De fietser en de Mercedes

Eens zat ik in een kamer samen met een vrouw. We had­den een zake­lijke afspraak. Zij was daar om mij te helpen. Ik had hulp gezocht. We waren in gesprek over de vorderin­gen die ik gemaakt had sinds onze vorige ont­moet­ing. Het raam stond open. Van buiten klonk af en toe wat straa­tru­mo­er. Meestal had­den vogel­gelu­iden de over­hand. Ik dronk van mijn koffie toen plots een doffe klap klonk. Er vol­gde een hoop kabaal. De vrouw die tegen­over mij zat stond op, keek even in de straat voor­dat ze het raam sloot. Stilte daalde over ons neer. Ze nam weer plaats achter het bureau. Vra­gend keek ik haar aan ter­wi­jl ze wat aan­tekenin­gen maak­te in de map die voor haar lag.

Ik zag een fietser en een Mer­cedes”, zei ze uitein­delijk. Haast achteloos, alsof het niet ter zake deed. Wat natu­urlijk ook het geval was. Maar het had mijn nieuws­gierigheid gewekt. In mijn ver­beeld­ing zag ik hoe de over­stek­ende fietser geschept werd door de roekeloos rij­dende Mer­cedes. Die vanzelf­sprek­end was doorg­ere­den nadat hij had gezien dat de fietser er ogen­schi­jn­lijk zon­der kleer­scheuren vanaf was gekomen. Het kabaal kwam van de fietser die achterbleef met een hoop­je ver­wron­gen ijz­er en nog niet doorhad dat hij van geluk mocht spreken dat het daar­bij gebleven was. Opge­fokt door de adren­a­line die op hoge snel­heid door zijn gehavende lichaam schoot rende hij met gebalde vuist achter de auto. Tev­ergeefs.
“Aha”, mom­pelde ik veel­betek­end waar­na we verder gin­gen met de sessie.

In het dorp waar ik ben opge­groeid, had­den we vlak­bij een speel­tu­in die voor mij het cen­trum van de wereld vor­mde. Daar speelde het lev­en zich af wan­neer ik niet op (de lagere) school of thuis was. Het leek of iedereen uit de buurt zich daar ophield. Jong en oud. Op een dag riepen een paar vriend­jes dat we ‘aap­jes gin­gen kijken’. Ik aarzelde, want ik zag die apen al iedere dag wan­neer ik naar school ging. Ze zat­en in twee grote kooien bij een huis enkele strat­en verderop. Dat mocht toen nog. Denk ik.

Maar ze waren niet van plan naar deze apen te gaan. Nee, het betrof hier andere ‘uitheemse dier­soorten’. Een fam­i­lie pas gear­riveerde gas­tar­bei­ders. Niet dat ik dat toen al wist. Alleen het feit dat we hier te mak­en had­den met buurt­be­won­ers die een afwijk­ende huid­skleur had­den was vol­doende om joe­lend op te trekken naar het huis waar zij woonachtig waren. Schuchter sloot ik me aan. Een held ben ik nooit geweest. Toen niet en nu nog steeds niet. Ik was niet de enige. Hoe dichter we in de nabi­jheid van de bewuste straat kwa­men, hoe stiller we wer­den.

Bij het huis aangekomen, bleven we staan dralen. Wat nu? Alles leek het­zelfde als voor­dat zij daar waren komen wonen. De verveling sloeg toe. Een aan­tal van ons maak­te aanstal­ten terug te gaan naar de speel­tu­in. Tot­dat iemand riep dat hij iets zag bewe­gen. Dat we stil moesten zijn. Ik zag een paar vriend­jes die eerder nog een grote mond had­den gehad zich snel ver­schuilen achter een dichte heg. In paniek vroeg ik me af wat ik zelf moest doen. Niet dat het er nog toe deed want de voordeur ging al open en een opval­lend kleine man kwam naar buiten gelopen. Aan zijn hand een bij­na even groot meis­je. Met een schok herk­ende ik haar. Eerder die dag had ik haar bij de bakker gezien waar mijn moed­er mij naar toe ges­tu­urd had voor een bood­schap. Ze stond voor mij. Stil en met de blik naar bene­den gericht. De bakker was bezig om haar bestelling in een tas te stop­pen. Ik bewon­derde haar glanzende bos haar. Kon het ruiken boven de geur van het vers­ge­bakken brood uit. Bij het omdraaien keken we elka­ar recht in de ogen. Geheid dat ik meteen een rode kleur op mijn wan­gen moet hebben gekre­gen, en het stame­lende ‘hoi’ dat ik miss­chien heb weten uit te bren­gen zal ze amper ver­staan hebben. Wel glim­lachte ze naar me.

Nu keek ze me weer glim­lachend aan. Maar voor­dat ik iets kon zeggen of zelfs maar naar haar teruglachen, begon de groep om mij heen, die ineens alle bravoure weer her­von­den had (miss­chien dat de kleine gestalte van de man ondanks zijn impos­sante snor, hier­bij geholpen had) luid­keels aller­lei schun­nigs te schree­uwen. De dap­per­sten begonnen zelfs met zand te gooien. Ver­schrikt bleven de man en het kind in de deu­ropen­ing staan. Een hand­vol zand kwam vol in haar gezicht terecht. Hier­na ren­den we hard weg. Ik rende met hen mee. En heb geen enkele keer meer omgekeken.

Echter hoe ik ook rende. De schaamte kwam ik niet voor­bij. Die bleef en is nooit meer wegge­gaan. Schaamte om mijn eigen zwakheid. Schaamte om het botte gedrag van mijn vriend­jes.

Ik zal hier niet bew­eren dat deze ervar­ing mijn verdere lev­en heeft gek­leurd. Hoewel, waarom ook niet? Het is een feit dat ik sinds­di­en gepoogd heb die ‘smet uit mijn verleden’ weg te poet­sen. Oprecht heb ik me alti­jd inge­lat­en met iedereen waar­van de wieg niet in Ned­er­land heeft ges­taan, of waar­van de oud­ers uit het buiten­land kwa­men. Wat vee­lal makke­lijk ver­loopt. Of het nu Molukkers, Span­jaar­den, Turken, Marokka­nen, Indiërs, Chinezen of Suri­namers betre­ft, vaak is het ijs snel gebro­ken en rak­en we aan de praat over de ver­schillen en overeenkom­sten in onze achter­grond. Niets zo leerza­am en inter­es­sant dan iemand afkom­stig uit een (gedeel­telijk) andere cul­tu­ur in ver­vo­er­ing zijn (levens)verhaal te horen vertellen.

Waar­bij ik niet verbloem dat mij ook min­der goede ervarin­gen ten deel zijn gevallen. Ooit zijn mijn hand­schoe­nen tij­dens car­naval gestolen door een buiten­lan­der. Dat moet wel want die had­den het sneller koud dan wij.

Zon­der gekheid. We hebben zeer zek­er prob­le­men die voor een gedeelte terug te voeren zijn op de migratie van buiten­lan­ders naar Ned­er­land en de haperende inte­gratie van ver­schil­lende cul­turen. Daar sluit ik mijn ogen niet voor. Maar, zon­der deze prob­le­men te bagatelis­seren, ze kun­nen niet een­voudig­weg toegerek­end wor­den aan een com­plete bevolk­ings­groep of religie wat de laat­ste tijd steeds meer gemeen­goed is gewor­den. Dat gaat voor­bij aan alle diver­siteit en uniciteit van mensen onder­ling. Ik weiger aan te nemen dat ‘de Ara­bis­che wereld’ uit is op de omver­w­er­p­ing van Europa. Of dat alle moslims hun vrouwen onder­drukken en homo’s het lief­st uit het raam gooien. Juist van­wege het feit dat ik hier­mee afwijk van een hopelijk niet gang­bare mening bin­nen Ned­er­land toon ik aan dat niet iedereen het­zelfde denkt of het­zelfde nas­treeft. Ik ben Ned­er­lan­der, net zoals Geert Wilders een Ned­er­lan­der is. Maar daar houden de voor­naam­ste overeenkom­sten dan ook wel op.

En zo is het ook gesteld met de mensen die nu vaak het doel­wit zijn van laster­cam­pagnes. Zij zijn niet alle­maal over één kam te scheren. Het zijn de fanati­ci die namens hen spreken die het zicht vertroe­be­len. Het zijn de extrem­is­ten die aansla­gen ple­gen en daar­door een broodnodi­ge toe­nader­ing in de weg staan. Zij zijn gebaat bij het in stand houden van de vooro­orde­len. Hun waan­denkbeelden. Die daar­door helaas de vooro­orde­len beves­ti­gen die de haatza­aiers in het andere kamp nodig hebben om hun pro­pa­gan­da te bli­jven uit­storten. Waar­door het moslimde­bat beladen bli­jft en op deze wijze de aan­pak van bijvoor­beeld crim­i­naliteit onder Marokkaanse jon­geren een uiterst pre­caire aan­gele­gend­heid wordt.

Maar genoeg over de lui die pre­tenderen (in dit geval) ‘de Ara­bis­che wereld’ te verte­gen­wo­ordi­gen. Zij kri­j­gen al vol­doende podi­um. Liev­er hoor ik de stem van de mensen uit al die ver­schil­lende lan­den zelf. Waar zijn zij zoal de hele dag mee bezig? Staat hun dagbeste­d­ing inder­daad hele­maal in het teken van vlagver­brand­ing en het voor­berei­den van aansla­gen? Ik kan het me nauwelijks voorstellen.

Gelukkig biedt daar het nieuwe boek van Has­s­nae Bouaz­za uitkomst. Zij heeft een ges­laagde poging gedaan om vanu­it ver­schil­lende inval­shoeken een beschri­jv­ing te geven van wat leeft onder de bevolk­ing in de Ara­bis­che wereld. Het is afwis­se­lend ver­fris­send, ver­helderend en ver­rassend te lezen dat veel van onze vooro­orde­len zijn wat ze blijken te zijn; onge­fun­deerde en non-rep­re­sen­tatieve menin­gen. Ons door de strot geduwd door die lui waarover ik het hier niet meer zou hebben.

Lees dus dit boek van Has­s­nae Bouaz­za en ont­dek hoe films, tv-series en andere vor­men van media allang bezig waren om een stille rev­o­lu­tie te bew­erk­stel­li­gen. Een eman­ci­pa­toire inhaal­slag op alle fron­ten die verder gaat dan de meesten van ons hier voor mogelijk acht­en. Alleen maar ver­rassend te noe­men omdat we ons zo weinig moeite hebben getroost verder te kijken dan onze neus lang is. Gehin­derd door schote­lantenne en hoofd­doek is het miss­chien moeil­ijk com­mu­niceren, maar er valt nog zoveel te win­nen wan­neer van bei­de kan­ten daar toch meer inspan­ning voor getroost wordt. Want dan zou al snel blijken hoe leeg de opge­blazen reto­riek is van hen die ik niet meer wil horen.

Has­s­nae Bouaz­za toont ons met haar inlevende manier van schri­jven een Ara­bis­che wereld van de gewone mens die veel gevarieerder in elka­ar zit dan wij geneigd zijn te geloven. Ook veel mod­ern­er. Dat doet ze over­tu­igend door dicht bij zichzelf te bli­jven. Geen ver­heven toon. Veel voor­beelden die iedereen zullen aanspreken omdat ze aansluiten bij onze dagelijkse leefw­ereld. Ze schuwt het tevens niet om daar waar nodig zichzelf kwets­baar op te stellen. Waar­voor respect, gezien de bag­ger die ze al vele malen over zich heen heeft gekre­gen.

Zelf bleef ik regel­matig hangen bij de pas­sages waarin ze ver­haalt over haar vroeg­ste jeugd in Ned­er­land. Haar eerste ken­nis­mak­ing met ons tol­er­ante land­je waar we alti­jd zo hoog van opgeven. Vroeger. Toen alles nog goed was.

En soms kan ik het niet lat­en mezelf te ver­beelden dat zij het was die daar ooit voor me stond bij de bakker. Hoe graag ik had gehad dat het alle­maal anders was gelopen. Iets om trots op te zijn. Namens ons alle­maal.

Hoi”, zeg ik. “Ga je mee naar de speel­tu­in?”
Ik pak haar vri­je hand. Haar vad­er knikt dat het goed is. Mijn vriend­jes kijken lachend toe.
I had a dream…

Oh ja, wat betre­ft die fietser en de Mer­cedes? Die had­den verder niets met het voor­val te mak­en. Een stel gemeen­tew­erk­ers was bezig een stuk weg af te zetten toen daar­bij een hek omviel. De fietser en de Mer­cedes moesten wacht­en tot­dat het hek opgeruimd was voor­dat ze verder kon­den.

~ ~ ~

In jan­u­ari 2013 ver­scheen bij Uit­gev­er­ij Ambo ‘Ara­bieren kijken’ van Has­s­nae Bouaz­za. In dit boek toont Bouaz­za de gewone mens in de Ara­bis­che wereld zoals wij die niet vaak zien. Ze gaat in op de rol van de media en hoe deze heeft bijge­dra­gen aan de huidi­ge poli­tieke omwen­telin­gen en beschri­jft de geschiede­nis van de regio, de huidi­ge samen­levin­gen en de religie. Het resul­taat is een prachtig boek over de Henk en Ingrid van de Ara­bis­che wereld, van Marokko tot Egypte en van Syrië tot Sau­di-Ara­bië.

Om dit boek de aan­dacht te geven die het toekomt, organ­iseert web­site Not Just Any Book een blog­tournee. De aftrap wordt ver­richt door Has­s­nae Bouaz­za zelf op maandag 18 maart.

Dit is de volledi­ge lijst van blog­gers die mee­doen aan de blog­tournee:

Ma 18 > hassnaebouazza.nl » Oogs­noep­jes
Di 19 > petepel.nl » De fietser en de Mer­cedes
Wo 20 > koperentuin.nl » Lez­ers kijken
Do 21 > sargasso.nl » Ara­bieren kijken met Has­s­nae Bouaz­za
Vrij 22 > jacobjanvoerman.nl » Ara­bieren kijken, Blog­tournee
Za 23 > boekenbijlage.nl » Inter­view met Has­s­nae Bouaz­za
Zo 24 > religionresearch.org » Oriën­tal­isme en gewone mensen
Ma 25 > caroliengeurtsen.nl » Ara­bieren kijken = mensen vergelijken
Di 26 > republiekallochtonie.nl » Rachid en Mohamed
Wo 27 > geschrevengoed.blogspot.nl » Ara­bieren kijken, een alledaagse rev­o­lu­tie
Do 28 > pinkbullets.nl
Vrij 29 > ruudketelaar.wordpress.com

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tags

(all tags)

Tweets