Troost

…” zeg ik. Maar ze schijnt me niet te horen. Niet te begrij­pen. Zoals zo vaak. We spre­ken niet dezelf­de taal hoe­wel we dezelf­de woor­den gebrui­ken. “Neem me als­je­blieft mee.” Vier een­vou­di­ge woor­den. Neem. Me. Als­je­blieft. Mee. Of moet ik het anders pro­be­ren? Over een ande­re boeg gooi­en? “Laat me niet ach­ter.” Ook vier woor­den. Meer ver­lang ik niet van haar. Hoe moei­lijk kan het zijn? Wat is het gedeel­te dat ze niet snapt? Snap ik het zelf wel? Wat ik wil? Wat zij doet? Doen moet?

Ik kijk toe hoe ze haar kof­fers inpakt. Effi­ci­ënt. Doel­ma­tig. Snel. Gecon­cen­treerd. Ook vier woor­den. Ik her­ken ze wel, hoe­wel ze ver van me staan. Ik her­ken mezelf er niet in. Wel haar. Ze pas­sen haar. Bij haar. Het zegt alles over haar. Reso­luut klikt ze de laat­ste kof­fer dicht. Voor­dat ik kan aan­bie­den om de kof­fers te dra­gen loopt ze langs me de kamer uit de trap af naar bene­den. Er staat nog een kast open waar nu enke­le kle­ding­stuk­ken uit ont­bre­ken. Het bed is net­jes opge­maakt. Ik strijk over haar kus­sen. Buk me om er aan te rui­ken. Was­ver­zach­ter. Het bed­den­goed is van­och­tend ver­schoond.

Bene­den zit ze aan de keu­ken­ta­fel. Een dam­pen­de mok kof­fie voor haar. Rook krin­gelt omhoog. Ik volg de als­maar vager wor­den­de krul­le­tjes tot aan het pla­fond. En weer terug rich­ting de siga­ret in haar hand. Uit haar mond komt nu ook rook. Ik ver­sta het niet. Kan het niet lezen. Dan vraag ik het maar. “Wan­neer kom je terug?” Ze kijkt me lachend aan. “Zon­dag over een week. Dat weet je toch? Je komt me opha­len heb je beloofd.” Ik wil heel veel terug zeg­gen. Haar nog een week­je vast­hou­den, maar bui­ten klinkt de claxon van de taxi. Voor ik het door heb is ze ver­trok­ken. Een kus gloeit na op mijn lip­pen.

Ik kan niet zon­der jou!” roep ik in het lege huis. Maar het is te laat. Ze is weg. Met twee han­den pak ik de deur­klink ste­vig vast. Vlei mijn hoofd tegen het koe­le hout. Zoek troost.

~ ~ ~

Brood­je been­ham
Dias­po­ra*

13 Comments

  1. een week­je maar, dat mag toch geen pro­bleem zijn. Piz­za, chi­nees, patat met kro­ket, ande­re piz­za, ande­re chi­nees, patat fri­can­del. Zo voor­bij 😉

  2. .. pijn­lijk inte­ger, Peet.. De wan­hoop van een man die maar aan één ding den­ken kan, zijn breek­baar­heid, zijn obses­sie­ve ver­lan­gen om haar bij zich te hou­den omdat hij nou een­maal niet zon­der haar kan. Prach­tig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *