Droomdroom

Ik droom­de van­nacht van mijn geliefde.
Van­och­tend schrok ik wakker.

Mijn gelief­de is mijn droom.
Zij is mijn droom in mijn droom.
Mijn droomdroom.

Wan­neer ik stop met dro­men gaat mijn lief­heb­ben over.
Hoe zou ik ooit nooit meer kun­nen liefhebben?

Ik droom­de van­mid­dag van mijn geliefde.
Van­avond schrok ik wakker.

Wan­neer ik stop met lief­heb­ben gaat mijn dro­men over.
Hoe zou ik ooit nooit meer kun­nen dromen?
Ik zal altijd van haar blij­ven houden.
Ik zal altijd van haar blij­ven dromen.

Mijn droom­droom.
Droom in een droom.
Droom­vrouw in een dagdroom.
Droom­vrouw in een nachtdroom.

Ik droom van jou.
Voor altijd en eeuwig.
We droom­den nog lang en gelukkig.

Ik droom­de van­nacht van mijn geliefde.
Mor­gen­vroeg schrok ik wakker.

~ ~ ~