Weerzien(wekkend) 3

[Lees eerst: Weerzien­wekkend — door Monique]

Nou nou, wat een warm welkom.”
Zacht­jes duwt Arjan Jes­si­ca naar achter om zich zo met moeite los te mak­en uit haar omhelz­ing. Dit is hij niet van haar gewend. Ze lijkt in niets meer op de weliswaar alti­jd vrolijke Jes­si­ca, maar iemand die toch alti­jd erg geremd was geweest wan­neer het op lichamelijkheid aan kwam. Hij voelt zich er onge­makke­lijk onder wor­den. Het lukt hem niet haar lang in de ogen te kijken.
“Zullen we eerst maar eens een kop­je koffie drinken en zien waar we de draad kun­nen oppakken? Goh, wat hebben we elka­ar lang niet meer gezien. Ik ben zo benieuwd hoe het je sinds­di­en ver­gaan is.”

De onbe­doelde ver­wi­jz­ing naar de begrafe­nis doet Jes­si­ca kort ver­star­ren. Maar lang genoeg voor Arjan om zijn ver­giss­ing te doen inzien.
“Oh, sor­ry. Wat dom van me. Nu haal ik zek­er weer alles op. Dit is wel het laat­ste waar je over wil prat­en.”
Arjan slaat zijn arm om haar heen en lei­dt haar naar de woonkamer, de hal uit.

Nee, wees gerust. Je hoeft je excus­es niet aan te bieden. Het is alweer een tijd gele­den. Natu­urlijk was het een zware peri­ode, maar juist dankz­ij vrien­den zoals jij ben ik er goed doorheen gekomen. Ik…”
In de woonkamer valt Jes­si­ca stil. Ver­baasd kijkt ze om zich heen. Alles is zo herken­baar. In haar herin­ner­ing is alles het­zelfde gebleven. Alsof de tijd heeft stilges­taan. Op haar heeft gewacht. Om haar te omar­men. In zich op te nemen. Jes­si­ca doet een stap naar achter en trekt Arjan dichter naar zich toe om niet te vallen.

Wat is er? Voel je je niet goed? Ik had ook nooit over die begra… over je moed­er moeten begin­nen. Sor­ry, sor­ry. Wacht, dan schuif ik een stoel aan. Ga hier maar zit­ten. Voorzichtig. Gaat het zo beter? Zal ik een glaas­je water halen?”
En weg is Arjan. Naar de keuken. Om iets te doen. Actie onderne­men. Behulpza­am te zijn. Dat gaat hem beter af. Al snel voelt hij zich weer hele­maal in zijn ele­ment. Maar hij wil nog niet terug naar de woonkamer. Naar Jes­si­ca. Hij heeft nog wat tijd nodig om posi­tie te bepalen. Het gaat hem te vlug. Wat is Jes­si­ca toch van plan? Wat wil ze van hem? En wat wil hij eigen­lijk van haar? Met het glas water in de hand bli­jft hij bij het aan­recht staan.

Jes­si­ca heeft niet in de gat­en dat Arjan niet meteen terugkomt. In gedacht­en ver­zonken zit ze aan de houten tafel. Ze laat haar rechter­hand kleine cirkelt­jes mak­en over het gladde tafel­blad. Onbe­wust zoek­end naar de vertrouwde onef­fen­heden. Langza­am komt ze weer bij haar posi­tieven. Vooraf had ze wel gedacht dat de hernieuwde ken­nis­mak­ing met Arjan haar niet in de kouwe kleren zou gaan zit­ten. Maar dit had ze niet verwacht. Hoe kon het toch dat man­nen elke keer weer zo’n ver­woes­tend effect op haar had­den?

Plot­sel­ing gaat de tele­foon. Jes­si­ca kijkt geschrokken op. Waar is Arjan gebleven? Nu pas heeft ze door dat hij alweer een tijd­je verd­we­nen is. Hij ging toch water halen? Meteen schi­et haar dat beeld weer te bin­nen van hoe hij eerder met zijn hand in haar jaszak zat. Dat was vreemd. Het was haar niet gelukt om te check­en of hij iets in haar jas had gestopt. Te snel was hij uit haar omhelz­ing geglipt. Zou dan zelfs Arjan niet te vertrouwen zijn? Een lichte rilling trok over haar rug toen ze moest denken aan de kort­stondi­ge relatie die ze deze zomer met moeite had weten te ver­breken. Wat was ze blij van die engerd ver­lost te zijn.

Vanu­it de hal komt Arjan de woonkamer bin­nen. Hij kijkt op het dis­play van de tele­foon en drukt dan het gesprek weg.
“Afgescher­md num­mer, daar trap­pen we niet in. Dat zal wel zo’n onder­zoeks­bu­reau of iets dergelijks zijn. Hier je glas water. Voel je je al wat beter?”
Voorzichtig geeft hij haar het glas. Even rak­en hun vingers elka­ar.

Opnieuw gaat de tele­foon. Ter­wi­jl Arjan opnieuw naar de tele­foon loopt, staat Jes­si­ca op. Ze wil weten wat Arjan in haar jaszak heeft gestopt.

~ ~ ~

Dit is een ver­volg op Weerzien­wekkend in Ver­haal­li­jn 4 van Weerzien:

Schri­jf een ver­volg van tussen de 250 en 750 woor­den, plaats het op je weblog met een link naar het vorige blog en laat het mij (Peter Pel­lenaars) weten (via een com­ment onder Weerzien 1 of via een mail aan peterpellenaars@me.com) zodat ik vanu­it hier naar je blog kan linken.
Plaats zelf ook de oproep tot ver­volg onder je blog en hopelijk wordt dit ver­haal een ver­vol­gserie die zal uit­waaieren over het inter­net.

Voor­waarde: je mag maar één keer een bij­drage per ver­haal­li­jn schri­jven, maar het ver­haal mag zich wel ver­takken. Dus je mag best op boven­staand ver­haal een ver­volg schri­jven wan­neer iemand anders dat ook al heeft gedaan. Het betekent gewoon dat het ver­haal zich in meerdere richtin­gen kan opsplit­sen. Zo ontstaan hopelijk meerdere par­al­lelle ver­halen die ver­schil­lend van genre kun­nen zijn. Dit geldt ook voor elk ver­volg dat ver­schi­jnt. Je kunt dus een bij­drage in elk van die opsplit­sende ver­halen lev­eren.
Heb je geen eigen weblog, dan kun je je ver­volg natu­urlijk ook alti­jd naar mij sturen (peterpellenaars@me.com) en dan plaats ik het hier.

Meer info en een overzicht van alle ver­haal­li­j­nen is terug te vin­den onder het menu Weerzien.

Ik ben benieuwd…

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets