Hotel Ammersee

Hotel Ammer­see is gele­gen in het plaats­je Her­r­sching. Wan­neer je geluk hebt krijg je een kamer toe­ge­we­zen met uit­zicht op een groot meer. Ammer­see genaamd. Een aan­tal jaren gele­den had ik dat geluk. Deze keer niet. Nu heb ik uit­zicht op een klei­ne bin­nen­plaats naast het hotel. Ik heb wel een bal­kon. Wan­neer je de moei­te neemt om op dat bal­kon te gaan staan heb je zelfs een nog beter uit­zicht op die bin­nen­plaats. Ik vraag me af waar­om.

Er is wer­ke­lijk niets te zien. Of je moet kun­nen genie­ten van de manier waar­op enke­le dozen speels half-in, half-uit een ver­roes­te brui­ne con­tai­ner han­gen. Ik stel me voor dat er zul­ke men­sen bestaan en hoop dat ze niet ook deze dagen in dit hotel ver­blij­ven.

Ik sta op het bal­kon omdat het wer­ke­lijk bloed­heet is op de hotel­ka­mer. De ther­mo­staat heb ik tot dus­ver­re nog niet kun­nen vin­den, hoe­zeer ik ook mijn best doe. En of ik die gedaan heb! Mijn best! Met­een al bij bin­nen­komst heb ik de moei­te geno­men onder bed en bureau te zoe­ken. Iets zei me dat ik het daar niet zou vin­den maar ik lag er nu een­maal toch nadat ik met mijn beschon­ken lijf over de drem­pel was gestrui­keld.

Niet dat ik met­een al door had dat het zo warm was en dat ik naar de ther­mo­staat moest zoe­ken. Dat besef kwam pas toen ik daar een klein half uur had gele­gen. Toen ik wak­ker werd had ik kop­pijn, een dro­ge mond en het zweet stond me op de rug. Dat moest wel van de warm­te op de kamer komen, zo con­clu­deer­de ik, en ging op zoek naar de ther­mo­staat.

Nu sta ik hier op het bal­kon van kamer 120 in hotel Ammer­see met uit­zicht op een klei­ne bin­nen­plaats en niet op de Ammer­see. Het vriest enke­le gra­den maar het is aan­ge­na­men ver­po­zen. En ik denk, laat niet de con­tai­ner de schil­len en de dozen.

~ ~ ~

Wel vaker schrijf ik iets wan­neer ik een beet­je gedron­ken heb, maar nog nooit kwam ik in de ver­lei­ding om het ver­vol­gens te pos­ten. Ook aan deze tra­di­tie is zojuist een ein­de geko­men. Hips!

~ ~ ~

11 Comments

  1. Ik vind hotels iets depri­me­rends heb­ben. Op een vreemd bed, de ver­war­ming altijd hoog als je bin­nen­komt en uit­zicht dat je toe­ge­we­zen krijgt. Mis­schien dat ik daar­om in de tijd dat ik regel­ma­tig in hotels sliep — gedu­ren­de mijn peri­o­de als wep­per — het lief­ste een uur­tje eer­der opstond om een aan­ge­na­me och­tend­wan­de­ling te maken. Zo pak­te ik mijn moment van de dag.

    Veel ple­zier daar, want het uit­zicht kun je ook op een ande­re manier bele­ven.

    • Ik ga er vaak ook even­tjes ’s och­tends op uit. Van de omge­ving krijg je vaak wei­nig mee en dat vind ik toch zon­de wan­neer je ergens bent waar je nor­maal gespro­ken niet zo snel naar toe zou gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *