Passende straf

Zal ik ooit over mijn erg­ste nacht­mer­ries dur­ven schri­jven?
Niet nu.

Nee, niet nu ik niet weet waar ik ben.

Waar ben ik?
Waarom is het licht uit?
Wie doet het licht aan?
Wie doet het licht nu weer uit?

Denken ze me gek te mak­en in deze cel? Nou, ze doen hun best maar. Ik laat me echt niet gek mak­en. Nog liev­er beuk ik met m’n hoofd tegen de muren aan tot­dat ik hier dood neer val!

Hoe lang gaan ze me hier vasthouden? Hebben ze nou nog geen passende straf weten te verzin­nen. Want dat ik straf ver­di­end heb ga ik hier niet ontken­nen. Ik ben niet gek. Ik heb tenslotte een straf­bare daad begaan. Dat besef ik ook wel. Maar het was nodig. Dat moeten zij toch ook besef­fen. Zou het daarom zo lang duren? Elke dag (of is het week? ik raak elk tijds­be­sef hier kwi­jt) weer dat irri­tante schuif­je dat open­gaat en dan die krak­ende stem die zegt dat ik er nog niet klaar voor ben. Dat ze nog op me wacht­en. What the fuck! Schi­et god­ver­domme toch op man! Ik toon geen berouw! Ik heb geen spi­jt! Straf me nu maar.

Dan is het ein­delijk over.

Straf me nu maar.

En stop met die lam­p­en­ter­reur. Aan. Of uit. Maak een keuze! En doe een uit­spraak.

Haat. Tegen de hele wereld. Niet alleen hier in deze cel. Alti­jd al gehad. Thuis. Op school. Op straat. Op het werk. Op de verenig­ing. Alles haat ik. Eeuwig­durende haat draag ik in mij mee. Zo lang als ik mij kan herin­neren. Daarom kon ik niet anders. Geen excus­es. Ik deed wat ik moest doen. En nu zit ik hier. Te wacht­en. Of wacht­en zij op mij? Tot­dat ik gebro­ken ben. Wel, ik heb een ver­rass­ing voor jul­lie! Nooit zal ik breken! Jul­lie kun­nen me ver­hangen, rad­brak­en, mijn nagels uit­trekken, water­boar­d­en, you name it, maar ik ben voor de duv­el niet bang!

Ner­gens ben ik bang voor. Maar zet god­ver­domme die fuck­ing drup­pe­lende kraan uit. En laat het licht aan!

Of uit.

Nee, ik ben niet bang om mijn lot onder ogen te zien. Ik heb alti­jd al geweten wat mij boven het hoofd zou hangen wan­neer ik zou doen wat ik moest doen. Het heeft alleen lang gedu­urd voor­dat ik er aan toe was. Vol­doende voor­bereid was. Om spec­tac­u­lair toe te slaan. Max­i­maal effect te bereiken. Het moest in één keer goed zijn. En het is me gelukt. Dat kun­nen ze nooit meer van me afne­men. En wat ik van hen heb afgenomen kun­nen zij nooit meer terugkri­j­gen. Geen gerechtigheid is er mogelijk voor wat ik heb gedaan. Daar kun­nen ze het mee doen. En doe dat ver­domde schuif­je maar weer dicht! Ik weet niet wat jul­lie van me willen!

Zet die kraan uit! Zet die kraan uit! Zet die kraan uit! Zet die kraan uit! Zet die kraan uit! Zet die kraan uit! Zet die kraan uit! Kraan uit! Kraan uit!

Of aan.

Wat willen ze nou van mij? Spi­jt? Excus­es? Nooit! Aarze­len ze soms om de doo­d­straf toe te passen? Ze doen maar. Het kan mij niet meer sche­len. Ik ben klaar hier. Stu­ur mij maar naar de andere kant en doe dat zoals jul­lie goed­dunkt. Of moet ik mezelf van kant mak­en? Het vuile werk opknap­pen. Zijn jul­lie te week om een passende straf voor mijn daden te voltrekken? Stel­let­je lafaards! Miet­jes! Ik had nog hard­er moeten toes­laan! Meer bloed moeten vergi­eten. Tot­dat de angst er bij jul­lie zo diep in zit dat het nooit meer verd­wi­jnt. Dat je nooit meer niet aan mij kunt denken zon­der gillend op te schrikken. De ultieme nacht­mer­rie.

Nee! Ga weg. Dit kun je niet doen. Dit mag niet! Nee, nee!

Waar wacht­en ze nu op? Hoe lang houden ze me nog hier in die gek­mak­ende cel? Die fuck­ing koorts­dromen van vroeger komen ook weer terug. Dat mag niet! Dat wil ik niet! Niet die beelden! Denk aan iets anders denk aan iets ander denk aan iets anders denk aan

Aargh. Ik kri­jg die beelden niet weg uit mijn hoofd. Alles komt terug. Alles… Wat? Hoe­zo ben ik er nu klaar voor? Doe die schuif dicht! Laat die deur dicht! Waar nemen jul­lie me mee naar toe? Nee! Dat kan niet waar zijn! Dit kun­nen jul­lie niet menen? Zeg me dat ik nog droom. Dat dit een nacht­mer­rie is.

Alsje­blieft, niet Kamer 101…

~ ~ ~

Dit soort blogs ontstaan spon­taan bij de Man van Hout wan­neer hij op een doorde­weekse tweede ker­stdag een boek als ‘1984’ ter hand neemt. Sor­ry…

Je hebt me eens gevraagd,” zei O’Brien, “wat er in Kamer 101 was. Ik heb je toen gezegd dat je het antwo­ord al wist. Iedereen weet het. Wat in Kamer 101 is, dat is het erg­ste ter wereld.”
[p.304, 1984 door George Orwell]

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets