Broodje beenham

What Jacob R ate for break­fast on the mor­ning of Febru­a­ry 21, 1877
Fried pota­toes with onion. Two sli­ces of black bread.
[p.205, Eve­ry­thing is illu­mi­na­ted, Jona­than Saf­ran Foer]

Deze mor­gen at ik een brood­je been­ham. Niet thuis in de keu­ken aan de eet­ta­fel geze­ten of staan­de bij het aan­recht. Maar in de auto. Onder­weg naar kan­toor. Ik had vier brood­jes gesmeerd. En meest­al eet ik het eer­ste pas wan­neer ik op kan­toor ben. Daar haal ik wat auto­ma­ten­kof­fie ter­wijl de pc opstart. Tij­dens het lezen van de email begin ik dan aan mijn ont­bijt.

Zo niet deze mor­gen. Al bij het uit­rij­den van onze woon­wijk begon het knor­ren van mijn maag. In Oos­ter­beek had ik er genoeg van en nam een brood­je uit de tas. Er zat kaas op. Daar had ik geen zin in. Ik was op zoek naar een brood­je been­ham, dus stop­te ik het brood­je kaas weer terug en zocht ver­der. De twee­de poging was raak. Met smaak begon ik te eten. Nog voor­dat ik Oos­ter­beek uit was, had ik het brood­je ver­or­berd. Bij een tank­sta­ti­on stop­te ik en deed iets wat ik nor­maal gespro­ken nooit doe. Ik kocht een kop kof­fie voor onder­weg. Hoe­wel het me goed smaak­te wist ik bij aan­komst in Ede ook alweer waar­om ik zoiets nor­maal gespro­ken nooit doe. De hele och­tend heb ik grap­pig bedoel­de opmer­kin­gen moe­ten aan­ho­ren m.b.t. de kof­fie­vlek­ken in mijn broek.

Dit alles, en soms meer, schrijf ik niet op. Waar­om zou ik? Wie is hier­in geïn­te­res­seerd? En mocht ik het al eens opschrij­ven, dan toch zeker niet om het wereld­kun­dig te maken.

Dit in tegen­stel­ling tot de joden uit het fic­tie­ve gehucht Tra­chim­brod. Wat ooit begon­nen was met het vast­leg­gen van bij­zon­de­re gebeur­te­nis­sen, was gaan­de­weg uit­ge­groeid tot een fana­tiek neer­pen­nen van alles wat voor­viel. Niet alleen wat de moei­te waard was, maar alles. Ook wan­neer er niets te ver­mel­den viel…

[…] and when the­re was nothing to report, the full-time com­mit­tee would report its repor­ting, just to keep the book moving, expan­ding, beco­ming more like life: We are wri­ting… We are wri­ting… We are wri­ting…
[p.196, Eve­ry­thing is illu­mi­na­ted, Jona­than Saf­ran Foer]

Geschre­ven in 2002 komt het bij mij over als een tref­fend beeld van de heden­daag­se soci­al­m­e­dia gebrui­ker die al blog­gend, twit­te­rend en/of faceboe­kend ver­woe­de pogin­gen doet zijn of haar leven vast te leg­gen. Tot in de meest onno­ze­le details. Zodat men later terug kan vin­den wat iemand op dins­dag 11 okto­ber 2011 voor ont­bijt had. Zodat we niet ver­ge­ten.

Nee, ik doe daar niet aan mee. Ik weet wel iets beters om te schrij­ven.

~ ~ ~

4 reacties

  1. Merel zegt:

    Maar toch zal jij nu altijd kun­nen terug­ha­len hoe jouw dag op dins­dag 11 okto­ber 2011 begon 😉 (en heb je mij even een glim­lach gege­ven over die kof­fie­vlek­ken, toch ook leuk). Maar ver­der erg waar inder­daad…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *