Te laat

Op de klok zag ik dat het enke­le minu­ten voor half was. Met wat geluk zou ik net op tijd zijn voor de vol­gen­de ver­ga­de­ring. De vier­de alweer deze dag.

Ik besloot via de recep­tie te gaan en dan de trap naar de twee­de ver­die­ping te nemen. Bij het kof­fie­au­to­maat ston­den enke­le collega’s. Op hun gemak de dag te bespre­ken. Of ik ook een beker­tje wil­de. Haas­tig wim­pel­de ik hun aan­bod af en snel­de ver­der door de gang. Na de dub­be­le klap­deu­ren zag ik met iets van een schok dat er licht brand­de in het eerst­vol­gen­de kan­toor. Dat was de laat­ste weken niet zo geweest. De col­le­ga die daar zijn plek had bleek weer terug te zijn van ziek­te. Een hevi­ge griep, zo had ik gehoord. En daar­voor was zijn vader over­le­den.

Auto­ma­tisch min­der­de ik vaart. Wat te doen? Hem voor­bij snel­len als­of ik zo diep in gedach­ten was dat ik hem niet opmerk­te? Even­tjes stop­pen, hem con­do­le­ren en dan met­een excu­ses aan­bie­den dat ik weer ver­der moest om niet te laat te komen? Of snel een bericht­je naar de voor­zit­ter van de ver­ga­de­ring stu­ren om door te geven dat ik wat later zou komen? Zodat ik mijn col­le­ga de tijd kon geven die pas­send was voor wat hij door­ge­maakt had.

Met mijn mobiel­tje in de hand bleef ik voor zijn deur staan. Maar voor­dat ik iets kon zeg­gen ging bij hem de tele­foon. Breed­uit lachend zwaai­de hij naar mij en nam de tele­foon op. Geze­ten in zijn bureau­stoel duw­de hij zich af tegen het bureau, maak­te ver­vol­gens een draai om te ein­di­gen met de rug naar mij toe om het gesprek voort te zet­ten. Nog even bleef ik staan wach­ten. Daar­na kwam ik te laat bin­nen bij de ver­ga­de­ring.

~ ~ ~

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *