Gevonden en verloren

En er was licht aan het begin van de tun­nel.

Al die tijd, het leken wel jaren in mijn droom, had ik het licht gezien. Maar, nog belan­grijk­er, ik had háár alti­jd zien staan. Mijn vrouw. Mijn liefde. Mijn lev­en. Omhuld door lev­en­schenk­end licht stond zij daar als een bak­en mij op te wacht­en.

Nog enkele dagen dan zou ik weer bij haar zijn. Haar in mijn armen kun­nen nemen. Een einde mak­en aan deze nacht­mer­rie.

Als ik haar dan ein­delijk omhels fluis­tert zij iets in mijn oor. “Zorg goed voor ons kind.”

Het brengt in één klap de herin­ner­ing aan het zware ongeluk terug. Zij die naast mij zat. Onze baby achterin.

Ik doe mijn ogen ein­delijk open en zie haar zit­ten aan mijn bed. Haar sil­hou­et afgetek­end tegen het licht dat bin­nen­valt door het grote raam.
“Dag lief­ste,” zeg ik met krak­ende stem. Zij straalt en lijkt jaren jonger.

Achter mij valt de deur van de tun­nel dicht. Ik heb het gehaald.
Ik hoor stem­men om mij heen die spreken over een won­der. Na al die jaren.

Opnieuw kijk ik haar aan. Ze houdt mijn hand vast. Er lopen grote blauwe aderen over de rug, zo zie ik nu. Een pleis­ter houdt een buis­je op zijn plaats. Grote witte haren op mijn pols.
“Dag pap,” zegt mijn dochter met haar stem.

Ik doe mijn ogen dicht en ren terug naar de tun­nel. Het is er donker. De deur bli­jft ges­loten. Hoe ik ook schree­uw. Wat ik ook probeer.

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets