start hij de auto. Daar­na start hij de auto. Fuck! Waarom wil die auto niet starten! Vloek­end stapt hij uit de auto en opent de motorkap. Hij rent weer terug het huis in.
“Heb jij een scartk­a­bel?” schree­uwt hij naar de blon­dine die onder de douche staat.
“Ja. Nee. Nee, niet hier bij me. Thuis. Maar wat moet je nu met een scartk­a­bel?”
“Wat?”
“Wat je met een scartk­a­bel moet.”
“Ik zei startk­a­bel. STARTKABEL.”
“Oh, zeg dat dan. Nee. Die heb ik niet. Zal ik het op je lijst­je zetten?”

~ ~ ~

3 Comments

Vol­gens mij het groot­ste dra­ma in het lev­en van een acht­jarige van geschei­den oud­ers. Het wacht­en en hopen dat de andere oud­er toch nog komt om hem/haar op te halen. Dat hij.zij niet ver­geten is.

Ps, haal nog wel even die muis weg voor­dat het jochie komt.

Geef een reactie