Oneerbaar voorstel

Ik ben veel niet. Al eerder heb ik hier pub­lieke­lijk bek­endge­maakt geen echte vad­er of kok te zijn. Van­daag zal ik ook maar toegeven geen tim­mer­man te zijn. Zelfs al zou ik twee rechter­han­den hebben, dan nog zou geen van bei­den in staat zijn slechts de spijk­er in de andere hand op de kop te rak­en. Mijn vad­er wel. Die was daar zo goed in dat hij zelfs de baas van de tim­mer­mensen mocht zijn. Hij hoefde vanaf dat moment niet meer mee te tim­meren en werd voor­taan uitvo­erder genoemd. Iets wat ik alti­jd moeil­ijk vond te begri­jpen. Tegelijk­er­ti­jd vond ik het wel bij­zon­der.

Ook de vad­er van de ik-per­soon in ‘De kraai’ van Kad­er Abdolah (dus niet de Vad­er van Kad­er) was tim­mer­man. Maar die is nooit opgek­lom­men tot uitvo­erder. Maar toch was hij bij­zon­der. Althans in de ogen van de ik-per­soon. Want eigen­lijk was hij kun­ste­naar. Hij tek­ende. Dat was apart in de wijk waar zij woon­den:

Bij ons had­den de man­nen alle­maal gewone beroepen, zoals tim­mer­man, kruide­nier, met­se­laar, bakker, wev­er en kap­per. [blz.7]

In de wijk waar ik ben opge­groeid zag je het­zelfde. Vooral veel bouw­vakkers en fab­riek­sar­bei­ders. Elke ocht­end vertrok mijn vad­er voor dag en dauw met een vast groep­je op weg naar een bouw­plaats vaak ver weg gele­gen. Onder­weg kwa­men ze vergelijk­bare groep­jes werk­lieden tegen op weg naar bouw­plaat­sen vlak bij ons in de buurt. Iets wat ik alti­jd moeil­ijk vond te begri­jpen. Nu nog steeds. De fab­riek­sar­bei­ders werk­ten voor­namelijk in ploe­gen­di­enst bij de Vlis­co en Bege­man in Hel­mond of bij Philips en Daf in Eind­hoven. Lekker dicht­bij, in hun geval. Verder waren er in die tijd ook veel boeren in de omgev­ing. Het was nog niet zo ver­st­edelijkt toen. Ik keek alti­jd uit naar de schil­len­boer, en in de zomer kon je makke­lijk een zak­cen­t­je ver­di­enen door aard­beien te gaan plukken.

Rond mijn mid­del­bare schoolti­jd kwa­men wij te ver­huizen. Al snel maak­te ik vriend­schap met een jon­gen die tegen­over ons woonde. Op een mid­dag na school, gin­gen we bij hem thuis eerst wat huiswerk mak­en voor­dat we zouden gaan voet­ballen. Ik was nog nooit eerder bij hen bin­nen geweest. We gin­gen achterom en kwa­men zo in de keuken terecht. Daar was een bar geïn­stalleerd waaraan we plaat­sna­men. De moed­er van mijn vriend was thuis en schonk voor ons bei­den een groot glas fris in. Ze vroeg of we er chips bij wilden. Dat wilden we wel. Daar­na ging ze aan tafel zit­ten om de admin­is­tratie verder in orde te bren­gen. Mijn vriend legde uit dat ze een eigen bedri­jf had­den. Zijn vad­er was ron­dreizend verkop­er van dameson­der­goed. Ik ver­s­lik­te me.

In de woonkamer liet hij me stapels dozen zien vol met slips en beha’s, maar ook jar­re­tels, panty’s en doorschi­j­nende nachthem­den. Alle mat­en, maar weinig kleuren. Vooral wit, zwart en vleeskleurig (voor de blanke mede­mens, wel­tev­er­staan). En veel reclame- en winkel­ma­te­ri­aal. Fold­ers, posters, com­plete paspop­pen, maar ook losse boven- of ondergedeeltes. Hij pak­te een brochure en liet me ver­schil­lende foto’s zien. Vanu­it de keuken vroeg zijn moed­er of mijn moed­er miss­chien niet geïn­ter­esseerd was om eens een keert­je iets leuks uit te komen zoeken. Ik wist dat mijn wan­gen onder­tussen donker­rood van kleur waren.

Ze kan zich in de hal omk­le­den of anders wat spul­let­jes mee naar huis nemen om te passen”, klonk het vanachter de stapel dozen. De vad­er van mijn vriend lag daar op de bank uit te rusten van een rit­je naar Duit­s­land. Daar bevond zich het hoofd­kan­toor van Nat­u­rana, het bedri­jf waar­voor hij impor­teur in Ned­er­land was. Hij verza­melde wat fold­ers en vroeg om de cup­maat van mijn moed­er zodat hij alvast wat mee kon geven. Vol schaamte (iets wat ik lat­er moeil­ijk vond te begri­jpen) moest ik toegeven die niet te weten. Zon­der nog aan huiswerk of voet­bal te denken ben ik het huis uit­gerend. Een­maal op straat was ik bang dat iedereen kon zien dat ik mijn han­den vol had met half ontk­leed­de vrouwen. Ik heb de fold­ers meteen in de vuil­nis­bak gegooid en het in mijn ogen oneer­bare voors­tel niet aan mijn moed­er doorgegeven.

~ ~ ~

6 Comments

Wat een ach­ter­docht. Het staat toch gerubriceerd onder de cat­e­gorie ‘Per­soon­lijk’ en niet in ‘Fic­tief’. Om zo maar een voor­beeld te noe­men: ik heb echt een vriend­je gehad. Vroeger…

Geef een reactie