Langzaam

Wat maakt het nou hele­maal uit hoe snel en/of hoeveel kilo­me­ters je pre­cies haalt? Je loopt, je rent, je leeft, je doet!” Dat was de reac­tie van Monique bij mijn vorige run­tas­tic blog. En ze heeft natu­urlijk gelijk. Gedeel­telijk. Het maakt niet uit hoe snel je rent. Klopt. Het maakt ook niet uit hoeveel kilo­me­ters je rent. Klopt ook. Tot zover heeft ze gelijk. Maar. (Alti­jd weer dat maar.) Maar wan­neer je een­maal besluit te gaan ren­nen dan wil je ook wel iets van snel­heid ontwikke­len sneller dan een gewone wan­del­pas. Anders is het geen ren­nen. Het­zelfde geldt voor de afs­tand. Om nu tot het eind van je straat te gaan ren­nen en dan weer te stop­pen heeft weinig met hard­lopen te mak­en. Ten­min­ste zo beleef ik het.

Dus ontkom ik er niet aan enkele min­i­mumeisen aan mijn hard­lopsessies te verbinden. Zoals daar zijn: min­i­maal 10 km per uur. Want dat is 2x het gewone wan­del­tem­po. En 2x zo snel als wan­de­len, dat is ren­nen. Verder min­i­maal 5 km. Bij 10 km p/u is dat een half uurt­je. Min­der dan een half uurt­je ren­nen voelt niet aan als…, als…, als dat je bent wezen ren­nen.

Mijn ervar­ing is dat het eerste kwarti­er aan­voelt als een soort van gewend rak­en. Het is omschake­len van het een hele dag gro­ten­deels zit­tend door­bren­gen naar het hol­lend zo snel mogelijk het woon­erf ver­lat­en om buiten de bebouwde kom te ger­ak­en. Daar­na begin ik in een soort van ritme te komen. Mijn ademhal­ing kri­jg ik onder con­t­role. Mijn passen komen in een aan­ge­name cadans. Ik kri­jg het gevoel dat ik voor alti­jd kan bli­jven ren­nen. Dat duurt ook een kwarti­er…

Ver­vol­gens is het goed oplet­ten waar de man met de hamer staat en die let­ter­lijk ‘te snel af te zijn’. Mijn hele hard­loopsessies zijn een oefen­ing in het voor­bli­jven op deze spelbed­erv­er. En daar­voor heb ik con­di­tie nodig. En snel­heid. Want bli­jf ik hem voor dan kan ik daad­w­erke­lijk gaan denken aan een rond­je van 10 km in 60 minuten. Die 10 km schi­jnt een magis­che grens te zijn, zo heb ik geho­ord. Daarachter liggen ettelijke kilo­me­ters te wacht­en die in schi­jn­bare trance over­won­nen kun­nen wor­den voor­dat een vol­gende man met hamer zijn opwacht­ing zal mak­en. Zover is het echter nog niet.

Vanavond kwam ik wel in de buurt. Zon­der al te veel moeite liep ik na een lange werkdag (beter: lange werk­week) een rond­je van 8 km in 47,5 minuten. Voor mijn gevoel op het gemak. Maar alleen mogelijk door regel­matig hard­er en soms verder te lopen. Op deze manier werk ik toe naar het mot­to van Monique waar ik hele­maal achter kan staan:

Je loopt, je rent, je leeft, je doet!”

P.S.: Er lag her en der nog steeds sneeuw dus het was goed oplet­ten om niet onverwachts onderuit te gaan. Het is me gelukt blessurevrij het rond­je te voltooien.

langzaam

~ ~ ~

Ik kan natu­urlijk ook vol­staan met een enkele tweet en een link naar mijn run­tas­tic account waar jul­lie mijn sportieve vorderin­gen kun­nen vol­gen. Maar dit is leuk­er (vind ik) en op deze manier kan ik lat­er nog eens teruglezen onder welke omstandighe­den ik zoal buiten ga ren­nen en wat voor presta­tie ik neer zet. Dus eigen­lijk is het meer voor mijzelf dan voor jul­lie…

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets