Petertje

Ken­nen jul­lie die recla­me van Cal­vé pin­da­kaas? Met Pie­ter­tje. Pie­ter­tje is een klein men­ne­ke en doet aan voet­bal. Alleen komen zijn voet­bal­kun­sten, hoe zal ik het voor­zich­tig zeg­gen, niet zo uit de verf. Maar geluk­kig had Pie­ter­tje spor­tie­ve talen­ten op een geheel ander vlak. Hij is goed terecht gekomen.

Stel nu eens dat er tege­lijk met Pie­ter­tje ook een Peter­tje op spor­tief gebied groot­se plan­nen had. In tegen­stel­ling tot Pie­ter­tje kiest Peter­tje met­een de juis­te tak van sport waar­in hij al snel uit­blinkt. Ieder­een ziet de poten­tie in Peter­tje, en zo jong als hij nog is staan de sport­ma­ke­laars al in lan­ge rij­en klaar om Peter­tje onder hun hoe­de te nemen. Zijn toe­komst lijkt gebeiteld.

Toch kiest Peter­tje niet met­een voor het gro­te geld. In goed over­leg met zijn ouders en de men­sen om hem heen die het bes­te met hem voor heb­ben, gaat Peter­tje voor de weg van de gelei­de­lijk­heid. Hij ver­blijft nog enke­le jaren in de krin­gen van ama­teurs om zo zijn stu­die af te ron­den en wint onder­tus­sen de ene na de ande­re wed­strijd. Niet dat het van­zelf gaat. Peter­tje zet alles opzij voor zijn spor­tie­ve ambi­ties. Elke dag vroeg op, vele uren trai­nen, tus­sen­door stu­de­ren, gezond eten en ’s avonds weer op tijd naar bed. Geen vrien­din. Niet stap­pen in het weekend.

Maar hij heeft het er voor over. Omdat hij voelt dat hij tot gro­te hoog­te kan stij­gen. Wel eens de num­mer 1 van de wereld zou kun­nen worden.

Dan is het moment geko­men dat hij er klaar voor is. De con­trac­ten lig­gen klaar om gete­kend te wor­den. Ech­ter eerst nog wat wed­strij­den her en der met de ech­te top­pers in plaats van de ama­teurs die tot dan toe altijd het onder­spit moesten del­ven tegen Peter­tje. En het onwaar­schijn­lij­ke gebeurt. Peter­tje ver­liest keer op keer. Komt niet aan de bak. Ter­wijl hij zich in de kracht van zijn spor­tie­ve leven bevindt, lukt het hem geen enke­le keer een aan­spre­ken­de over­win­ning te beha­len. Hij komt net te kort om aan­slui­ting te vin­den bij de ech­te top.

Eén voor een haken de sport­ma­ke­laars af. Peter­tje gaat twij­fe­len aan zich­zelf. Het duurt niet lang voor­dat zijn ouders en de men­sen om hem heen die het bes­te met hem voor heb­ben, hem advi­se­ren om te stop­pen. Hij heeft te hoog gegre­pen. Een ver­keer­de inschat­ting gemaakt van zijn eigen talen­ten. Hoe had hij zo dwaas kun­nen zijn. Zoveel zelfoverschatting.

Gedes­il­lu­si­o­neerd neemt Peter­tje na weer een neder­laag het advies over. Hij stopt ermee. Diep van bin­nen blijft de over­tui­ging dat het er in zat. Doch hij heeft tot zijn schan­de moet onder­ken­nen dat die over­tui­ging ner­gens op geba­seerd was. Voort­aan zal hij zich niet meer laten lei­den door deze inner­lij­ke stem die hem ver­telt waar­toe hij alle­maal in staat is. De stem had hem voor­ge­lo­gen. Was niet te ver­trou­wen geweest. Dat zal hem niet opnieuw meer overkomen.

Peter­tje heeft zijn les geleerd.

~ ~ ~

Naar aan­lei­ding van zomaar weer een bericht over een spor­ter die (hoogst­waar­schijn­lijk) vals gespeeld heeft. En daar­door veel meer kapot heeft gemaakt dan die ene wed­strijd waar­in hij is betrapt. Let wel, het gaat me hier niet over het spe­ci­fie­ke geval, maar het gege­ven van het vals­spe­len op zich. Vele niet-vals­spe­len­de spor­ters heb­ben daar­door moe­ten afha­ken omdat zij (ach­ter­af logisch) niet kon­den win­nen van hun vals­spe­len­de col­le­ga’s. Zij zul­len altijd in de ano­ni­mi­teit verblijven.

P.S.: De mis­luk­te spor­tie­ve car­ri­è­re van Peter­tje heeft hele­maal niets met mijn eigen per­soon­tje te maken. Ik vond de naam Peter­tje gewoon mooi in com­bi­na­tie met Pietertje.

~ ~ ~