Bommen

Van­nacht vie­len er bom­men uit de lucht. Of eigen­lijk was het dag want ik droomde. Niet dat ik dat wist. Pas in de ocht­end (na de nacht, dus niet na de dag, die brak net aan) realiseerde ik me dat. Toen de bom­men vie­len was ik op school. Op zich had dat vol­doende aan­lei­d­ing moeten zijn om te besef­fen dat ik aan het dromen was. Al vele jaren gele­den heb ik de mid­del­bare school afges­loten. Nu kom ik er alleen nog maar in mijn dromen. Alti­jd in het wiskun­de­lokaal wat zich bevin­dt in een iet­wat afgele­gen zijvleugel van het hoofdge­bouw. De keren dat ik er ben gaat er gegaran­deerd iets ver­schrikke­lijk mis. Ook deze keer.

Buiten klonk een aan­houdend gebrom. Iemand keek me aan. Zei iets. Het was me niet duidelijk of ik hem niet kon ver­staan van­wege het steeds luider wor­dende gelu­id. De les ging door. Nie­mand merk­te dat ik opstond en het lokaal ver­li­et. In de ver­lat­en gang scheen de zon door het raam naar bin­nen. Stofdeelt­jes buitelden over elka­ar. Stoven weg voor­dat ik ze kon aan­rak­en. Hier was het stil ter­wi­jl aan de andere kant van het raam de her­rie oorver­dovend was gewor­den.

Op het school­plein was nie­mand te beken­nen. Scherp tegen de wolken afgetek­end zag ik enkele voor­w­er­pen zich langza­am voort­be­we­gen. Het duurde even voor­dat ik besefte dat het de bom­men waren. Nie­mand had me verteld dat ze van­daag zouden vallen. Wel eerder op de dag voor­dat ik ging dromen. Maar die con­nec­tie maak­te ik pas lat­er. Na het ont­wak­en. Nieuws­gierig vol­gde ik de baan die ze afleg­den en probeerde een inschat­ting te mak­en waar ze zouden inslaan. Ergens net aan de andere kant van het school­ge­bouw was mijn con­clusie.

Een­maal daar aangekomen zag ik ze liggen op de bodem van een zwem­bad. Een geluk bij een ongeluk, zo vertelde de concierge. Het water had hun onstek­ingsmech­a­nisme ontregeld. De con­rec­tor stond er ont­daan bij. Er was diezelfde mid­dag een wed­stri­jd kor­te­baan geor­gan­iseerd. Die zou nu afge­last moeten wor­den van­wege het poli­tieon­der­zoek. Hij was zicht­baar blij mij te zien. Nu had hij iemand om zich op af te rea­geren. Op luide toon las hij me de les en schorste me ver­vol­gens voor de rest van de week. De agen­ten waren erg onder de indruk.

Thuis had­den ze de brief al ont­van­gen. Zon­der eten werd ik naar mijn kamer ges­tu­urd. Voor­dat ik in slaap viel zag ik als in een visioen iedereen verza­meld staan ron­dom het zwem­bad. Op de tast onder de dekens toet­ste ik de code in die zich eerder aan mij geopen­baard had. Daar­na werd alles zwart.

~ ~ ~

Geef een reactie