Serial Groupie — Eric & Sofie: Seizoen 2

Deze blog­post is deel 10 van 14 in de serie Eric & Sofie

Jezus Chris­tus Crim­i­neel! Wat ben jij een sukkel, zeg!
Echt, ik zweer het je!”

God­verk­lote, wat moet ik nu met die arm?
Kun­nen we weer opnieuw begin­nen.
Alsof ik niets anders te doen heb.
Jezus!”

Heb je nog geluk dat je een andere arm hebt.
Stel voor dat het je pik was geweest.”

Ja, ja, ik weet het. Slecht voor­beeld.
Maak me nou niet kwad­er dan ik al ben. Please!”

Uitein­delijk was het me dan toch gelukt om alles opgenomen te kri­j­gen zon­der dat ikzelf pon­tif­i­caal in beeld liep. Wat een hels kar­wei, fil­men. Laat staan dat mon­teren achter­af. Maar met het ein­dresul­taat kon ik wel lev­en. Ik wel.
Nu was het zaak om het op de geheugenkaart te zetten en deze dan strate­gisch achter te lat­en in de bib­lio­theek. Kijken of er gehapt zou wor­den. En afwacht­en wat haar reac­tie zou gaan zijn. Hier zou mijn mensenken­nis getest wor­den.
Eerlijkhei­d­shalve moet ik beken­nen toch wel nerveus te zijn.

Een gevoel dat ik niet direct had toen mijn blik enkele maan­den eerder op het vol­gende kran­ten­bericht was gevallen:

Boetiek ‘Dressed 2 kill’. De smaak van bloed bli­jft lang in je mond hangen, is het niet?
Mijn man zit je op de hie­len. Zoek me op!!’

Ik las zelfs nog wat verder voor­dat de naam van de boetiek een bel­let­je deed rinke­len. Eerst zacht­jes, toen luider en luider. Hels kabaal in mijn hersen­pan.
‘Wat nou ‘Mijn man zit je op de hie­len.’?
Er zit me hele­maal nie­mand op de hie­len! Ze weten gewoon­weg niet waar ze het moeten zoeken. De eikels. Ze tas­ten in het duis­ter. Hoe zouden ze mij, de ran­dom killer, ooit kun­nen vin­den!?’

Woe­dend was ik.
Tot­dat het besef door­drong dat indi­en het bericht inder­daad tot mij gericht zou zijn, er wel degelijk sprake was dat iemand me op het spoor was. Ver­bi­js­terd bleef ik naar het bericht staren.

In de vol­gende weken droeg ik het bericht over­al met me mee. Geregeld nam ik het tevoorschi­jn en probeerde ver­schil­lende sce­nar­ios te toet­sen op waarschi­jn­lijkheid. Was het een val­strik? Een toe­val­str­e­f­fer? Had het niets met mij te mak­en?

Het was in die peri­ode dat ik een toe­val­lige voor­bi­j­ganger tij­dens een van mijn nachtelijke omzw­ervin­gen mid­den op een ver­lat­en winkel­straat neergesto­ken heb. Ran­dom, dat zek­er. Ook wel Kill and Rush. Maar toch geheel tegen mijn principes in. Be Pre­pared was ik echt niet.
Ik besefte dat ik actie moest gaan onderne­men. Iets doen was beter dan niets doen.

Zoek me op!!’
Was makke­lijk­er dan ik had gedacht. Via kran­ten­ver­sla­gen en inter­net kon ik bin­nen de kort­ste keren lokalis­eren wie de onder­zoek­slei­der was in enkele van de moordza­k­en die men had samenge­bracht als zijnde het bewi­js dat er een seriemo­or­de­naar bezig was. Een fluit­je van een cent om zijn lief­je te iden­ti­fi­ceren. Zijn Sofi­et­je.
De vol­gende fase nam wat meer tijd in beslag. Zorgvuldig ging ik de gan­gen na van deze Sofie. Wat ze zoal deed de hele dag. Wie ze ont­moette. Waar ze werk­te. Wat haar hobby’s waren. De vele bezoek­jes die ze bracht aan de bib­lio­theek. De boeken die ze las. Die ik zelf ook ging lezen.
En langza­am begon zich een plan te vor­men.

De eerste kruimels die ik achter­li­et waren ver­stopt in voor de hand liggende titels. Mis­daad­ver­halen over seriemo­or­de­naars en –verkrachters. De bood­schap­pen waren niet­szeggend voor ieder ander, maar ik wist dat indi­en Sofie er op zou stu­iten, ze onmid­del­lijk door zou hebben dat ze van mij afkom­stig waren.
Al na enkele dagen had ze gehapt en gereageerd. Een nieuw bericht ver­scheen in de krant.
Nog steeds wist ik niet met zek­er­heid of het geen val­strik zou kun­nen zijn. Maar dat zou mijn plan afdoende gaan bewi­jzen. En het zou me nog meer bren­gen. Het dodelijke bewi­js dat ik een part­ner in crime had gevon­den. Of althans iemand die me niet zou aangeven. Me zou ador­eren en bijs­taan. Miss­chien wel begri­jpen.

Nieuwe kruimels wer­den gestrooid. Deze keer tussen de secundaire lit­er­atu­ur met case stud­ies over zoge­naamde ser­i­al killer groupies. Fascinerende gevallen die ik adem­loos had ver­slon­den. Nooit eerder had ik een idee gehad van de sek­suele aantrekkingskracht die uit­ging van mijn niet alledaagse hob­by. Als Sofie was wat ik dacht wat ze was, dan stond ze hierin niet alleen.

Elke vol­gende dag haastte ik me de krant door te bladeren naar een lev­en­steken van haar. Op zoek naar het bevri­j­dende bericht dat ik goed zat. Een week lat­er was het raak. Ik had mijn eigen Vic­to­ria Red­stall gevon­den!

Nu kon ik ein­delijk het aas uit­gooien waarmee ik de vis zou van­gen en bin­nen­halen. Met klop­pend hart ver­stopte ik het geheugenkaart­je. Hopelijk zou ze niet te lang wacht­en met rea­geren. Haar neef was er al redelijk slecht aan toe.

Ha! Hier zullen we een bericht van je lievel­ingsnicht­je hebben.
Eens kijken wat ze schri­jft.”

Zo, lief nicht­je heb jij. Daar zul je blij mee zijn.”

Wacht, ik zal het je zelf lat­en lezen.”

Oh, nee. Dat gaat natu­urlijk niet meer.
Ik zal het je voor­lezen.
Eerst even je ore…, euh die gaat­jes vri­j­mak­en.”

~ ~ ~

Series Nav­i­ga­tion« Mijn liefde voor een seriemo­or­de­naar — Eric <span class=“amp”>&</span> Sofie: Seizoen 2Idol­aat — Eric <span class=“amp”>&</span> Sofie: Seizoen 2 »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets