Treinen

Vanmiddag zat ik weer eens in de trein. Nadat ik jaren dagelijks van dit vervoermiddel gebruik heb gemaakt, stap ik sinds 2004 elke ochtend en avond in de auto om me in te voegen in het het woonwerkverkeer tussen Arnhem en Ede.

En dan is het soms weer eens lekker wanneer je de kans krijgt om je een keertje over het spoor te laten vervoeren.

Het begon goed. In Arnhem-Zuid was het station met roodwitte linten afgezet en overal stonden politieauto’s en ambulances geparkeerd. Vijf minuten eerder had ik thuis nog even ns.nl gecheckt op storingen. Alle seinen stonden toen nog op veilig. Nu bleek dat er hoogstwaarschijnlijk iemand voor de trein was terecht gekomen. Dus snel terug in de auto en door naar Arnhem.

Volkomen gedesoriënteerd moest ik hier geruime tijd acclimatiseren voordat ik doorhad waar ik was. En waar spoor 11 gelegd was. Het bleek dat men sinds ik hier een hele tijd geleden geweest was toch niet helemaal stilgezeten had. Er was weer een stukje nieuw station gebouwd.

Gelukkig wist ik tijdig spoor 11 te ontwaren en tegen de stroom passagiers in het perron te bereiken. Geen trein. Geen wachtende passagiers. Gaandeweg realiseerde ik me dat de menigte waar ik me doorheen had had geworsteld geen uitstappend volk was geweest, maar gewaarschuwd volk. Op weg naar een ander spoor. Ik was vergeten dat je in een stationshal dubbel zo geconcentreerd moet luisteren naar voor een reiziger uiterst belangrijke omroepberichten die haast onhoorbaar worden medegedeeld.

Snel op weg naar spoor 8. Waar ik uiteindelijk precies op tijd hijgend en puffend naar binnen viel.

In een halflege coupé zocht ik een plekje bij het raam. Ik zat nog niet of er kwam een jongeman binnengestapt. Tas om de schouder. Koptelefoon aangesloten aan de iPhone en volop pratend. Hij knikte vriendelijk naar mij en nam plaats aan de andere kant van het gangpad.

De trein trok langzaam op. Er kwam nog een man binnen. Het eerste wat hij zei was “Ssssstttt”. Ongeveer hetzelfde geluid dat de optrekkende trein maakte. Ik vond het een goede imitatie. Maar het was geen imitatie. Het was gericht tegen de jongeman die dit niet doorhad. Ik eigenlijk ook nog niet.  De man zette zijn tas op de grond en begon zijn poncho uit te trekken. Onderwijl herhaalde hij enkele malen het sssttt geluid, waarop verder niemand reageerde.

Toen hij eindelijk geslaagd was in het zich uit de regenkleding te wurmen keek hij de jongeman recht aan en maakte nogmaals het sssttt geluid. Ditmaal erg luid. en hij hield een wijsvinger voor zijn getuite lippen. Deze keer keek de jongeman hem verbaasd aan en maakte één oor vrij vanonder de koptelefoon. “Heeft u het tegen mij?”, zo vroeg hij vriendelijk. “Jazeker jongeman. Kun je niet wat zachter praten?” Nietbegrijpend staarde de jongeman hem aan. Wat voor de oudere man de bevestiging was om nu aandacht te besteden aan een voor hem uiterst belangrijk aspect van de jongeman. Namelijk zijn donkergekleurdheid.

Uiterst langzaam en zorgvuldig sprak hij zijn woorden nu uit. “Kun. Je. Niet. Wat. Zachter. Praten.?.” Verbouwereerd nam de donkergekleurde jongeman nu zijn koptelefoon geheel af, terwijl de blanke man verder sprak. “Waar.Kom.Je.Vandaan.?.”
“Arnhem,” wist de jongeman uit te brengen.
“Dat bestaat niet. U bent donker,” zo wist de oudere man.

Hierna verschoof de conversatie zich naar het onderwerp van racisme en in hoeverre de blanke oudere man zich hieraan schuldig had gemaakt voordat hij afdroop richting stiltecoupé waarin hij dacht plaatsgenomen te hebben.

We waren nog niet in Ede en ik moest nog naar Schiphol maar wist alweer precies wat ik allemaal gemist had sinds ik dagelijks in de auto stap in plaats van de trein.

 

11 gedachten over “Treinen

    1. Ik heb er eigenlijk nooit op gelet of ze ook in het buitenland bestaan, maar kan me haast niet voorstellen dat het een Nederlandse uitvinding is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *