Als een fazant in het open veld. Zo voelde ik me deze avond. Ik rende mijn inmiddels gebruikelijke rondje over de wegen onder de rook van Arnhem-zuid. De regen viel gestaag uit de almaar grijzer wordende hemel. Met grote teugen ademde ik de zuurstofrijke lucht in. Regendruppels vielen op mijn uitgestoken tong. Ik at en proefde de lente. Het gaf me energie die me nog sneller deed lopen. Tenminste, dat dacht ik. Mijn running app dacht daar anders over. Elke afgelegde halve kilometer temperde ze mijn euforie door op neutrale toon te melden dat ik weer iets langzamer liep dan de vorige vijfhonder meter. Wat mij elke keer weer harder deed lopen. Zonder dat het enig effect had.
In de verte zag ik de fazant nog steeds op zijn plekje zitten. Midden in het veld. Om hem heen drie bruine hennetjes druk bezig in het malse gras. Misschien moest ik een ander voorbeeld nemen. Ik keek om me heen. Misschien wel geen. Gewoon hard gaan lopen. Zonder voorbeeld.
Het lukte. Een halve kilometer. Totdat de emotieloze stem me terug bracht in de realiteit. Het was lente. Maar nog geen zomer.