Rekenen

Reke­nen. Dat was niet echt mijn ding. Vroeger. En ook van­daag de dag is het niet iets waar ik meteen voor warm loop. Maar zek­er op de lagere school was ik niet dolen­t­hou­si­ast wan­neer de tel­raam­p­jes of lat­er de oefen­schrift­jes met staart­delin­gen uit de kast wer­den gehaald. De tijd leek wel­haast op datzelfde moment piepend tot stil­stand te komen. Hoopvol keek ik na elke voltooide opdracht naar de klok om te con­stateren dat er slechts enkele minuten waren ver­streken. Klok­lezen leerde ik aldus wel snel.

Nee, dan lezen! Of voorgelezen wor­den. Of dat de leerkracht er eens goed voor ging zit­ten en ons uit het blote hoofd fan­tastis­che ver­halen ging vertellen met de meest onverwachte wendin­gen. De ene keer gruwelijk span­nend, een vol­gende keer uiterst leerza­am. Al dron­gen die lessen pas vee­lal lat­er tot ons door. Op zulke momenten vloog de tijd voor­bij. Volkomen opge­gaan in de lev­endi­ge vertellin­gen wer­den we vaak met een schok terugge­haald naar de realiteit van ons klaslokaal wan­neer een sner­pende zoe­mer het einde van een lesu­ur aankondigde. Joe­lend ren­den we naar buiten waar we de avon­turen nog eens dun­net­jes gin­gen over­doen op het school­plein.

Als het kon ging ik vaak diezelfde dag naar de bib­lio­theek op zoek naar boeken die me in dezelfde stem­ming kon­den houden of bren­gen. Alles ver­slond ik: ‘cow­boy en indi­a­nen’ ver­halen, geschiedenis­boeken over Egyp­tis­che mum­mies, sci­ence-fic­tion zon­der te weten wat dat nu echt betek­ende, het maak­te mij niet uit zolang het maar met vaart was geschreven en ik me er hele­maal in kon ver­liezen.

Toch, wan­neer ik nu terug­b­lik op die tijd en zou moeten aangeven welk boek de meeste indruk op mij heeft gemaakt op de lagere school (mijn vroeg­ste jeugd), dan kom ik bij een boek uit waar­van ik niets meer weet. Niet wie het geschreven heeft. Niet wat de titel is. Niet hoe het eruit ziet. Niets.

Wat ik wel weet is dat het door de jaren heen steeds mythis­ch­er pro­por­ties heeft gekre­gen. Ik ben bang dat wan­neer ik het boek ooit nog in han­den zou kri­j­gen, het ontzettend zal tegen­vallen. Maar ondanks die vrees hoop ik dat het ooit zover gaat komen. Dat iemand mij een email stu­urt met de gouden tip, of dat ik er tij­dens een bezoek aan een tweede­hands boeken­markt plot­sel­ing op stu­it. Per ongeluk op Google Afbeeldin­gen een illus­tratie  uit het boek onder ogen kri­jg. De kans hierop beschouw ik nihil.

Het bij­zon­dere (in mijn ogen) is dat dit ‘indruk­wekkende’ boek over reke­nen gaat. Op een speelse manier en met heel veel (alleen maar?) tekenin­gen. In mijn herin­ner­ing, en hier kan dus geen enkele waarde aan gehecht wor­den gezien de verteken­ing die zich  gelei­delijk heeft voorgedaan omdat ik elk ref­er­en­tiekad­er mis, gaat het over een jonget­je (een prins?) die door een land dwaalt waar hij aller­lei cijfers tegenkomt. Deze cijfers wor­den bij nadere bestud­er­ing gevor­md door mensen (wezens?) die zich soms samen­ballen om een bepaald cijfer te vor­men, en een andere keer split­sen (of uit elka­ar getrokken wor­den?) zodat ze de oploss­ing van een bepaalde opdracht vor­men. Door het lezen van het boek leer je reke­nen. Zoveel mag duidelijk zijn.

Maar mij is bijge­bleven hoe die vreemde wezens opgin­gen in cijfers. Of dat die moeil­ijke cijfers uitein­delijk niet veel meer bleken te zijn dan enkele vreemde wezens. Hoe ze elke keer weer veran­der­den. Uren aan een stuk bestudeerde ik de tekenin­gen. Ik kon er niet genoeg van kri­j­gen. Ook omdat het er vol­gens mij af en toe best wel sadis­tisch aan toeg­ing. En miss­chien is dat wel de reden dat het boek op een zwarte lijst is terecht­gekomen. Omdat het de tere kinderziel teveel uit bal­ans zou bren­gen. Wie zal het zeggen?

Feit is dat ik dit boek, wat zoveel indruk op mij heeft gemaakt, nooit meer ben tegengekomen. Boven­di­en zijn er in de vol­gende jaren aller­lei vergelijk­bare beelden uit andere boeken, strips, (teken)films over­heen gekomen die mij het zicht hebben ont­nomen op de oor­spronke­lijke tekenin­gen. Ik weet 100% zek­er dat ik het boek meteen herken wan­neer ik het terug zou zien. Tegelijk­er­ti­jd kan ik met 0% zek­er­heid vertellen hoe het boek eruit ziet. Ik bli­jf hopen op een won­der.

~ ~ ~

Mijn bij­drage voor 50books — vraag1:
Welk boek heeft in je vroeg­ste jeugd de meeste indruk op je gemaakt?

~ ~ ~

  • Wat mooi. Een mythe en zo’n wezen­lijk onderdeel van je jeugd. Ik hoop dat je het boek ooit vin­dt. Meer nog hoop ik dat de mythe in stand zal bli­jven en daarmee het kleine jonget­je dat dankz­ij het mooiste boek vriend­schap sloot met de getallen.

  • Ik heb ook zo’n boek! lang gedacht dat het van Jan Ter­louw was, maar kan het ner­gens vin­den, titel weet ik niet meer alleen de strekking van het ver­haal dat zich afspeelde in de toekomst en waar een soort Wilders in opkomst was en wint…de hoofd­figu­ur komt hier tegen in opstand. Bij­zon­der boek die me het spel van poli­tiek al snel liet zien, baal ervan dat ik niet meer weet hoe het heet. Schri­jver zou trouwens nog steeds heel erg goed van Ter­louw kun­nen zijn gezien het the­ma.

  • Ik had ook zo’n boek.

    het enige dat ik wist was dat de naam van het mon­ster dat er in voor kwam “Brol­lochan” was.

    Daarmee heb ik het teruggevon­den.

    The moon of gom­rath” van Alan Gar­ner.

    Het bleek een tweede deel te zijn. Ik heb bei­de boeken besteld en gelezen. Niet zo over­weldigend als in mijn jeugd, maar nog steeds erg mooi. Oude magie en nieuwe magie en zo. En alles ver­w­even in de sagen en leg­en­den die bij dat spec­i­fieke stuk van Enge­land horen.

    • HA! nu ont­dek ik dat er een 3e deel is.
      Vorig jaar ver­sch­enen. 50 jaar na de eerste twee. Er zit ook bij­na even­veel ver­schil in tijd in de boeken zelf, lees ik. De hoof­per­soon uit de eerdere delen is vol­wassen. Besteld als ver­jaardagsca­do met kort­ing bij Bolpunt­dinges

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets