Hoop

In de trein. Op weg naar kan­toor.
Tij­dens het sporten. Tij­dens het eten.
Niet alti­jd. Maar wel vaak.
Tij­dens de afwas. Tij­dens een ver­gader­ing.
Soms ook een hele tijd niet. Om dan ineens volledig de aan­dacht op te eisen.
In de trein. Op weg naar huis.

Dan weer kan hij haar stem horen. Een andere keer heeft hij alleen beeld:

Hoe zij vanu­it de douche de slaap­kamer komt bin­nen­gelopen. Slechts in neve­len gehuld. Een hand­doek ron­dom haar haren gewikkeld. Op haar gezicht een mys­terieuze glim­lach. Zoals in een film. En dat hij kan zien dat er kleine drup­pelt­jes water in haar nek par­e­len. Omdat zij naast hem is komen liggen. Met een vinger op zijn neus tikt en zich lenig op hem draait. Twee han­den die hem daar­na diep in de zachte matras drukken van het hotelbed in een stad waar ze eerder die dag hand in hand door smalle straat­jes had­den ged­waald. Koffie op een ter­ras had­den gedronken. Elka­ar had­den lat­en fotografer­en door een willekeurige voor­bi­j­ganger. Een achteloze zoen voor eeuwig vast­gelegd.

En hij sluit zijn ogen.

En hij bli­jft kijken. Dwars door zijn tra­nen. Dwars door de tijd.

Ooit.
Ooit zal hij haar ont­moeten.

~ ~ ~ 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets