Lekker

Jacob Jan stuurde een tweet met opdracht: bouw een megalange zin die toch lekker leest en niet te veel overbodigs herbergt.

Mocht ik het zelf zeggen, dan zou het predikaat ‘lekker’ zonder aarzeling uit mijn mond rollen, doch, afgezien van het feit dat het misschien niet zozeer van mij danwel eerder van mijn lezers verwacht zou worden een antwoord op deze vraag te geven, daarvoor staat de subtiele uitdaging in de uitdaging mij reeds zodanig tegen dat ik al bij voorbaat geneigd ben mij gewonnen te geven bij de echte uitdaging die mij elke avond veel meer tot grote creativiteit dwingt, namelijk het binnen slechts enkele beschikbare uren op de late avond tijd vinden om uberhaupt een blog te schrijven, laat staan een openingszin die zodanig lang moet zijn dat hij afwijkt van wat de regeltjes-, top10- en lijstjesopstellers voorschrijven, die, zo lijkt het soms, denken te bepalen hoe diegenen die daadwerkelijk een blog schrijven dat dan weer zouden moeten doen, en daarmee voorbijgaan aan het gegeven dat, wil men onderscheidend bezig zijn, het nu juist niet van originaliteit getuigt om dan maar klakkeloos over te nemen wat deze beterweters ditmaal weer verzonnen hebben aan waar een blog aan zou moeten voldoen om door het grote publiek gelezen en gedeeld te worden via de alomtegenwoordige social media en als zodanig dus hoger gewaardeerd worden in de zoekmachines, iets wat blijkbaar belangrijker is dan het daadwerkelijk gelezen worden om de inhoud, welke, en hier kom ik aan bij de kern van mijn betoog, nu juist door de al eerder aangehaalde uitdaging in de uitdaging in dit specifieke geval onderuit gehaald wordt door de in mijn ogen paradoxale opdracht om enerzijds een lange leesbare beginzin te schrijven waaruit anderzijds alle overbodigheid is weggelaten omdat, naar ik vermoed, er onbewust van wordt uitgegaan dat teveel gelijk is aan overbodig, en dat waag ik ten zeerste te betwijfelen maar kan ik bij deze niet voldoende onderbouwen omdat nu juist her en der en dus ook op deze plaats geschrapt moest worden als tegemoetkoming aan de gestelde eis om een en ander niet te lang te laten worden als uiterst laf compromis richting juist die lezersgroep die ik heel eerlijk gezegd kan missen als kiespijn, vanwege hun gemakzuchte manier van lezen die slechts gericht is op het zoeken naar hapklare brokjes tekst afgewisseld met rijkelijk veel witregels zodat ze het weinige wat hen bij elke hapje gepresenteerd wordt kunnen proeven en herkauwen als ware het hemelse delicatessen terwijl ze slechts een slap aftreksel voorgeschoteld hebben gekregen van wat ze hadden kunnen krijgen, ware het niet dat ze door de jaren heen afgestompt geraakt door het vele lezen van korte tweets en anderzins summiere statusupdates, ze dit helaas toch nooit meer op waarde zouden weten te schatten waardoor het voor mij naarmate ik me meer beperk in de lengte van deze zin tegelijkertijd meer duidelijk wordt dat ik bezig ben met een vernederend diepe knieval richting deze ‘gij zult de beginzin kort en krachtig houden anders haakt de lezer af‘-adepten en op de valreep mezelf herpak om in stijl af te sluiten met het krachtige statement dat het mij allemaal de reet zal roesten hoe sommige lezers een beginzin als deze ervaren zolang ik zelf maar de voldoening ervaar om ‘m in één ruk op papier te krijgen zonder dat de innerlijke zelfcensuur vat krijgt op mijn schrijfproces en mij als gevolg in een keurslijf perst wat niets anders oplevert dan meer van hetzelfde omdat het publiek dat nu eenmaal zo lekker schijnt te vinden.

Fuck de lezer!

Ik zou daarom dan ook de vraag ‘Hoe lekker leest jouw blog?‘ willen vervangen door ‘Hoe lekker schrijft jouw blog?’

~ ~ ~

17 gedachten over “Lekker

  1. Oef! Jeetje, dit moet zowat de langste zin zijn die ik ooit heb gelezen al heb ik er voor mezelf, hier en daar, wat punten en witregels moeten bijdenken… kwestie van even op adem te kunnen komen. Wat de inhoud betreft… heel sterk blogstuk @->–

  2. Haha, ik heb het met plezier gelezen, maar ‘k ben toch blij dat het maar een eenmalige test is hoor 😉
    ‘k Heb laatst een boekje gelezen van Laurent Mauvignier dat ook uit één zin bestond (Ce que j’appelle oubli) – ‘t had gelukkig maar zo’n 60 pagina’s. ‘t Las heel vlot weg, in één keer 🙂

  3. Pingback: Levens | petepel
  4. Gniffel.

    Ik las er vandaag één in Vrij Nederland:

    “De protestzin:

    Hoewel een docente van de universiteit me vertelde dat ik een zin niet met ‘hoewel’ moet beginnen omdat ik dan een te groot beslag op uw denkvermogen leg (ja, lezer, moge hier geen misverstanden ontstaan: de universiteit leert haar studenten schrijven voor randdebielen en onnozelen, en daar schaart ze ú onder), en hoewel op de VN-website ene ‘Natasha’ kloeg dat mijn best schrijvende collega niet ‘puntig’ genoeg schreef (‘Tip: des te minder bijvoeglijke naamwoorden, des te puntiger een tekst’, zo luidde de hautain gestelde platitude, gericht aan een collega die als het om eloquent taalgebruik gaat in een ander heelal verblijft dan deze anonieme blaatgraag), hoewel ik natuurlijk ook wel weet dat dit stukje veel beter af zou zijn mét witregels, alinea’s, nog veel meer komma’s en andere ‘leesingangen’ of ‘instapmomenten’, hoewel ik het woord ‘hoewel’ geen mooi woord vind en hoewel ik ten volle besef dat deze protestzin het uiterste vraagt van uw aandachtsspanne en verdraagzaamheid, ja, en hoewel mijn hoofdredacteur liever zal zien dat ik u, lezer, niet opzadel met mijn persoonlijke klachten en antipathieën, en hoewel ik ook nog eens weet dat ik de eindredactie op mijn blote knieën mag danken als ze haar fameuze hakmessen niet in deze regels heeft gezet, ja, hoewel al die overwegingen heus wel door mijn hoofd hebben gespeeld toen ik aan deze zin begon, kón ik het niet meer ophouden en móet ik u gefrustreerd aanroepen en briesen: dat ik het niet langer pík, en al is het op straffe van ontslag, ik zál u, lezers, laatsten der Mohikanen, u die nog niet bent afgehaakt – wat is het trouwens fijn om hier, in deze zin, onder elkaar te zijn, voelt dit nou elitair? – ik zal u één zin voorschotelen die nog lang is, één die niet is versimpeld en opgeknipt, niet gladgewalst ten bate van de verkoopbaarheid, de dictatuur die maakt dat alles, álles en masse hetzelfde moet zijn, wat mitsgaders ook een denigrerende behandeling is van u en een opstelling die ik het meest armoedig vind wanneer ze gestalte krijgt in de vorm van korte zinnetjes, dat lullige kortezinnenstaccato met grammaticaal gemakkelijke constructies die de taalvaardigheid rechtstreeks aantasten als ze dogmatisch worden gebruikt (het gaat me niet om een paar korte zinnen, hè, maar om de dwingelandij van alléén korte zinnen) en als ze worden voorgeschreven in de decreten van de gifmengers van onze taal: de verspreiders van het bijzinvretende virus met hun debiliserende schrijfcursussen – de enkele goeie daargelaten, hè, de goeien altijd daargelaten – die, voorspel ik u, ooit zullen eindigen in de enige overgebleven schrijftip, namelijk die van de transistor: schrijf ja, of schrijf nee, en dan, gefeliciteerd, dan zijn we állemaal computers, maar ik denk trouwens niet dat u, cursusleiders, de enige mestkevers bent, ik weet dat in het sociale media-tijdperk de Eerste Wet van Pleij geldt, die stelt dat alles wat anders, moeilijker, breekbaarder, gecompliceerd, gewaagder, onherkenbaar of onveilig is, steeds vaker en sneller zal worden verpletterd door de middelpuntvliedende kracht die richting grootste gemene deler gaat (vraag anders eens aan een literair criticus wanneer die voor het laatst een experimentele roman bejubelde), en daar heb ik dus helemaal genoeg van, basta, uit en voor ik deze zin besluit wil ik ú bedanken voor het uitlezen en heb ik nog één ding toe te voegen aan de verdwaalde student die per ongeluk deze zin las: nu eerst ontleden die hap! – Sander Pleij “

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *